|
|
samenvatting van Bijbelstudiedag 17 juni 2000
DE ONT-DEKKING
Bijbelstudies n.a.v. 2Korinthe 3
testament?
evangelie & business
bevoegd of bekwaam?
het nieuwe Verbond
de letter doodt...
de levendmakende Geest
vrijmoedigheid
Mozes' bedekking op zijn gelaat
bedekking en ont-dekking
uitstraling...
In de Statenvertaling wordt in 2Korinthe 3 gesproken van het oude en
het nieuwe Testament. Wat een vergissing!
Pinchas Lapide zei ooit: 'Ik geloof niet dat God testamenten maakt. Hij
sterft toch niet?!'
Het woord 'testament' is eigenlijk 'verbond'. Meestal wordt het zo
ook wel weergegeven maar in een aantal gevallen toch weer niet. Zeer inconsequent!
Een testament is iets héél anders dan een verbond.
Een verbond wordt gesloten tussen twee in leven zijnde partijen.
Een testament daarentegen wordt eenzijdig opgesteld en wordt pas
van kracht na overlijden.
De gedachte aan 'testament' heeft men ingelezen in Hebreeën 9.
Maar het gaat daar niet over een 'testament' en een 'erflater'. De Concordante
Vertaling geeft het daar (terecht) weer met: een verbond treedt
in werking bij de dood van een verbondslachtoffer. Hebreeën
9:16-18
Paulus heeft nooit gemarchandeerd
met Gods Woord. Het Woord is geen handelswaar om financiëel gewin
mee te behalen. Tegen dat principe wordt heel veel gezondigd. Ook in de
evangelische wereld is geloof 'big business'. En dan heb ik 't heus niet
alleen over amerikaanse TV-dominees. 2Korinthe
2:17
De grootste prediker van het Goede Bericht ooit, voorzag in z'n eigen
levensonderhoud! Het is billijk en recht voor verkondigers om te leven
van het Evangelie. MAAR: Paulus heeft met opzet nooit gebruik gemaakt
van deze bevoegdheid. Hij beschouwde dit recht als een hindernis voor
het Evangelie. 1Korinthe 9:12-15
In Nederland zeggen we: 'wiens brood men eet, wiens woord men spreekt'.
Wanneer je als verkondiger in loondienst bent van een geloofsgemeenschap
wordt je geacht te doen en te zeggen wat je 'baas' je opdraagt. Wanneer
je zo werkt ben je feitelijk een huurling... Johannes
10:11,12
2 Korinthe 4 spreekt van "het Woord van God vervalsen". Het woord dat
daar gebruikt wordt betekent eigenlijk: mixen met waardeloze elementen.
B.v. het Woord acceptabel proberen te maken of aantrekkelijker (?). Maar
water bij de Bijbelse wijn doen is niet anders dan frauderen. Het Woord
puur, dát alleen heeft power. 2Korinthe
4:2
In de ogen van zijn critici was Paulus een onbevoegd
prediker. Hij kwam zonder aanbevelingsbrieven. Hij was niet gezonden door
één of andere instantie en miste dus (in hun ogen) de noodzakelijke
papieren. Ook vandaag is het in 'de gelovige wereld' meestal erg belangrijk
te kunnen bogen op 'papieren'. Diploma's, een universitaire graad, een
kerkelijke aanstelling. 2Korinthe
3:1
Als prediker van het Evangelie is bevoegdheid volstrekt onbelangrijk.
Hoe zou een ménselijke instantie bevoegd kunnen maken tot het prediken
van Góds Woord? Het gaat niet om bevoegdheid maar om bekwaamheid.
Onder ons gezegd: er zijn talloos veel zogenaamd 'bevoegde predikers'
die volstrekt onbekwaam zijn in het werk dat ze verrichten. 2Korinthe
3:4-6
Paulus leed allerminst aan een minderwaardigheidscomplex. Hij had een
enorm vertrouwen in het werk dat hij deed. Hij zegt ergens: "ik heb meer
gearbeid dan zij (='de twaalf') allen". En toch was hij nederig en gaf
hij God de eer. Hij, die wat z'n verleden betreft het niet eens waard
was om een apostel genoemd te worden kon nu zeggen: Gods genade aan mij
is niet tevergeefs geweest. Zijn bekwaamheid was Góds werk".
