samenvatting van twee studies gehouden
op 12 september 2010 in Zoetermeer.
brood & beker
instelling van het avondmaal?
Vrijwel alle Bijbelvertalingen plaatsen boven de passage waarin Jezus
het avondmaal vierde (Matteus, Marcus en Lucas) het opschrift: instelling
van het avondmaal. Maar Jezus stelde helemaal niets in! Hij hield
een instelling, te weten de jaarlijkse Pascha-viering. Hij gaf (een
nieuwe) uitleg aan het brood en de beker op de tafel.
Matteus 26:26, Marcus 14:22, Lucas 22:14
een Heer-lijke maaltijd
De weergave "de maaltijd des Heren" is nogal gekleurd door
de traditie. Het suggereert dat de Heer een specifieke maaltijd heeft
ingesteld. Maar Paulus spreekt niet over "de maaltijd",
het bepaalde lidwoord ontbreekt. En "... des Heren" geeft
ook niet goed weer wat Paulus schrijft. Het woord Heer, wordt hier
bijvoegelijk gebruikt en zou dus eigenlijk moeten worden weergegeven
met Heer-lijk. Het nadeel daarvan is echter dat we in het Nederlands
de betekenis van dit woord zijn kwijtgeraakt en bij 'heerlijk' aan
lekker o.i.d. denken. Maar vorstelijk verwijst naar een vorst. Adelijk
naar adel. En heerlijk naar heer. Een heerlijkheid was van origine
het gebied van een heer.
1Korinthe 11:20
een mááltijd
Wanneer Paulus over "een Heer-lijke maaltijd" spreekt, dan
heeft hij het niet over het eten van een klein stukje brood en het
drinken van een klein slokje wijn. In Korinthe mocht het volgens Paulus
geen Heer-lijke maatijd heten, omdat ze vooral aan zichzelf
dachten. De één was zich aan het bezatten, terwijl de
ander hongerig toekeek. Maar ondanks Paulus' correcties, hield Paulus
het karakter van maaltijd in stand. Hij schreef: "Daarom, mijn
broeders, als gij samenkomt om te eten, wacht op elkander".
1Korinthe 11:20,21, 33
van de Here ontvangen
Wat Paulus over "de maaltijd des Heren" doorgeeft, was niet
gebaseerd op overlevering, zoals de NBG-vertaling volkomen ten onrechte
stelt. Paulus schrijft: "Want zelf heb ik van de Here
ontvangen, wat ik u weder overgegeven heb...". Paulus was
door de Heer, vanuit de hemel, ingelicht over de betekenis van het
"ene brood".
1Korinthe 11:23 - de frase 'bij overlevering"
is door de vertalers toegevoegd.
"dit is mijn lichaam" - de gemeente!
Paulus was hoogst persoonlijk geïnformeerd door de hemelse Heer
omtrent de betekenis van de maaltijd. Uit de evangelieën valt
niet op te maken dat "dit is mijn lichaam", verwijst naar
"de Gemeente Gods". Niettemin veronderstelt Paulus dit als
bekend bij de Korinthiërs. "Is niet het brood, dat wij breken,
een gemeenschap met het lichaam van Christus? Omdat het één
brood is, zijn wij, hoe velen ook, één lichaam; wij
hebben immers allen deel aan het ene brood.".
1Korinthe 10:16,17
onwaardig eten
De kerk heeft zich Israël gewaand en haar rol overgenomen. De
sabbat werd de zondag, de besnijdenis de doop, de hoogtijden van YAHWEH
christelijke feestdagen en het Pascha 'het heilig avondmaal'.
En omdat "een Heer-lijke maaltijd" een ritueel is geworden
en het karakter van maaltijd heeft verloren, begrijpen we ook niet
meer wat Paulus bedoelde met onwaardig eten en drinken. Deze woorden
zijn de aanleiding geworden om mensen aan te zetten tot 'vrome' zelfontleding.
Deug ik wel? Is mijn gedrag wel zoals het behoort? Etc. Wie zulk onderzoek
grondig genoeg uitvoert zal het vervolgens wel uit zijn of haar hoofd
halen, om nog maar één hap van 'het heilig avondmaal'
te nemen. Wat Paulus echter bedoelde met onwaardig eten blijkt zonneklaar
uit het verband. "...bij het eten neemt ieder vooraf zijn eigen
deel, zodat de een hongerig is en de ander dronken.".Dat
is onwaardig eten en drinken.
1Korinthe 11:21, 27, 28
het lichaam... verbroken?
Het lichaam van Christus, hoe ook opgevat, is nooit verbroken. Van
het lichaam dat Jezus op Golgotha overgaf, daarvan werd uitdrukkelijk
geen been gebroken. En het lichaam van Christus, opgevat als de Gemeente
(waarnaar het brood dus verwijst), is evenmin verbroken. Integendeel:
"Omdat het één brood is, zijn wij, hoe velen
ook, één lichaam; wij hebben immers allen deel
aan het ene brood".
Johannes 19:36, Exodus 12:46; 1Korinthe 10:17;
Sommige vertalingen lezen in in 1Korinthe 11:24: "het lichaam
voor u verbroken...". In de meerderheid van de belangrijjkste
handschriften ontbreekt dit woord echter (terecht).
brood des Levens
Ook brood staat in de Bijbelse symboliek voor Leven dat voorkomt uit
de dood. Het is het resultaat van de graankorrel dat in de aarde viel
en stierf en alzo veel vrucht draagt. De opstanding van Christus,
de Eersteling uit de doden vond plaats bij het officiële begin
van de gersteoogst (de dag van de eerstelingsgarve).
