... en ook om het buitengewone van de openbaringen.
Daarom is mij, opdat ik mij niet te zeer zou verheffen, een doorn
in het vlees gegeven, een engel des satans, om mij met vuisten te
slaan, opdat ik mij niet te zeer zou verheffen.
2Korinthe 12:7
Over de vraag boven dit artikel is al veel gespeculeerd.
Alle kwalen of handicaps die een mens maar kan verzinnen, zijn zo ongeveer
in de loop der tijden, geopperd. Tot aan epilepsie en homofilie aan
toe. Al deze speculaties zijn echter onnodig, aangezien Paulus in het
bewuste Bijbelvers zelf antwoord geeft.
Laat ik om te beginnen de Engelstalige interlinear (ISA)
van 2Kor.12:7 tonen.

IN het vlees?
In de eerste plaats moet worden opgemerkt dat het voorzetsel "in"
ontbreekt. Er is geen sprake van een doorn IN het vlees. De naamval
waarin het lidwoord wordt gebruikt, kan het beste worden weergegeven
met "een doorn voor het vlees". "IN het vlees"
wekt teveel de indruk van een lichamelijke aandoening, terwijl dat niet
in de uitdrukking besloten ligt.
engel?
In de tweede plaats is het vertaalwoord 'engel' nogal suggestief. Onwillekeurig
denken we dan aan een hemelwezen, terwijl het achterliggende 'aggelos'
duidt op een boodschapper, al of niet van hemelse origine. De verspieders
b.v. die de hoer Rachab in huis nam, heten 'aggelos', d.w.z. boodschappers
(Jak.2:25). Rachab nam geen engelen in huis, maar boodschappers.
Paulus' eigen verklaring
Er is geen reden om te raden naar Paulus "doorn voor het vlees",
aangezien hij de metafoor zelf direct verklaart: het gaat om een boodschapper
van satan! In de context van 2Kor.10-12 is dat ook heel logisch. Paulus
gaat in deze hoofdstukken uitgebreid in op de tegenstanders van zijn
boodschap die in de gemeente te Korinthe voet aan de grond hadden kregen.
Hij noemt ze schijn-apostelen en bedriegelijke arbeiders en vergelijkt
ze met satan die zich voordoet als een boodschapper van licht (11:13,14).
Deze lieden verkondigden een "andere Jezus" en een "ander
evangelie" (11:4 vergl. Gal.1:9). Hij beschrijft ze als arbeiders
die de Korinthiërs tot slaven maakten, beslag op hen legden en
in het aangezicht sloegen (11:20). 2Kor.10-12 toont een Paulus die als
gestoken reageert op de aantijgingen en insinuaties, van één
van hen. Ze waren niet minder dan een slag in zijn gezicht. Dát
is de doorn voor Paulus' vlees: een boodschapper van satan die hem met
vuisten sloeg.
doorn
Het woord voor 'doorn' (skolops; Str.4647) kennen we trouwens ook uit
het Griekse vertaling van het OT. Betrekken we het gebruik van dit woord
ook in ons onderzoek, dan zien we het bovenstaande perfekt bevestigd.
Tegenstanders onder de mensen, mensen die benauwen
of pijn doen, worden 'dorens' genoemd. Bij dit bekende spraakgebruik sluit
Paulus aan in 2Kor.12:7. Hij doelt dus niet op een lichamelijke kwaal
of een mentale aandoening. Nee, Paulus spreekt over een (niet bij name
genoemde) tegenstander wiens aanteigingen een slag in zijn gezicht waren.
Drie keer heeft Paulus gebeden of deze boodschapper van hem zou aflaten,
maar hij kreeg als antwoord: "Mijn genade is u genoeg, want de kracht
openbaart zich eerst ten volle in zwakheid" (12:9).