1Korinthe 15:9-11; 2Korinthe 3:5
Iemand die tot geloof in Christus Jezus was gekomen zei eens: "vroeger
had ik een verleden. Nu niet meer. Nu heb ik een toekomst".
Het nieuwe Verbond wordt gesloten met hetzelfde volk als waar eens
het oude Verbond mee is gesloten. Met het volk Israël dus. De hele
kerkgeschiedenis heeft het fatale idee gedomineerd dat het nieuwe Verbond
voor de Kerk is. Jeremia 31:31; Romeinen
9:4
Het nieuwe Verbond is beloofd aan Israël
in de toekomst. Jeremia 31 is daar volstrekt helder over. Maar de Géést
van het nieuwe Verbond is reeds werkzaam sinds Christus (in Zijn opstanding)
"een levendmakende Geest" werd. En dáárvan (d.w.z.
van de Geest van het nieuwe Verbond) is Paulus een dienaar. De gelovigen
in de tegenwoordige tijd, hebben als eerstelingen deel aan "de Geest
der belofte". Want "hoevele beloften Gods er ook zijn, IN HEM
is het: Ja... die ook... de Geest tot onderpand in onze harten gegeven
heeft".
Jeremia 31:31; 1Kor.15:"45;
2Kor.3:6; Ef.1:13; 2Kor.1:20-22
De basis van het nieuwe Verbond is gelegd op Golgotha. Daar werd het
bloed gestort van het nieuwe Verbond. Maar de sluiting van
het nieuwe Verbond zal pas in de toekomst plaatsvinden. Hebreeën
13:20
Paulus' uiteenzetting over het oude en nieuwe
verbond is een reactie op hetgeen zijn critici hem verwijten. Vermoedelijk
gaat het om zogenaamd bevoegde predikers die "een andere Jezus"
brachten. Zij brachten "Christus naar het vlees", d.w.z. de Jezus die
ooit leefde onder de wet. Paulus' Evangelie begon daar, waar dat van zijn
critici eindigde: bij het kruis en het geopende graf. 2Korinthe
10:12; 11:4; 5:16; Galaten 4:4; 1Korinthe 15:3,4
Er zijn heel wat christenen die zich niet met Schriftstudie
bezighouden en daar ook een Bijbels argument voor menen te hebben. Zij
zeggen: "in de Bijbel staat dat de letter doodt. Waarom zouden we dan
de letters van de Bijbel tot ons nemen?". Kijk, dat krijg je er nu van
als je geen Schriftstudie doet. Dan weet je niet dat dit een uit z'n verband
gerukte tekst is. Want "de letter" duidt niet op "de Schrift" maar op
de "letters op stenen gegrift". De stenen tafelen die Mozes van God had
gekregen. 2Korinthe 3:6,7
Jezus zegt: "de Geest is het die levend maakt,
het vlees doet geen nut; de woorden die Ik tot u heb gesproken
zijn geest en leven". Geest staat niet tegenover woord. De Geest
komt juist tot ons via het Woord. Het Woord is het voertuig van de Geest.
Johannes 6:63
Al eerder had Paulus de gemeente te Korinthe
verteld van de levendmakende Geest. "Adam werd een
levende ziel, de laatste Adam een levendmakende Geest". De levendmakende
Geest is dus de Heer Zelf. En inderdaad, deze conclusie wordt rechtstreeks
bevestigd in het laatste vers van 2Korinthe 3. "De Heer nu is de Geest".
1Korinthe 15:45; 2Korinthe
3:17
De frase "de laatste Adam" is heel opmerkelijk.
Het wordt vaak verward met de uitdrukking "de tweede mens". Maar Christus
is niet de tweede Adam. In dat geval zou het weer mis kunnen gaan zodat
een derde Adam nodig zou zijn... Nee, Hij is de laatste Adam. In
Hem is héél de mensheid begrepen. In en door Hem zullen
alle mensen worden levendgemaakt en gerechtvaardigd. 1Korinthe
15: 22, 45; Romeinen 5:18
Dat "de letter" een bediening van dood en veroordeling
is, wordt treffend geïllustreerd in de historie. Toen Mozes van de
berg afdaalde stierven er voor straf 3000 mannen op één
dag. Toen de Geest werd uitgestort op de Pinksterdag (het feest waarin
de wetgeving wordt gevierd!) kwamen er daarentegen 3000 mensen tot geloof...
