|
NAAR DE SCHRIFTEN"deel II
De ark was het centrum van heel Israëls eredienst. De ark, daar draaide alles om. De ark moest men navolgen. De ark was de plaats waar God contact had met het volk. Je leest ook dat God van tussen de cherubim tot Mozes sprak83. Die cherubim stonden met uitgespreide vleugels boven de ark. Het woord ark, dat is in het Hebreeuws het woordje 'aron' en dat betekent een kast, een kist. De eerste keer dat deze uitdrukking voorkomt is in het laatste vers van Genesis en daar wordt het gebruikt voor de lijkkist van Jozef. Dat is hetzelfde woord. Daarna in het Oude Testament is het de aanduiding voor "de ark des Heren", ofwel "de ark van het getuigenis" of "de ark van het verbond". Het is maar hoe je het zeggen wilt. In de Hebreeënbrief gaat de schrijver in op alles wat er in de tabernakel stond.
De schrijver had een heleboel te vertellen over Melchizedek en over de offerdienst en hij zou nu ook in bijzonderheden kunnen treden over de ark. Maar omdat dit hem te ver van zijn onderwerp zou voeren deed hij het niet. Wat hij o.a. wél vermeldt is dat de "ark des verbonds rondom met goud was overtrokken". Niet alleen met goud overtrokken maar ze had zelfs een gouden kráns, zo lees je in de Staten Vertaling85. Een gouden kroon lees je in de King James-vertaling. De ark was dus werkelijk met goud gekroond! Terecht toch? "Kroont Hem met gouden kroon", zingen we. Die ark was een voorwerp met een gouden kroon en helemaal met goud overtrokken. Het was weliswaar van acasia- (oftewel sittim-)hout gemaakt, maar overtrókken met goud. Goud is een beeld van onvergankelijkheid. Goud roest namelijk niet. Goud is een edelmetaal. Het laat zich niet verbinden met zuurstof. Goud wordt niet ontoonbaar gemaakt door "mot of roest". Goud is een beeld van Gods heerlijkheid. Eerder in de Hebreeënbrief lees je van de Here Jezus en Zijn "lijden des doods"86. Maar nu is Hij "met eer en heerlijkheid gekroond"! Hij is als het ware met goud gekroond en overtrokken. Aanvankelijk was de ark slechts van acasiahout. Een soort doodskist. Zoals ook de Heer stierf aan het hout. Maar thans is Hij met goud overtrokken. "Gekroond met eer en heerlijkheid". De ark is in elk opzicht, in alle details een beeld van Christus Jezus die opgewekt is uit de doden. Daarom geen lijkkist, maar een kist waarin juist het Léven tentoongesteld wordt. Het Leven dat de dood heeft overwonnen. Dat blijkt ook uit de "gouden kruik met het manna" dat zich daarin bevond. De betekenis van het manna wordt door de Here Jezus in Johannes 6 uitgelegd. Hij zegt: "Ik ben dat brood des levens"87. Wat de Here Jezus doet is niets anders dan typologische uitleg geven van wat er ooit met het volk Israël in de woestijn was gebeurd. Die kregen brood uit de hemel. En Hij zegt dan eigenlijk: dat brood van toen is een voorstelling van wat Ik ben. Hij werd ook niet voor niets geboren in Beth-lehem, wat 'huis van brood' betekent. Dat levende brood, dat manna uit de hemel dat werd bewaard in een gouden kruik. In de Bijbel lees je vaak over áárden kruiken. Een aarden vat is een beeld van vergankelijkheid. Een aarden vat is broos en breekbaar. Paulus zegt: "wij hebben een schat in aarden vaten".88 Hier wordt gesproken van manna in een góuden kruik. Als een aarden vat een beeld is van een vergankelijk lichaam dan is een gouden kruik een uitbeelding van een onvergankelijk lichaam. En vandaar dat het verwijst naar het lichaam van de Opstanding, want dat is onvergankelijk. Opgewekt in onvergankelijkheid, eer en in heerlijkheid, zegt Paulus89. Dáár is die gouden kruik een beeld van. Van Hem die is opgewekt uit de doden. In de ark was ook "de staf van Aäron, die gebloeid had". Die staf was weliswaar een dood ding maar bracht dan toch maar leven voort. Amandelbloesem namelijk. Dat dit ook weer van alles met de lichtgevende kandelaar te maken heeft90 en met God die waakt over Zijn Woord91 laten we nu maar even rusten. De staf bracht léven voort waardoor de hogepriester werd aangewezen. Wie moest de hogepriester zijn? God had Zijn keus al gemaakt, maar die werd betwijfeld door Israël en dan zegt God: Ik zal de hogepriester van Mijn keuze aanwijzen. Dat wordt dan gedemonstreerd door de staf die leven