|
"TEN DERDE DAGE OPGEWEKT, NAAR DE SCHRIFTEN" deel I
1 Kor. 15:1-8
In de Tenach wordt gesproken over de opstanding van de Messias. Dat is niet zo moeilijk. Althans, het was de duidelijke prediking van mannen als Petrus en Paulus. Denk bijv. maar aan wat Petrus op de Pinksterdag verkondigde, nl. dat Jezus opgestaan is uit de dood, geheel in overeenstemming met het boek 'de Psalmen'. In o.a. Psalm 16 blijkt al te zijn geschreven dat Gods heilige geen ontbinding zou zien2. En dan zegt Petrus dat David dat niet als poëet maar als profeet zei 3. David zag in de toekomst, op Iemand die uit zijn geslacht zou voortkomen: een Koningszoon. Eén uit zijn dynastie. Hij zou geen ontbinding zien want Hij zou opgewekt worden uit de doden. Later zie je dat deze prediking voortgezet wordt. Paulus vertelt in Hand. 13 dat Christus is opgewekt "gelijk in de tweede Psalm geschreven staat"4. In die Psalm spreekt God de woorden "Mijn Zoon zijt Gij; Ik heb u heden verwekt"5. En dat "heden verwekt" blijkt te slaan op de opstanding. Dus: Ik heb U heden verwekt... uit de dood! Trouwens, had de Opgestane Zelf al niet op 'D-Day', incognito, een Bijbelstudie gegeven over dit thema? Aan twee mensen die hun hoop hadden gevestigd op Iemand van wie zij gehoopt hadden dat Hij Israël zou verlossen. Maar inmiddels was het reeds de derde dag (!!) na zijn executie, vertelden ze teleurgesteld... En dan krijgen ze een verwijt te horen van de Vreemdeling:
Er zou nog veel meer aan te voeren zijn over hoe de Schriften spreken over de opstanding van de Messias. Maar nú gaat het om Paulus' bewering: "Hij is ten derden dage opgewekt, naar de Schriften". Dus niet: "Hij is opgewekt naar de Schriften". Dát veronderstel ik even als bekend. Maar Hij is "ten derden dage opgewekt naar de Schriften". Waar staat dat dan? Er is één Schriftplaats die dat vrij expliciet zou zeggen, oppervlakkig gesproken. In Hosea 6:2 staat: Hij zal ons na twee dagen doen herleven, ten derden dage zal Hij ons oprichten". Daar wordt dus gesproken over een opstanding na twee dagen. Alleen... als je nauwkeurig leest wat daar staat geschreven dan blijkt het niet te gaan om de opstanding van ééniemand, maar om de opstanding van een heel volk. Over Israël namelijk. Israël zal na twee dagen herleven en op de derde dag opstaan en dan "komt Hij tot ons". Een uitermate belangwekkende profetie, daar niet van. Juíst bij het naderen van het derde Milennium. Ik zal daar nog verschillende keren op terugkomen. Maar nogmaals, Hosea 6 spreekt niet van de opstanding van Christus, maar van de opstanding van Israël op de derde dag. Dus de vraag blijft: waar zegt de Schrift dat Christus op de derde dag opgewekt moest worden? We moeten vaststellen dat dat nérgens in het Oude Testament staat. Maar let op: Paulus zégt ook niet dat Christus op de derde dag opgewekt moest worden, maar hij zegt dat Christus op de derde dag "is opgewekt naar de Schriften". Dat wil zeggen in overeenstemming met de Schriften. De boodschap in het Oude testament (de Tenach) is dat opwekking, meer speciaal wellicht die van de Messias, geschiedt op de derde dag. En dáár willen we ons mee gaan bezig houden. Als je een concordantie pakt dan kun je zien waar in het Oude Testament zoal gesproken wordt over de "derde dag". We gaan een flink aantal voorbeelden daarvan eens nader bezien. Laten we beginnen in 'het begin'. In Genesis 1 dus. Want de eerste de beste keer dat er sprake is van de "derde dag" blijkt het inderdaad waar te zijn wat Paulus stelt, namelijk dat opstanding ten "derden dag" naar de Schriften is. Als daaromtrent geen expliciete profetie blijkt te zijn, dan zullen we de bewijsvoering in een andere sfeer moeten zoeken. Niet zozeer in rechtstreekse profetieën maar in beelden, in schaduwen, of in typen zo u wilt. En daarmee is de toon gezet voor deze Bijbelstudie. Het gaat in hoge mate over wat 'typologie' genoemd wordt. De derde dag, zo zal blijken, heeft te maken met het ontstaan van nieuw leven.