Exodus 32:28; Handelingen 2:41
Toen Mozes zich met de stenen tafelen presenteerde,
straalde de huid van zijn gelaat. Paulus stelt dus met recht dat "de bediening
die veroordeling brengt, heerlijkheid was". MAAR: vergelijk het niet met
de bediening van de Geest en rechtvaardigheid. Het is net als met sterren:
ze stralen totdat de zon opkomt. Daarna verbleken ze totaal. 2Korinthe
3:8-11
De bediening die rechtvaardigheid brengt is overvloedig
in heerlijkheid. Let wel: die rechtvaardigheid brengt. De Wet eist
rechtvaardigheid maar vanwege het onvermogen van de mens resulteert dit
slechts in veroordeling en dood. Het Evanglie daarentegen brengt
rechtvaardigheid en is daarom overvloeiend in heerlijkheid. "...zo komt
het ook door ÉÉN DAAD VAN GERECHTIGHEID VOOR ALLE MENSEN
tot rechtvaardiging ten leven." Is dat gerechtigheid die overvloeit in
heerlijkheid of niet? 2Korinthe
3:9; Romeinen 5:18
Wanneer we het woord 'vrijmoedigheid'
in het Grieks (parresia) herleiden betekent het 'alles-spreken'.
Iemand die vrijmoedig is, neemt geen blad voor de mond maar verteld alles
wat hij of zij te melden heeft. Het ergste wat een prediker kan doen,
is de waarheid achterhouden. Net als bij de rechtbank geldt ook voor hem:
de waarheid, niets dan de waarheid en de volle waarheid. 2Korinthe
3:12
Vrijmoedigheid veronderstelt dat de spreker voluit
staat achter hetgeen hij zegt. De grote tragiek van vele predikanten vandaag
is, dat ze feitelijk zijn uitgepraat. Er gaapt een onmetelijke kloof tussen
de boodschap die ze vertellen en het publiek dat ze pogen te bereiken.
Erger nog: de boodschap bereikt henzelf niet eens meer. Geen rethoriek
of voordrachtskunst kan dat verhullen. 2Korinthe
3:12
Gewoonlijk denkt men dat Mozes
een bedekking op zijn gelaat deed zodat de Israëlieten geen pijn
aan hun ogen zouden krijgen. Maar weet u wat de echte reden is? Ze mochten
geen blik slaan op het einde van hetgeen zou verdwijnen. In Exodus
lezen we: "toen Mozes geëindigd had met hen te spreken, deed
hij een doek voor zijn gelaat". Op deze mannier konden de Israëlieten
de lichtglans niet zien afnemen en verdwijnen. Men mocht de blik niet
richten op voorbijgaande heerlijkheid. 2Korinthe
3:13; Exodus 34:33
De "heerlijkheid des HEREN" die Mozes aanschouwde
was figuurlijk maar ook letterlijk voorbijgaand. Voordat hij de
stenen tafelen ontving werd hij geplaatst in de rots en mocht hij Gods
heerlijkheid zien. Maar slechts nadat deze voorbijgegaan was. Het
is symbolisch voor de bediening die aan Mozes was toevertrouwd. Exodus
33:20-23
Eén van de speerpunten van het betoog
in 2Korinthe 3 is, dat Israëls gedachten verhard zijn en er een bedekking
ligt op de lezing van het oude Verbond. Het woord voor 'verharden' is
van origine een medische term en duidt op een eeltlaag. Ook een eeltlaag
is een bedekking.
De hamvraag is: waaruit bestaat Israëls bedekking?
Oftewel: wát maakt dat Israël de woorden die haar zij toevertrouwd,
niet verstaat? Wat zegt de Schrift hierover?
In Romeinen stelt Paulus van zijn volksgenoten
dat ze een ijver voor God hebben maar zonder verstand. Dat is een zeer
gedurfde uitspraak. Wij zijn geneigd te denken dat er nergens zóveel
Schriftkennis gevonden wordt als juist in het orthodoxe jodendom. Toch
is Israël aan de wet niet toegekomen, stelt de apostel. Waarom niet?