voortbrengt. Zo wordt de hogepriester aangewezen92. Later zou de Hebreeënbriefschrijver zeggen, dat de ware Melchizedek, Priester is "krachtens een onvernietigbaar leven"93. In de Staten Vertaling staat "niet naar de wet des vleeschelijken gebods", dat wil zeggen: niet vanwege afkomst van Levi of zo. Nee, Hij is Hogepriester krachtens "onvernietigbaar leven". Door Zijn opstanding uit de dood. Daarom is Hij Hogepriester. Dat is ook wat de geschiedenis van Num. 17 uitbeeldt. Hij werd aangewezen als de ware hogepriester omdat zijn staf bloeide. Je zou zelfs kunnen zeggen dat een staf sowieso een beeld is van opstanding. Ik denk aan Psalm 23. Daar is een regel dat luidt: zelfs al ga ik door een dal van schaduwen des doods, Uw stok en Uw staf vertroosten mij94. Wat zou je vertroosten als de dood z'n schaduwen vooruit werpt? De staf, want die verwijst naar de opstanding! Als je zwak bent heb je een staf nodig om op te staan! En als je staande wilt blijven heb je ook een staf nodig. Daar kun je dan op leunen. En dan denk ik weer aan een voorval i.v.m. Jakob. Je leest van Jakob dat hij beloften geeft aan zijn zonen "leunende op het uiteinde van zijn staf"95. Hij sprak woorden over de laatste dagen. Over wat zijn zonen zou "wedervaren"96 en waartoe ze bestemd waren. Hij spreekt dan een machtige profetische rede uit terwijl hij op het uiteinde van zijn staf leunt. Daar zit een diepe gedachte achter. Jakob kon dit alles uitspreken doordat hij zijn vertrouwen gesteld had op de opstanding. Daar rustte hijzelf op maar daarop berusten ook de woorden die hij uitsprak. Ongetwijfeld zijn er nog veel meer voorbeelden van staven die dit zelfde principe demonstreren. Bijv. de staf van Aäron97 die al eerder levend was geworden en een slang werd. Of de staf die Mozes op de rots sloeg98 waardoor er lévend water voor het volk tevoorschijn kwam. Of de opgerichte (!!) staf die zorgde voor de overwinning99. Of wat dacht u van de staf van Elisa die hij op een dode jongen hield100? En wat gebeurde er? U raadt het al: de jongen staat op! De staf is een beeld van opstanding! Enfin, terwijl de staf dus bloeide wist Israël nog helemaal niet wie de hogepriester was. Hoewel ze het wel hadden kúnnen weten. En ze wisten ook niet van de bloeiende staf. Dat was Israël onbekend. Het was donker. En ze konden ook niet kijken in het heiligdom. Pas toen die staf uit het heiligdom kwam, zag Israël het. Je zou zo het commentaar van de Hebreeënbrief-schrijver er naast kunnen leggen. Want die Hogepriester bevindt Zich momenteel in het heiligdom en het wachten is op het moment dat Hij uit het hemels heiligdom zal komen ten aanschouwen van het hele volk. Het is nu nacht. Het licht der wereld is weg101. Het is nacht in deze wereld, maar niettemin, de staf in het heiligdom bloeit. En de Hogepriester is in het hemels heiligdom. En daar is ook een Ark onttrokken aan het gezicht. Niemand ziet Hem. Maar Hij is er! In het binnenste heiligdom. En dáár gaat het om! Wat lag er nog meer in de ark? De tafelen van het verbond. Ook wel genoemd "het getuigenis"102. De wet in het binnenste. Dat was overigens het twééde stel. Het eerste stel was al aan diggelen gegaan voordat het ook maar enige dienst had gedaan103. "Hij heft het eerste op, om het tweede te laten gelden"104. Niet het eerste verbond maar het tweede verbond. Dat is blijvend. Niet het eerste stel tafelen maar het tweede stel tafelen. Toen het eerste stel tafelen opgelegd werd aan het volk, brak het meteen aan diggelen. Dat is daarmee eigenlijk ook symbolisch voor het oude verbond. Wanneer de wet aan de mens wordt opgelegd breekt het onherroepelijk stuk. Vandaar dat het tweede stel stenen tafelen gelegd moest worden in de ark. Daar was het veilig. Ik denk dan aan de Messiaanse woorden: "Uw wet is in Mijn binnenste"105. Dan staat er nog "daarboven waren de cherubs der heerlijkheid"106, die het verzoendeksel overschaduwen. Paulus zegt van Christus "dat God Hem voorgesteld heeft als zoenmiddel door het geloof"107. In het Grieks staat er "hilasterion", d.w.z. verzoendeksel. Daar staat dus zwart op wit dat het verzoendeksel niets anders is dan een voorstelling van Christus. Het verzoendeksel verwijst naar "het bloed des kruizes".