Maar dan de derde dag. God roept in een wereld die nog helemaal onder water staat, "het droge te voorschijn"11. Op zich is dat al een opvallende gang van zaken in verband met ons onderwerp. Want wat is namelijk het fenomeen dat plaatsvindt op de derde dag? U moet zich dat proberen voor te stellen. Die hele wereld staat blank en dan komt daar uit de wateren land tevoorschijn. Het stijgt op uit de wateren. Nu vind je wel vaker in de Bijbel dat er iets opstijgt uit de wateren. Bijv. nadat de Here Jezus in de Jordaan gedoopt was door Johannes "stijgt Hij op uit het water"12. Waar is dat water dan een beeld van? Van de dood, het graf. Doodswateren. En als er iets opkomt uit de dood, dan is dat per definitie een beeld van opstanding. In bééld is opstijgen uit het water synoniem met opstaan uit de dood. Niet alleen bij de dóóp is het water een beeld van de dood, maar ook in de geschiedenis van Mozes. Als Jochebed, de moeder van Mozes hem in een biezen kistje legt. Dat was eigenlijk een grafkistje dat in de Nijl werd geplaatst. De Nijl was één groot kerkhof, want in de Nijl werden alle Israëlietische jongetjes gegooid 13. Dus wat ze eigenlijk doet is Mozes overgeven aan de dood. En wat gebeurt er dan? Mozes wordt gevonden door een Egyptische prinses en hij wordt uit het water gehaald. Daar ontleent hij zelfs zijn naam aan14. Want de naam Mozes betekent: uit het water getrokken. Ook feitelijk een beeld van opstanding. Hij is aan de dood ontsnapt. Er is leven na de Nijl. In Genesis 1 is dus sprake van wateren én daaruit opstijgend land. Vervolgens is er op die zélfde dag en op dat zélfde land voor het eerst in de Bijbel sprake van leven dat verschijnt. Weliswaar nog slechts vegetatief, maar niettemin 'leven'. "Dat de aarde jong groen voortbrenge, zaadgevend gewas, vruchtbomen"15. Leven op de derde dag! Leven op het land dat uit de doodswateren opgestegen was. Dus de eerste de beste keer dat er sprake is in de Bijbel van de "derde dag", blijkt het inderdaad in beeld betrekking te hebben óp, of is er een directe link te leggen náár wat er 4000 jaar later plaatsvond toen de Heer op de derde dag opstond uit de dood en werkelijk onvergankelijk leven aan het licht bracht. In type zie je dit reeds in Genesis 1. Even een zijpaadje: Er wordt gezegd: "God noemde het droge aarde" en de samengevloeide wateren "noemde Hij zeeën". Als wíj het over de aarde hebben, dan denken wij gewoonlijk aan een planeet die in het hemelruim zweeft. Maar als de Bijbel het over de aarde heeft spreekt zij niet over een planeet, maar over het droge. De Bijbel kent geen 'planeet die aarde heet'. Al is dat misschien jammer voor Hal Lindsey. De aarde bevindt zich niet in het hemelruim maar "onder de hemel"16. Wanneer de Bijbel b.v. zegt dat de aarde vast staat17, dan is dat geen astronomische mededeling. Een vaststaande aarde staat tegenover een bevende aarde, een aardbeving namelijk18. "God noemde het dróge aarde". Dát is de definitie. Dus als je op zee bent, dan bevind je je naar bijbelse termen niet meer op aarde. Dan begrijp je ook wat "de einden der aarde"19 zijn. Dat zijn de