Omdat het niet uitging van geloof maar van werken. De wet behoort niet
gewerkt te worden maar geloofd. Want de wet spreekt niet
over wat Israël moest doen maar over wie God is en over Zijn
beloften en Zijn daden. Romeinen
9:30-10:3; zie voor een verdere uitwerking van deze gedachte: gij
zult & gij zult niet
Voor Israël is het Woord des HEREN wet op
wet en eis op eis geworden. Terwijl het voor wie gelóóft
rust en verademing is. "Gij zult" en "gij zult niet" zijn geen commando's
maar beloften. En een belofte dient men slechts in één ding
opzicht 'te doen': geloven! Jesaja
28:11-13, 16 vergl. Romeinen 9:33
Jesaja kondigt een diepe slaap aan die God over
het volk zou uitstorten. De woorden van de profeten zouden als een verzegeld
boek voor hen worden. Men zou niet in staat zijn het te verstaan. Waarom
niet? Omdat hun ontzag voor God slechts een aangeleerd gebod van mensen
is. Hij zou zeer wonderlijk met volk gaan handelen en de wijsheid van
hun wijzen teniet doen. Talmoedische wijsheden zullen verbleken zodra
de verharding van Israël ten einde is. Lees:
Jesaja 29:9-14; Jesaja 8:14-18; vergl. Romeinen 11:8,25,26
De christenheid heeft weinig reden om neer te
zien op Israël. De christenheid heeft exact hetzelfde gedaan met
Gods Woord als het jodendom. Ook bij hen is het compleet overwoekerd door
traditie. Ook de belijders uit de 'gojiem' leven bij 'werken' in
plaats van 'om niet'. Romeinen
11:6, 21,22
2Korinthe 3:16 hoort niet vertaald te worden
met: "telkens wanneer iemand zich tot de Heer bekeerd heeft" (NBG)
maar met "wanneer het tot de Heer zou terugkeren". Deze vertaling
laat zowel een individuele als een nationale toepassing open.
Deuteronomium 30 voorzegt dat de Israëlieten
in de verstrooiing zich tot de HERE zullen bekeren. Dan zal God hen herstellen
en het hart van hun nakroost besnijden zodat zij de HERE hun God
zullen liefhebben met heel hun hart. Wat is het besnijden van het hart
anders dan het wegnemen van de bedekking die op hun hart ligt? Deuteronomium
30:6; 2Korinthe 3:16
In het boek Ruth vinden we een prachtig type
van het wegnemen van de bedekking (ont-dekking). Ruth is een type van
het overblijfsel van Israël dat vanuit de diaspora berooid terugkeert
naar het land. Ze komt in aanraking met een vermogend man uit Bethlehem.
Wanneer ze op dorsvloer oog in oog met hem komt te staan, vraagt hij haar
de omslagdoek af te doen en hem op te houden zodat de doek gevuld kan
worden met gerst. Zo zal Israëls bedekking worden weggenomen, wanneer
het straks te Sion de ware Boaz zal ontmoeten. In plaats daarvan zullen
ze een overvloed aan "levend brood" ontvangen. De
dorsvloer is een beeld van Sion (2Kronieken 3:1; Micha 4:10-13); de gersteoogst
houdt verband met de dag van de Eerstelingsgarve, dit is de dag dat Jezus
opstond uit de doden (Ruth 2:1; Leviticus 23:10-16; 1Korinthe 15:23)
Wanneer Israëls aangezicht ont-dekt is,
zal het de heerlijkheid van de Heer weerspiegelen. Haar 'uitstraling'
is geen prestatie maar slechts reflectie. Zoals het licht van de maan
slechts de reflectie is van het licht van de zon. 2Korinthe
3:18
'Hoe wordt ik een aanstekelijk
christen?' is de titel van een populair boekje. Mensen maken zich druk
over hun 'uitstraling' en willen daaraan werken. Tevergeefs. Als je wilt
dat een reflector veel licht geeft, hoef je maar één ding
te doen: laat er een krachtige lichtbron op schijnen. Oftewel: focus je
op Hem in Wiens aangezicht de heerlijkheid van God schittert. De vraag
is niet wat ik met het Woord doe maar wat het Woord met mij
doet! 2Korinthe 3:18; 4:6
De NBG-vertaling luidt: "wij... veranderen naar
hetzelfde beeld". Weet u wat er in de Concordante Vertaling staat? "wij
... worden getransformeerd naar het hetzelfde beeld". Het is geen
activiteit van de mens maar hij ondergaat het. Het woord
'transformatie' is de weergave van het Griekse woord 'metamorfose'. Denk
maar aan het ontpoppings-proces van rups tot vlinder. Dat is een Godswonder.
Zo'n wonder is God bij machte te werken in iedereen die opziet naar omhoog!
2Korinthe 3:18
|