|
laatste wijziging: 2
april 2005
|
||
|
aantekeningen van studie n.a.v. 1Korinthe 7, gehouden op 1 februari 2001 trouwen... of niet? alles
geoorloofd Eén
van de dingen die Paulus altijd weer benadrukt, is dat de gelovige in
Christus Jezus vrij is. Zo plaatst hij in de Korinthe-brief meermalen
de statement: "alles is mij geoorloofd, maar niet alles is nuttig". Mensen
willen vaak maar één ding weten: wat is wel en wat is niet
geoorloofd? Net als kleine kinderen. Wanneer je met die instelling 1Korinthe
7 gaat lezen maak je al direct een valse start. Want het gaat er niet
om of je MAG trouwen, scheiden of hertrouwen maar of het NUTTIG is. Is
het tot verheerlijking van de Heer? Is het tot opbouw? Paulus wordt niet moe om te benadrukken
dat wat hij schrijft over allerlei praktische kwesties geen bevelen zijn
maar zijn persoonlijke opinies. "Dit zeg ik om u tegemoet te komen, niet
om u te bevelen". "Maar tot de overigen zeg ik, niet de Heer...". "Ik
geef mijn mening...". Etc. Hoe
gek het ook moge klinken: 1Korinthe 7 is bepaald geen aanbeveling van
het huwelijk. Integendeel zelfs. Paulus begint zijn relaas over het huwelijk
zelfs met de bewering dat het ideaal is voor een mens om (zoals er letterlijk
staat) "een vrouw niet aan te raken". En: wie trouwt doet goed, maar wie
niet trouwt doet beter. Paulus
is een groot voorstander van vrijheid. Daarin gaat hij heel ver. "Jullie
zijn gekocht en betaald. Wordt geen slaven van mensen". Om deze reden
gaf Paulus er ook de voorkeur aan om ongetrouwd te blijven. Iedereen die
getrouwd is en een gezinsleven heeft weet hoeveel aandacht deze zaken
vragen. Het gezegde luidt: 'wie trouwt halveert zijn rechten maar verdubbelt
zijn plichten'. Het
enige argument dat Paulus in 1Korinthe 7 noemt om te trouwen, is gebrek
aan zelfbeheersing. "Indien zij zich niet kunnen beheersen, laten zij
dan trouwen. Want het is beter te trouwen dan te branden". Dat klinkt
misschien niet zo elegant (en romantisch) maar het is wel eerlijk. Paulus
erkent ook ruiterlijk dat niet iedereen (zoals hijzelf) begiftigd is met
de gave van onthouding. Het
huwelijk is het exclusieve terrein voor het beleven van het "één
vlees"-zijn (=geslachtsgemeenschap). Paulus zegt tegen de ongehuwden die
branden van begeerte: "laten zij trouwen". Het
is volgens Paulus maar niet zijn persoonlijke opinie maar de wil van van
de Heer, wanneer hij stelt dat men de huwelijkspartner niet behoort te
verlaten. Men verbreekt een verbond dat levenslang is ("tot de dood
ons scheidt"). Mocht iemand tóch de huwelijkspartner verlaten
hebben, zegt Paulus, dan behoort men ongetrouwd te blijven of zich met
de partner te verzoenen. Het
huwelijk bestaat "van den beginne". Nadat de vrouw uit de man
was genomen lezen we: "daarom zal een man zijn vader en moeder verlaten,
zijn vrouw (niet: zijn vriend of vriendin!) aanhangen en zij zullen tot
één vlees zijn". Het "één vlees
zijn" duidt op de lichamelijke eenwording in de geslachtsgemeenschap
en op het kind dat daardoor eventueel wordt verwekt. Strikt
genomen vinden we in Genesis 2:24 niet zozeer de instelling alswel de
verklaring ("daarom") en de voorzegging ("zij zullen")
van het huwelijk ("zijn vrouw"). Echtbreuk
is niet hetzelfde als echtscheiding. Echtbreuk is contractbreuk. Dat is
immoreel. Maar echtscheiding is contract-beëindiging. En daarvoor
geeft de Schrift wel degelijk een wettige reden op: 'hoererij'. De
evangelieën zijn er duidelijk over, dat behalve wanneer hoereij (Gr.
porneia) in het spel is, echtscheiding uit den boze is. En hertrouwen
dus ook. Gods
wet aan Israël luidt: "gij zult niet echtbreken". Maar
diezelfde wet regelt de echtscheiding. Wanneer een man iets schandelijks
ontdekt had bij zijn vrouw (ontrouw) en hij was niet in staat haar genadig
te zijn dan was het legaal om van haar te scheiden. Jezus
zei: "Mozes heeft u met het oog op de hardheid uwer harten toegestaan
uw vrouwen weg te zenden, maar van den beginne is het zo niet geweest".
De "hardheid uwer harten" slaat op het onvermogen van de man
zijn vrouw te vergeven danwel op de onwil van de vrouw om zich te bekeren.
Geloof
het of niet, maar de HERE Zelf is ooit van Zijn vrouw gescheiden. Meer
speciaal: gescheiden van de tien stammen van Israël. Het verbond
tussen God en Zijn volk was een huwelijksverbond. Maar de vrouw ging dikwijls
vreemd met andere 'mannen' (lees: goden). En omdat de vrouw (Israël)
zich niet wilde bekeren, heeft Hij haar het huis (lees: het land) uitgezet
met een echtscheidingsakte. Wanneer
een broeder of zuster een ongelovige huwelijkspartner heeft die niet langer
met hem of haar wil samenleven behoort deze daar in te bewilligen. "De
broeder of zuster is in dit geval niet gebonden". Waarom een huwelijk
instandhouden tussen twee vechtgenoten? Paulus zegt: "In vrede heeft
God jullie geroepen". In
tegenstelling tot het (b.v.) rooms-katholieke idee zit een gelovige na
moedwillige verlating niet levenslang vast aan zijn of haar ex-echtgenoot.
Paulus zegt uitdrukkelijk: "de broeder of zuster is in dit geval
niet gebonden". Paulus
schrijft: "een vrouw is gebonden zolang haar man leeft". Maar
let op. Er staat: "haar man". Het gaat dus om een gehuwde vrouw.
Dit gegeven ondersteunt dus niet de RK-gedachte van 'het nimmer ontbindbare
huwelijk' (dus ook na formele echtschieding).
|
||