kuststroken! Dat betekent dus dat de Bijbel er helemaal geen zgn. archaïsch wereldbeeld op na houdt, zoals sommige critici ons willen doen geloven. De wereld die een soort pannekoek zou zijn waar je van af kan vallen. Zo'n conclusie getuigt slechts van onbegrip. God noemt het droge aarde. Als er in Gen 1:1 staat "In den beginne schiep God de hemel en de aarde", dan staat er voor 'aarde' in het Hebreeuws 'erets'. In Gen. 1 komt dat woord 'erets' vaak voor en in het algemeen wordt het vertaald met twee woorden. Met 'aarde' en met 'land.' Dat is hetzelfde verschijnsel als het Griekse woordje "gè" dat óók afwisselend wordt vertaald met 'aarde' en 'land'. Denkt u maar aan Mattheüs 24:30 waar in de N.B.G.-vertaling gesproken wordt over "alle stammen der aarde" die de Here Jezus zullen zien. Dat is een eigenaardige uitdrukking. Want het moet toch zijn de "vólkeren der aarde" en de "stámmen van het land"? In de Telos-vertaling wordt het daarom, denk ik, terecht weergegeven met de stammen van het land. Maar het is een lastig geval en moeilijk concordant (= eensluidend) te vertalen. We gaan weer terug naar de
les. Het ging er dus om dat in Genesis 1 voor de allereerste keer sprake
is van de derde dag.
Genesis 22
Daarom kon de Hebreeënbrief-schrijver
later zeggen dat Abraham geloofde in de opstanding.
Voor kenners verwijs ik natuurlijk naar de Zoon van Abraham. Zo wordt hij immers in het Nieuwe Testament geïntroduceerd. De eerste zin die we in het Nieuwe Testament vinden is "Geslachtsregister van Jezus Christus, de Zoon van David, de Zoon van Abraham". Over die Zoon van Abraham heb ik het in diepste zin. Het gaat hier in Gen. 22 over de enige zoon die geofferd wordt. Tot een 'offer der opstijging', want dat is de letterlijke vertaling van het Hebreeuwse woord dat gewoonlijk met 'brandoffer' vertaald wordt. Het brandoffer is een 'offer der opstijging'. Vaak is het zo dat bij de vooruitwijzende betekenis van offers gedacht wordt aan het sterven en de dood van de Here Jezus. En dat is wáár, maar er is een hele groep offers met een nog veel vérdergaande betekenis! En dat wordt maar zelden ingezien. Met náme is dit het geval bij het brandoffer dat niet zozeer wijst op het stérven van de Here Jezus maar op wat vólgde. Want de clou van het brandoffer is niet dat het geslacht werd. Dat was weliswaar een voorwaarde, maar een geslacht offer was nog geen brandoffer. Dan begón het pas! Het werd pas een brandoffer nadat het geslacht was. Wanneer het op het altaar (een verhoging!) gelegd werd en vervolgens opsteeg "Gode tot een lieflijke reuk"23. Een brandoffer was een geslacht lam dat opstéég. Daarom ligt het sterk voor de hand om brandoffers te zien als een type van de opstanding van Christus. En trouwens ook van Zijn hemelvaart en verdere verheerlijking. Van het feit dat Hij, nadat Hij geslacht werd opsteeg, verhoogd werd tot de hoogste hemelen. Dát was voor God tot "een lieflijke reuk". Want we moeten ons realiseren dat toen Hij geslácht werd, Hij van God verláten was24. Toen was Hij een zondoffer. Van een zondoffer lees je beslist niet dat het voor God "tot een