|
laatste wijziging: 18 december 2009 |
|
EEN STIL EN GERUST LEVEN de tijden der heidenen de tijden der heidenen Tot aan de tijd van Nebukadnezar, koning van Babel, bestond er temidden van de vele volken, één heuse theocratie. We lezen van de zoon van David het volgende:
Gedurende vele eeuwen hebben op deze "troon des HEREN" een twintigtal opeenvolgende koningen gezeten. Totdat koning Nebukadnezar met zijn legermacht de stad en tempel van Jeruzalem verwoestte en de overgebleven twee stammen van Israël deporteerde naar de stad Babel. De periode die toen aanbrak noemt de Bijbel "de tijden der heidenen" (Lucas 21:24). Het is de tijd dat "de stad van de grote Koning" (Matteüs 5:35) de rechtmatige koning uit het huis van David moet ontberen. Ook sinds 1967 is in deze situatie geen verandering gekomen. Het is heel typerend dat God in Daniël 2 (waar de opeenvolgende wereldrijken beschreven worden gedurende "de tijden der heidenen") de "God des hemels" genoemd wordt (2:37). God heeft Zijn troon te Jeruzalem verlaten en heeft Zich sindsdien a.h.w. teruggetrokken in de hemel. Dit zal voortduren totdat "de God des hemels een Koninkrijk zal oprichten, dat in eeuwigheid niet te gronde zal gaan" (2:44). Waarmee gezegd is dat tot die tijd, iedere poging een theocratie op aarde te vestigen prematuur is. In het beste geval zonder succes. Het is God Zelf die de heerschappij heeft overgedragen aan de heidenvolken. Tegen Nebukadnezar wordt gezegd:
Eén van de opvallendste zaken in dit Bijbelhoofdstuk is dat er een neergaande lijn getoond wordt van wereldrijken. Het begint bij Nebukadnezar die wordt voorgesteld als gouden hoofd. Dan volgen drie wereldrijken die worden voorgesteld door resp. zilver, koper en ijzer/leem. Het tekent een afnemende kwaliteit van metalen. Geen evolutie maar devolutie. Gods oogmerk in onze dagen is niet het vestigen van een ideale regering. Integendeel! Hij is bezig het bewijs te leveren dat menselijke heerschappij per definitie gedoemd is te falen. Heerschappij van welke aard dan ook. Van absoluut despotisme tot vergaande democratie. Tot de grondbeginselen van de Westerse wereld behoort het idee van democratie. Hoe onthutsend het voor sommigen ook moge zijn, de democratische gedachte is vreemd aan de Bijbel. In een democratische maatschappij komt de volmacht om te regeren van onderaf. Het volk regeert. In de Schrift daarentegen, komt volmacht om te regeren van bovenaf (vergl. Johannes 19:11). Treffend zien we dit uitgebeeld in de metaalsoorten die genoemd worden in Daniël 2 (goud, zilver, koper en ijzer). In de afnemende kwaliteit van de diverse metalen wordt voorgesteld hoe absolute autoriteit van boven steeds meer devalueert. Nebukadnezar bezat absolute macht. God had hem tot heerser van alles gemaakt. Deze absolute macht wordt voorgesteld in het goud. Nebukadnezars absolute macht was een reflectie van wat God aan hem had toevertrouwd. Het koninkrijk van de Meden en Perzen, na Nebukadnezar, was in dit opzicht inferieur ("geringer dan het uwe"; 2:39). De koning in dit rijk was gebonden aan de wetten die hij zelf had uitgevaardigd. Dat waren met recht 'wetten van Meden en Perzen'. In het navolgende Griekse rijk was de autoriteit van de heerser nog weer meer ingeperkt, doordat de generaals diens besluiten konden dwarsbomen. In een democratie is autoriteit gedevalueerd tot de bodem. In een democratie staan autoriteiten principieel zelfs onder de burgers. Met name in verkiezingstijd zien we hoe veelbelovende (!) partijen en politici strijden om- want afhankelijk zijn van- volksgunst. Niet expertise en bekwaamheid (vergl.Daniël 1:3,4) maar populariteit en ambitie zijn daarbij bepalend. de Allerhoogste geeft het koningschap aan wie Hij wil Hoewel God momenteel de God des hemels is en Zijn Koninkrijk wacht tot de bestemde tijd - heeft Hij als Allerhoogste niettemin de touwtjes vast in handen. Zelfs de machtigste man ooit ("koning der koningen"; Daniël 2:27,38) moest de les leren dat
Of ze zich het nu bewust zijn of niet: koningen, presidenten en alle superieuren regeren slechts bij de gratie van God. Of ze nu door een coup of langs 'eerlijke democratische weg' aan de macht zijn gekomen - ook machthebbers kunnen geen millimeter verder gaan dan de Allerhoogste hen toestaat. Jesaja zegt spottend:
Machthebbers staan onder de Allerhoogste. Ziedaar de belangrijkste reden voor het Bijbelwoord dat iedere ziel zich zou schikken onder de overheden die er zijn (Romeinen 13:1). Dit gold voor de gelovigen te Rome die leefden onder het schrikbewind van Nero. Zoals het ook gold voor de Joden die leefden onder de Romeinse bezetter (Johannes 19:11). "Er is geen overheid dan onder God". Van de overheid wordt gezegd dat ze Gods dienaar is (Romeinen 13:4). Let op: dit is een vaststelling en geen oproep tot christelijke politiek... De overheid behoort niet Gods dienaar te zijn, ze is het! Wanneer we aanvaarden dat God alles
in Zijn hand heeft en 'hoge plaatsen' geeft aan wie Hij wil,
leren we te danken... óók voor onze superieuren. |