Johannes 12:24
het bloed van Christus
De beker met wijn representeert het bloed van Christus. Bloed spreekt
van een slachtoffer. Het bijzondere van het Slachtoffer dat wij kennen
is dat Hij is opgestaan! Het lam dat geslacht is... maar stáát!
Christus is ook de titel van de opgewekte. Daarom wordt "het
bloed van Christus" ook gesymboliseerd door wijn, hetgeen staat
voor feestvreugde bij uitstek.
1Korinthe 10:16; Openbaring 5:6; Handelingen
2:36
gaan voor de beker!
Alvorens van druiven wijn is gemaakt, is een ingewikkeld proces. Druiven
worden uitgeperst (>lijden en sterven) en het sap wordt vervolgens
in een kelder in eikenhouten (!) vaten bewaard (>graf) en wanneer
het na verlooop van tijd uit de kelder komt (>opstanding), wordt
het als geestrijk (alcoholisch) vocht gedronken. Als wijn dat het
hart verheugt. Wijn spreekt van Leven dat sterker is dan de dood.
Als we het glas heffen zeggen we daarom terecht: op het léven!
- 'le chajiem'! Is het vreemd dat in de sportwereld de beker hét
embleem is van overwinning!
Johannes 15:1; de vrucht van de wijnstok verheugt
ook God volgens Richteren 9:13. God weet nl. waarvan de wijnstok een
beeld is.
het nieuwe verbond
Het bloed representeert het bloed van Christus maar daarmee ook het
nieuwe verbond dat God straks zal sluiten met het huis van Israël.
Een verbond van genade zal dit zijn, omdat alle verplichtingen bij
God liggen. YAHWEH staat Zelf garant voor het welslagen ervan. "Ik
zal hun zonden niet meer gedenken", "Ik zal Mijn wetten
in hun harten schrijven", "Ik zal...", etc. Het nieuwe
verbond staat symbool voor pure genade.
de dood des Heren
In zowel brood als wijn verkondigen we "de dood des Heren".
Beide emblemen verwijzen naar de graftuin. Dat maakt ons niet somber,
integendeel, want de graftuin laat een weggerolde steen zien! We denken
aan Hem die dood geweest is en daarom nu ook Héér
is.
1Korinthe 11:26
zo dikwijls...
Paulus schrijft in 1Korinthe 11 geen ritueel voor, maar veronderstelt
dat we als gelovigen samen maaltijd houden. Een maaltijd, het zitten
aan één tafel, het eten van hetzelfde brood en het drinken
van dezelfde wijn drukt gemeenschap uit. Wat is er Heer-lijker dan
in het eten en drinken, herinnerd te worden aan het nieuwe Leven in
Christus en dit te vieren?
daarom velen zwak en ziekelijk
Paulus legt een direct verband tussen het gebrekkige onderscheidingsvermogen
van de Korinthiers en de vele zwakken en zieken aldaar. Zouden de
Korinthiërs zich werkelijk bewust zijn van de betekenis van brood
en wijn, dan zouden ze power hebben en daarmee ook véél
meer mentale en fysieke weerstand. Ziekte is uiteraard geen bewijs
van gebrekkig onderscheidingsvermogen. Maar omgekeerd is een gebrekkig
geestig onderscheidingsvermogen wel de oorzaak van veel zwakte en
ziekte.
1Korinthe 11:29,30
pedagogisch
Het grote aantal zwakken, zieken en slapenden in de gemeente te Korinthe,
zou de gelovigen te denken geven. Zouden de Korinthiërs zich
bewust zijn van de betekenis van brood en beker dan was deze 'pedagogiek'
niet nodig geweest. De wereld in ongeloof is veroordeeld om
de zegen van brood en wijn te missen.
Het woord "getuchtigd" in 11:32 (Grieks:
paideuo) houdt direct verband met ons woord 'pedagogisch'. Paulus
spreekt in vers 31 en 32 over "zichzelf beoordelen" "oordeel"
en "veroordeeld worden". Het woord oordeel is 'krino' en
verwant met onze woorden als 'kritiek' en 'crisis'. Omdat het bij
de Korinthiërs ontbrak aan een gezonde kritische zelfreflectie
("zichzelf beoordelen") werden ze gesteld onder de kritiek
van de Heer ("oordeel des Heren").
tot een oordeel samenkomen
Paulus stelt vast dat de samenkomsten van de Korinthiërs niet
tot opbouw waren. Hetzelfde zou hij ongetwijfeld zeggen van verreweg
de meeste samenkomsten van christenen vandaag de dag. Men miskent
het machtige woord zoals Paulus dit in de heidenwereld bekend mocht
maken. En in plaats van feestelijke maaltijden komt men (hoe illustratief!)
samen rond een karig stukje brood en een slokje druivensap. En ondertussen
bijt en vereet men elkáár...
1Korinthe 11:17,34
brood en wijn in het OT
Brood en wijn zijn emblemen van "leven en overloed" (Johannes
10:10) . Prediker (9:7) schreef: "Welaan dan, eet uw brood
met vreugde en drink uw wijn met een vrolijk
(lett. goed) hart..". Volgens Psalm 104:15 maakt brood het hart
van de mens sterk en doet wijn het hart verheugen.
Melchizedek kwam Abram tegemoet en zegende hem met brood en wijn.
En het was David die gezonden werd tot Saul met brood en wijn. Zowel
Melchizedek als David zijn daarin typen van Israëls opgestane
Messias, Jezus Christus.
Genesis 14:18, 1Sam.16:20