lieflijke reuk" was. Integendeel! Het moest buiten de legerplaats verbrand worden omdat het een gruwel was25. Het werd geïdentificeerd met de zonde. Ook dát is vervuld in Jezus. Hij was het ware zondoffer toen Hij stierf buiten de poorten van Jeruzalem26. "Vervloekt is een ieder die aan het hout hangt", lezen we27. Maar het brandoffer ziet daar overheen. Daar gaat het om wat er gebeurde nadat Hij geslacht was en hoe Hij op de derde dag opsteeg uit de dood en verheerlijkt werd. De vrijwillige offers, de brandoffers, de vredeoffers en ook de spijsoffers hebben betrekking op "al de heerlijkheid daarna", zou Petrus zeggen (1 Petr.1:11). In Gen. 22 lees je dus dat Isaäk tot een brandoffer gemaakt moest worden28. En juist op die derde dag kreeg Abraham zijn zoon weer terug. Bij wijze van spreken als uit de dood. "Abraham heeft overwogen"29. Abraham's geloofslogica ging werken. God had gezegd "door Isaäk zal men van nageslacht van u spreken", dus dacht Abraham als ik Isaäk moet offeren, dan krijg ik Isaäk gewoon weer terug uit de dood. Dat is nog eens gelóóf. Daarom kon hij ook tot zijn knechten zeggen: "Wanneer we hebben aangebeden, zullen wij tot u terugkeren". Hoe wist hij dat nu? Abraham heeft "overwogen dat Gód bij machte was" en daar kom je nooit bedrogen mee uit. Tussen twee haakjes: ik denk dat de mensen in die tijd veel meer wisten dan wij vaak dénken dat ze wisten. Ik lees nergens in Genesis dat Abraham bekend was met opstanding uit de doden. Maar de Hebreeënbrief laat er geen misverstand over bestaan dat Abraham daar niettemin mee rekende. Wij zijn te veel behept met de evolutie-gedachte. We zeggen dan: 'wij leven inmiddels in de 20e eeuw en we zijn in vergelijking met vroeger veel verder'. En dat klopt wel, maar dan... veel verder van huis! We raken steeds verder van onze Oorsprong verwijderd. Abraham leefde 'nog maar' zo'n 2000 jaar na Adam. God had Zijn gedachten bekend gemaakt aan Adam en generatie op generatie is dat doorverteld en ook Noach - dat blijkt uit allerlei details - moet veel geweten hebben van wat wij symboliek en typologie noemen. Daar is vandaag heel weinig kennis meer van overgebleven. Wat de betekenis is van dingen in de natuur en hoe b.v. de sterrenhemel een uitdrukking is van Gods heerlijkheid. Maar God maakt zich niet alleen bekend door Zijn Wóórd maar ook door Zijn schepping. De natuur en de schriftuur zijn twee boeken van één Auteur. Als b.v. Jakob zijn hoofd op een steen gelegd heeft nadat hij gevlucht is voor zijn broer30 dan krijgt hij een droom en als hij 's morgens opstaat dan lees je dat hij zegt: "dit is niet anders dan een huis Gods"31. Vervolgens maakt hij die steen tot een opgericht teken; hij maakt die steen tot een opgestane (!!) en hij zalft hem. In het Hebreeuws staat er eigenlijk dat hij die steen tot een Messias maakte. Waarom zou Jakob dat gedaan hebben? Zou Jakob niet veel meer van de diepe betekenissen daarvan geweten hebben? Of deed hij dat zomaar? Hoe dan ook, wat je ziet
in Gen. 22 is dat Abraham zijn enige, geliefde zoon bij wijze van spreken
uit de dood terug ontving. Op de derde dag.