We keren eindelijk weer terug. Terug naar de ark die als eerste door de Jordaan ging112. De ark - die dus een beeld is van de opgewekte Christus - moest men navolgen. Ze ging door de Jordaan en zou er aan de andere kant weer uit opstijgen. Wat dus een overduidelijk beeld is van Christus Die de dood inging en daaruit weer opstond. En wel aan de spits. Men moest namelijk de ark navolgen. Later wordt het ook zo uitgelegd. Als er stenen worden opgericht in het midden van de Jordaan dan lezen we:
Even terzijde: de naam Jordaan komt van 'jor' en dat betekent 'afdaling' en 'daan' verwijst naar de plaats Dan dat in het noorden van Israël lag. Dat is waar de Jordaan ontspringt en vervolgens afdaald naar het zuiden. Afdalend vanaf Dan, dat is de Jordaan. En dan lees je dat Israël de ark gaat navolgen.
In 'Het Boek' lees je in Joz. 3:4 "een krappe kilometer". Dat is bijzonder attent van de vertalers, alleen vrees ik dat iets héél belangrijks je dan ontgaat... want dat zit 'm nu juist in die tweeduizend. Overigens staat nergens expliciet in de Bijbel vermeld dat een sabbatsreis tweeduizend ellen is. Het wordt als bekend verondersteld. 'Handelingen' spreekt over een "sabbatsreis" als afstand tussen de Olijfberg en Jeruzalem116. En dat klopt wel. Die afstand is inderdaad ongeveer één kilometer. In Numeri wordt gesproken over tweeduizend ellen als maat voor de weidegrond die priesters toegewezen kregen117. Die maat van tweeduizend ellen vind je dus vaker. In Hosea 6 lees je in vers twee dat Israël na twee dagen zal herleven. D.w.z. Israël gaat dezelfde weg als haar Messias. Het zal ook na twee dagen herleven. Wat betekent dat nu? Ik denk dat de 'missing link' in 2 Petr.3:8 te vinden is, waar staat dat voor de Heer één dag is als duizend jaar en duizend jaar als één dag. Zo rekent de Heer. Dus als er staat dat Israël na twee dagen zal herleven118 dan betekent dat óf niets, óf het betekent dat Israël na ongeveer tweeduizend jaar tot nieuw leven komt. Israël volgt wel degelijk haar Messias, maar op een afstand. Op een afstand van ongeveer tweeduizend....
In 2 Kon. 20 vinden we de geschiedenis van Hizkia. Dit is een fraai voorbeeld van hoe opstanding ten derde dag volstrekt "naar de Schriften" is.
En weet u dat het huis des Heren een beeld is van het hemels heiligdom waar de Heer momenteel inderdaad verkeert? Een koning die ingaat in het heiligdom doet al gauw denken aan een priester natuurlijk. Weliswaar was de combinatie koningschap-priesterschap voor Hizkia onmogelijk maar voor dè Zoon van David bepááld niet. Die is momenteel in het Heiligdom en naar officiële maatstaven behalve Koning óók Priester. "Krachtens onvernietigbaar leven", stelt de Hebreeën-brief plechtig vast. Koning-Priester naar de ordening van Melchizedek.
Wat hier gebeurt in Esther 5 is een omkeer in het boek. Want aan Esther wordt genade bewezen zodat de geschiedenis een wending krijgt. Wat Esther deed viel niet mee want het naderen van de koning kón haar dood betekenen. Maar de gouden scepter werd haar aangereikt. Op de derde dag. Genade werd haar bewezen.
Hosea 6 is de meest expliciete profetie in het Oude Testament over opstanding uit de dood ten derde dage. Inmiddels hebben we al diverse keren naar deze Schriftplaats verwezen. Het was in eerste instantie een beetje moeilijk, want als je het goed leest, dan blijkt het hier niet te gaan over Christus, maar over Israël. Maar inmiddels zijn wij wel zo wijs geworden, dat dit in dit verband niet een al te groot verschil is. Want Israël vólgt haar Messias in de opstanding. Gewoon door de Jordaan, bij wijze van spreken. Ook op de derde dag; alleen praat je dan niet meer over een dag van 24 uur. Tussen twee haakjes: in de Bijbel bestaat een dag sowieso niet uit 24 uren maar "er gaan twáálf uren in een dag" zegt de Here Jezus124. "God noemde het licht dag"125. Vandaar ook dat naar Bijbelse maatstaven een dag eindigt in de avond, wanneer het donker wordt.
