|
twee
gemeenten?
VRAAG:
Is de gemeente waarvan Paulus spreekt, een andere dan waar Petrus en de
zijnen toe behoren? Aan Paulus was immers een unieke evangelie-boodschap
toevertrouwd.
ANTWOORD:
De laatste zin klopt. Toen Israëls verwerping van de opgestane Messias
(beschreven in het boek Handelingen) zich begon af te tekenen, werd vanuit
de hemel "Saulus, anders gezegd Paulus" geroepen. Een nieuwe
fase brak aan. Israël moest plaats maken voor de natiën en de
openbaring van het Koninkrijk maakte plaats voor een verborgen Koninkrijk.
Het uitzicht op de komende aeon werd een uitzicht op "de einden der
aeonen". Via Paulus werd bekendgemaakt wat karakteristiek is voor
Gods werk in onze dagen.
Maar deze nieuwe openbaring
betekent niet dat sindsdien ook een nieuwe gemeente aanving,
zoals her en der wordt beweerd. Integendeel. De gemeente waarvan Paulus
in al zijn brieven spreekt, is ontstaan in het jaar van Christus' verheerlijking.
De volgende redenen maken dit duidelijk.
Reden 1. Christus
is het Hoofd van "de gemeente, die Zijn lichaam is". D.w.z.
Hij is "de Eerstgeborene uit de doden" en daamee het Begin van
de gemeente.
... en Hij is het Hoofd van
het lichaam, de gemeente. Hij is het begin, de eerstgeborene
uit de doden, zodat Hij onder alles de eerste geworden is.
Kolosse 1:18
De verheven positie van de gemeente is juist gebaseerd op het
feit dat ze tesamen met Christus de eerste vrucht is van het nieuwe Leven.
En zoals alle eerste vrucht in de Bijbel, ontvangt ze om die reden de
hoogste bestemming. Als "de gemeente, die Zijn lichaam is"
dus niet ontstond bij de opstanding van Christus, dan kan ze haar hoogste
bestemming wel vergeten...
Reden 2. De gemeente
wordt beschreven als "woonstede Gods in de Geest" (Efeze 2:22).
Dit bouwwerk is "gebouwd op het fundament van de apostelen
en profeten, terwijl Christus Jezus Zelf de hoeksteen is" (Efeze
2:20). Zoals een fundament het begin is van een bouwwerk, zo vormen de
apostelen het begin van de Gemeente en maken daar dus deel van uit.
Reden 3. Paulus
schrijft dat hij een vervolger was van "de gemeente Gods" (1Korinthe
15:9). Dat betekent dat toen Paulus nog ongelovig was, "de gemeente
Gods" reeds bestond.
Tegenwerping: de "gemeente
Gods" die Paulus vervolgde is een andere gemeente dan die hij aanschreef.
Antwoord: de brief die meldt dat Paulus een vervolger was van
"de gemeente Gods", is tevens geadresseerd "aan de gemeente
Gods" (1:2). Dezelfde uitdrukking als in 15:9. Let in beide gevallen
op het bepaalde lidwoord "de gemeente Gods". Er was
er kennelijk maar één "gemeente Gods".
Tegenwerping: "de gemeente Gods" was niet "het
lichaam van Christus", zoals Paulus daar later in de gevangenis-brieven
van spreekt.
Antwoord: Paulus schrijft in 1Korinthe 12:27: "Gij nu zijt
lichaam van Christus en ieder voor zijn deel leden...". Let ook
op de vergelijking in 1Korinthe 12:12 : "... zo ook Christus"
- terwijl het over de gemeente gaat!
Tegenwerping: "de gemeente Gods" was wel lichaam van Christus
maar het was nog niet "het lichaam van Christus", zoals
daarvan sprake is in b.v. Efeze 4:12.
Antwoord: "De gemeente Gods te Korinthe" heet wel degelijk
"het lichaam van Christus". In 1Korinthe 10:16 staat
het zwart op wit. Daar wordt exact dezelfde uitdrukking gebruikt als
in Efeze 4:12.
Bedenk daarbij dat toen Saulus
"de gemeente Gods" vervolgde en geroepen werd op de weg naar
Damascus, dat hem vanuit de hemel te verstaan werd gegeven "Saul
Saul, wat vervolg je MIJ?" (Handelingen 9:4). Christus identificeerde
Zich met de gemeente die Saulus vervolgde. In de kiem vond hier reeds
de openbaring plaats, aangaande de gemeente als het lichaam van Christus.
|