Omdat de zoon, de enige, de geliefde, de zoon der belofte ten offer is gebracht en bij wijze van spreken uit de dood terug is gekeerd op de derde dag... dáárom zal God Zijn belofte aan Israël vervullen. Door het Zaad van Abraham zal de héle wereld gezegend worden. Ik kan u verzekeren dat dat héél ver gaat! Veel verder nog dan een vervulling in het Messiaanse vrederijk van de toekomst. Paulus zegt in 1Kor.15 dat Christus moet heersen totdat uiteindelijk ook de láátste vijand, dat is de dood, zal zijn teniet gedaan. Weet u hoe Christus dat zal doen? Door de dood te verslinden in de overwinning! Door alle mensen levend te maken. Levend te maken zoals Hijzelf als Eersteling werd levendgemaakt in onvergankelijkheid, eer en heerlijkheid. Dát leven zal de hele mensheid eens kennen! Zoals nu alle mensen in Adam stervelingen zijn zó zullen ze straks in Christus allemaal worden levendgemaakt. Ieder in zijn eigen rangorde34. Daarom heet Hij ook "de laatste Adam"35. Net als Adam omvat Hij de gehele mensheid! Laat u alstublieft nooit wijsmaken dat er een 'nimmer eindigende dood' is. Dat is een ontkenning van Pasen. Ook "de tweede dood" waar Openbaring over spreekt zal worden teniet gedaan. God maakt immers ALLES nieuw. Alles wat verloren was zal de grote Eigenaar dan weer hebben teruggevonden36. Want Hij wil de hele mensheid redden! En dacht ú dat Hij daarin zal falen?37 Dat Hij zal verlaten wat Zijn hand begon? Dat wat Zijn liefde wil bewerken, ontzegd wordt door Zijn vermogen??38 Als je Gen. 22 op je laat
inwerken, dan is het feitelijk zo dat vanuit Isaäk zich een enorm
vergezicht ontvouwt dat betrekking heeft op dé Zoon der belofte.
Die opwekking ten derden dagen is wel degelijk "naar de Schriften". We hebben pas twee keren gezien dat er überhaupt sprake is van "de derde dag" in de Bijbel. In Gen. 1 en Gen. 22. En de voorlopige conclusie is dat het nergens anders betrekking op heeft dan op het Leven dat sterker is dan de dood. Onder de oppervlakte van deze geschiedenissen worden de schijnwerpers gericht op die Ene Zoon, de Geliefde die op de derde dag verrees. Jozef - Genesis 40
Ik ben echt niet muzikaal maar wil toch voorzichtig wijzen op een muzikale uitdrukking waarvan u vast wel eens hebt gehoord: 'de grote terts'. Dat betekent 'de grote derde'. Als je naar radio 4 luistert dan hoor je weleens dat iets gespeeld wordt in "grote terts". Een andere term die gebruikt wordt voor 'grote terts' is 'majeur'. Je hebt ook de "kleine terts" en dat is 'míneur'. 'Terts' is het latijnse woord voor derde en 'grote terts' wil zeggen dat de derde toon omhoog gaat. Bij de derde vindt er een verhoging plaats. Dat is 'grote terts' en als iets in grote terts is dan is dat in majeur en dat begrip betekent gewoonlijk dat het zeer vrolijk is. Gaan er al belletjes bij u rinkelen? En als het bij de derde toon omláág gaat dan is het in mineur. Een aardig voorbeeld van een lied dat in beide toonsoorten gespeeld wordt is Psalm 146. "Prijst de Heer met blijde galmen". In de reformatorische kerken bestaan ze het om dit in míneur te zingen. Dat is echt geen gehoor wanneer je goed op de tekst let. Hoe dan ook: bij de derde vindt er dus een verhoging plaats. Dat is in deze geschiedenis ook het geval. Zowel voor de schenker als voor de bakker. De een in majeur en de ander in mineur. Dan lees je in het vervolg dat "na verloop van twee volle jaren droomde Farao"41 en eindelijk komt Jozef uit de gevangenis. Jozef, de geliefde zoon van de vader... verkocht door zijn