Daar zit zelfs een datering aan vast. Dát is het meest opmerkelijke van deze Schriftplaats. Weliswaar een cryptische, maar niettemin een datering. Want, staat er:
Maar tóch... als je een Bijbels antwoord wilt geven op de vraag wanneer de HERE komt, kun je altijd met een gelovig hart zeggen: Ten derden dage. Dan heb je geen wóórd verzonnen. "Dán komt Hij tot ons". Dan komt Hij tot Israël, om precies te zijn. En voor Israël zal dat betekenen "leven uit de doden"128. Híer staat dat het zal zijn op de derde dag. Het zal niet alleen herleving voor Israël betekenen maar ook de terugkeer van Hem, die Zich tot dusver verborgen hield. Van Hem die is teruggekeerd naar Zijn plaats, de hemel. Israël zal - om zo te zeggen - inmiddels z'n les geleerd hebben en de Ark, haar Messias gaan volgen. Op een vastgestelde afstand ... Wist u trouwens dat Luther reeds in zijn tijd dit fenomeen van de dagen van duizend jaar ook erkende? Hij verdeelde de wereldgeschiedenis vanaf Adam in zes dagen van duizend jaar en meende dat de dag des Heren daarna zou aanbreken. Dus Luther had óók een idee van wanneer de Heer ongeveer zou terugkeren. Dat maakte hem niet al te veel uit want hij plantte z'n boompje toch wel, zoals u weet. Jona is een prachtig type van Israël dat op de derde dag haar taak en missie in de wereld zal gaan uitvoeren, zoals we iets soortgelijks ook in Hosea zagen.
Hoe het ook zij, Jona's verblijf in de doodswateren van de zee verwijst volgens Jezus Zélf naar Zijn eigen verblijf in het graf. En zoals Jona op de derde dag uit de wateren tevoorschijn kwam zó is ook de Here Jezus op de derde dag uit de dood tevoorschijn gekomen. Hebt u wel eens het liedje gezongen 'Jonas in de wallevis'? En hebt u zich ook wel eens afgevraagd waarom het dan eindigt met 'van je één... twee...DRIE!!'? Voor kinderen is dit liedje juist zo leuk om wat er dán gebeurt. Want bij de 'drie' komt de grote sensatie! En zo was het ook bij Jona(s). De grote gebeurtenis vond plaats op de derde dag. We zijn aan het einde gekomen van een speurtocht door het 'Oude Testament'. Twaalf Bijbelhoofdstukken zijn de revue gepasseerd waarin de frase 'de derde dag' een rol speelt. En we kunnen aan het einde van onze zoektocht niet anders dan Paulus' bewering in 1 Kor.15:4 bevestigen. De opstanding van Christus op de derde dag is inderdaad volkomen "náár de Schriften". Niet slechts naar de Schrift maar naar de Schriften. Sterker: op álle plaatsen in de Tenach waar sprake is van de 'derde dag', verwijst dit bedekt naar wat er rond het jaar dertig van onze jaartelling plaats gevonden heeft in de hof van Arimathea. Naar de weggewentelde steen. Het is dít historische feit dat zonder enige twijfel de kern is van 'het Goede Bericht'. Het Evangelie dat een Kracht Gods is!
83O.a. Num.789 84Hebr.94,5 85Ex.2511 86Hebr.29 87Joh.635 882Kor.47 891Kor.1542,43 90Ex.2533,34 91Jer.111,12 92Num.17 93Hebr.716 94Psalm.234 95Hebr.1121 96Gen.491 97Ex.710 98Num.2011 99Ex.178-16 1002Kon.429 101Joh.95 102Ex.2516 103Ex.3219 104Hebr.109 105Vergl. Ps.409 en Hebr.105-7 106Hebr. 95 Ex. 2518-20 107Rom.325 108Kol.120 109Rom.510 1101Tim.26 111Joh.442 1Kor.1026 112Joz. 3:3 113Joz.46,7 114Joz.316 115Joz.33,4 116Hand.112 117Num.355 118Hos.62 119Joz.37 1202Kon.201 en 5 en 8 121Hebr.57 122Est.51-3 123Rom.521 124Joh.119 125Gen.15 126Hos.515 127Hos.61,2 128Rom.1115 129Jona 117 130Math.1238-40
|