broeders... dood gewaand door Jakob... komt in het verborgene in Egypte. Dan komt hij in het huis van Potifar en later in de gevangenis42. In het verborgene, buiten de maatschappij, want in de gevangenis word je buiten de samenleving geplaatst. Na "twee jaren" wordt hij uit de gevangenis gehaald, verhoogd en koning. Dan komen ook zijn broeders en die herkennen hem dan uiteindelijk in zijn koninklijke heerlijkheid. Dan blijkt de doodgewaande wel degelijk de levende te zijn! Maar in de tussentijd, in die "twee jaren", is hij de miskende. Wie is hij? Waar is hij? Niemand weet van hem; hij werd zelfs door de schenker vergeten. Dat is typerend voor de positie van Christus in onze dagen. En eigenlijk ook voor hen die van Hem zijn. Zoals Paulus zegt: "uw leven is verborgen met Christus in God".43 Want Christus is vandaag verborgen; Hij staat buiten de maatschappij. En dat terwijl Hij de beloofde Koning is en alle beloften die God gedaan heeft m.b.t. Israël en de volkerenwereld in Hém gerealiseerd zullen worden. Maar wat zien we er vandaag van? Helemaal niets. Het is alles verborgen. En zo hoort het ook.44 Mag ik nog een link leggen naar het Nieuwe Testament? Vanuit welke plaats wordt de Verborgenheid door de apostel Paulus bekend gemaakt? Inderdaad, vanuit de gevangenis45! En vandaaruit publiceert hij geen boeken of zo, nee, hij schrijft brieven aan individuen en groepjes mensen. Hij voert, zo zou je kunnen zeggen, een ondergrondse beweging aan. En hoelang verbleef Paulus daar als gevangene? "De volle termijn van twee jaar"46 Is dat niet opmerkelijk? Exodus 19 is nog zo'n Schriftplaats
dat profetisch betrekking heeft op wat er straks gaat gebeuren. Daar lees
je dat Israël gesteld wordt tot "een koninkrijk van priesters"47
en dat de Heer gaat nederdalen voor de ogen van het hele volk "op de
derde dag".
Wanneer komt de HERE? Wanneer zal de HERE nederdalen voor de ogen van het ganse volk onder luid bazuingeschal? Op de "derde dag"57! Dan zal Israël "een koninkrijk van priesters" worden. Juist ten behoeve van alle volkeren der aarde. Dat ligt verborgen in Ex. 19. Het is natuurlijk historisch - de HERE ís toen op de derde dag neergedaald op de berg - maar er zit een dubbele bodem in. Want het heeft ongetwijfeld bovenal betrekking op wat er in de toekomst gaat gebeuren. Dan zal de HERE opnieuw op de derde dag, voor de ogen van het volk neerdalen onder luid bazuingeschal! En dan zal Israël inderdaad worden waartoe zij reeds zo lang is uitverkoren. Een "koninkrijk van priesters". Leviticus 7 is misschien
niet zo'n spectaculair voorbeeld als de voorgaande, maar toch de moeite
waard om er even bij stil te staan.
Het slachtoffer moest opgaan, opstijgen ... op de derde dag. Zal ik 't nog anders zeggen? Het Lam dat geslacht was... moest (op-)staan59. Onder de oppervlakte ligt ook hier het Paas-motief verborgen.60 In Numeri 19 gaat het over het offer van de rode vaars. Dit is een nogal bijzonder offer. Net als zoveel van de priester- en offerdienst wordt ook dít in de Hebreeënbrief aangehaald61. De Hebreeën-brief laat zien dat al deze zaken vervuld zijn en worden in de Here Jezus Christus. Een vaars dat is een koe van nog geen twee jaar. Het moest een rode zijn. In het Jodendom worden momenteel ook weer rode vaarsen geteeld. Heel veel attributen liggen al klaar voor als straks de offerdienst hersteld gaat worden. Want de Joden verwachten (terecht!) dat de offerdienst weer hersteld zal worden. Let ook nu weer op de vermelding
van de derde dag.
Paulus zegt "En indien Christus niet is opgewekt....dan zijt gij nog in uw zonden"64. Want hét bewijs van de ontzondiging bij uitstek, werd geleverd op de meest gedenkwaardige derde dag ooit. Ik las deze week in 'Visie' van een predikant die zei: "er wordt veel te weinig de nadruk gelegd op de opstanding van Christus". Dat zou ik duizendkoppig willen onderschrijven. Want het accent van de prediking van het Nieuwe Testament is niet het kruis - lees bijv. het boek Handelingen er maar op na. Petrus zegt dat hij getuige is van de ópstanding van Christus65 en Paulus zegt precies hetzelfde. De opstanding geeft met terugwerkende kracht zijn betekenis aan Golgotha. Inderdaad, Paulus predikte Jezus Christus, die gekruisigd ís66. Dat is voltooid! En dáár begint nu juist het Evangelie! Het is in de Bijbel niet zoals in het Rooms-katholicisme waar sprake is van een kruis waar Jezus nog aanhangt, een crucifix. Wij kennen een léég kruis. En een leeg kruis is in feite een embleem van de opstanding. "Hij is hier niet!" Hij is opgewekt! Daarmee denigreer ik Golgotha niet. Hoe zou ik durven? "Eén stierf voor allen". Voila. Maar tóch zegt Paulus:
Wanneer mensen het Evangelie samenvatten hoor je vaak "Ik weet dat Jezus voor mijn zonden is gestorven". Punt. Ik vind het jammer dat zoveel mensen 'het Goede Bericht' daarmee reduceren. Want het Evangelie is juist dat Hij opgewekt werd uit de dood. Wij hebben een levende Heer!
Terugkomend op Num. 19: de ontzondiging vond plaats op de derde dag71 en dan staat er ook "en op de zevende dag zal hij rein zijn". Dat wordt speciaal tegen Israël gezegd. En wat is die "zevende dag"? Daar zit, denk ik, een verwijzing in naar de sabbatdag die voor Israël zal aanbreken; het Vrederijk. Dat is de zevende dag bij uitstek, juist voor Israël. Ik denk dan weer aan de Hebreeënbrief waar gesproken wordt over de sabbatsrust die overblijft voor het volk van God. "Laten wij er dus ernst mede maken om tot die rust in te gaan"72. In die sabbatsrust, in die zevende dag zal Israël daadwerkelijk rein zijn. Waarom? Vanwege de ontzondiging op de "derde dag"! Met die "derde dag" en de "zevende dag" is trouwens ook een link te leggen naar het begin van het Evangelie naar Johannes. In hoofdstuk één lees je drie keer van "de volgende dag"73. En dan staat er in Joh. 2:1 "en op de dérde dag was daar een bruiloft" en wanneer je dit natelt blijkt dat deze "derde dag" eigenlijk de zevende dag van een reeks is. Vanuit profetisch perspectief is dat weer zo'n eigenaardig fenomeen. Want wanneer je de Bijbelse geschiedenis verdeelt in millennia (duizendtallen van jaren) dan krijg je ongeveer het volgende plaatje te zien. Van Adam tot Abraham is 2000 jaar. Vervolgens is de periode van Abraham tot Christus opnieuw 2000 jaar. En vanaf toen begon onze huidige jaartelling te lopen en die is opnieuw de 2000 genaderd. En indachtig wat Petrus in zijn tweede brief schrijft74 zijn er dus momenteel ongeveer zes dagen van duizend jaar voorbij. Oftewel: de zevende dag staat op het punt aan te breken! En de zevende dag is de dag van de sabbat. En is dat niet de beroemde dag des Heren? En bovendien -hoe kan het ook anders?- een dag die volgens Openbaring 20 óók weer 1000 jaar zal duren. Maar nu komt het. Wanneer we rekenen vanaf Israëls terzijdestelling in de eerste eeuw van onze jaartelling... dan blijkt de zevende dag identiek te zijn aan de derde dag! De zevende dag is in zekere zin dus ook de derde dag. Op die dag zal er een bruiloft zijn. En wat voor één! Wanneer je Hosea leest dan ontdek je dat God Zijn oude volk opnieuw zal huwen. "Ik zal u Mij tot bruid werven voor eeuwig"75. Het is werkelijk schitterend wanneer je met dít in gedachte 'de bruiloft te Kana' leest. Op de derde dag gaat de ark door de Jordaan.
In Jozua 1 lees je deze uitdrukking met betrekking tot de doortocht door de Jordaan. Binnen die drie dagen zal Israël de tocht door de Jordaan maken en een nieuw begin maken in het beloofde land. Want dat is het eigenlijk. De Jordaan is een grens en als je daar over bent dan ben je in het beloofde land. Vanouds is de Jordaan dan ook een symbool van de dood: de doods- Jordaan waar je doorheen moet om in het beloofde land te komen. Het was niet voor niets dat Johannes juist in de Jordáán doopte79. Waarbij de doop zo'n prachtig beeld is van ondergaan in het watergraf en van daaruit weer oprijzen. En het was óók niet voor niets dat Naäman juist in het troebele water van de Jordaan zich moest onderdompelen om daar weer als herboren uit te voorschijn te komen80.
11 Kor.154 2Hand.227(b) 3Hand.230 4Hand.1333 5Hand.1334 en Psalm 27 6Luk.2425-27 7Luk.2432,45 8Gen.19-13 9Gen.13 10Gen.16-8 11Gen.110 12Math.316 13Ex.122 14Ex.210 15Gen.111 16Deut.1121 Job.2824 17Ps.11990 18Hab.36 191 Sam.210 20Gen.221-4 21Gen.225 22Hebr.1117-19 23B.v. Ex.2918 24Math.2746 25Lev.611 26Hebr.1312 27Gal.313 28Gen.222 29Hebr.1118 30Gen.2810-22 31Gen.2817,18 32Gen.2215-19 33Gal.316 341 Kor.1522-28 351 Kor.1545 36Luk.154 371Tim.24 en 1Tim.410. Zie ook in dit verband Rom.518. 38Om dit te verstaan, dient men zich wel te realiseren dat 'eeuwige tijden' (2Tim.19) in de Schrift zowel een begin als een einde hebben. Het 'eeuwige oordeel' is niet eindeloos maar houdt verband met 'eeuwen', tijdperken. 39Rom.832 40Gen.4020-23 41Gen.411 42De gevangenis is kennelijk het andere huis van Potifar; vergl. Gen.391 en 403 43Kol.33 44Hebr.28 45Efeze 3 vanaf vers 1. 46Hand.2830 47Ex.196 48Ex.193-6 491Petr.29 50Openb.16 51Gal.27-9 52Ex.193 53Ex.1910 54Ex.1916 552Petr.38 56Hosea 62 57Ex.1916 58Lev.616,17 59Openb.512 60Een zelfde gedachte vind je trouwens ook in Lev. 19:6. 61Hebr.913 62Num.1911,12 63Num.1912 641Kor.1517 65Hand.122 661Kor.22 67Rom.834 682Tim.28 In het origineel staat het woordje "dat" niet. Dus: gedenkt Hém die uit de doden opgewekt werd. 691Kor.1514 70Rom.109 71Num.1912 72Hebr.411 73Joh.129,35,44 742Petr.38 75Hosea 218 76Jozua 110,11 77Joh.219 78Math.2661 79Math.36 802Kon.5 81Jozua 31 82Jozua 32,3
|