|
wie of wat is de wederhouder?
1. Maar wij verzoeken u, broeders, met betrekking
tot de komst van onze Here Jezus Christus en onze vereniging met Hem
(St.Vert. "onze toevergadering tot Hem),
2. dat gij niet spoedig uw bezinning verliest of in onrust verkeert,
hetzij door een geestesuiting, hetzij door een prediking, hetzij door
een brief, die van ons afkomstig zou zijn, alsof de dag des Heren [reeds]
aanbrak.3 Laat niemand u misleiden, op welke wijze ook, want eerst moet
de afval komen en de mens der wetteloosheid zich openbaren, de zoon
des verderfs,
4 de tegenstander, die zich verheft tegen al wat God of voorwerp van
verering heet, zodat hij zich in de tempel Gods zet, om aan zich te
laten zien, dat hij een god is.
5 Herinnert gij u niet, dat ik, toen ik nog bij u was, u dit meermalen
gezegd heb?
6 En gij weet thans wel, wat hem weerhoudt, totdat hij zich openbaart
op zijn tijd.
7 Want het geheimenis der wetteloosheid is reeds in werking; [wacht]
slechts totdat hij, die op het ogenblik nog weerhoudt, verwijderd is
(lett. uit het midden [verwijderd] wordt).
8 Dan zal de wetteloze zich openbaren; hem zal de Here Jezus doden door
de adem zijns monds en machteloos maken door zijn verschijning, als
Hij komt.
9 Daarentegen is diens komst naar de werking des satans met allerlei
krachten tekenen en bedrieglijke wonderen...
2Thessalonika 2:1-9 NBG
Er is geen thema in de 2-de Thessalonika-brief dat zozeer onderwerp van
discussie was en is, als juist de identiteit van de wederhouder (2:6,7).
Dat heeft iets humoristisch, omdat Paulus het onnodig vond om nader toelichting
te geven. Zij wisten dat zo langzamerhand wel. Een luxe waar wij alleen
maar jaloers op kunnen zijn.
En gij weet thans wel, wat hem weerhoudt,
totdat hij zich openbaart op zijn tijd.
2Thessalonika 2:6
Eén opmerking vooraf over het vertaalwoord 'weerhoudt'. Het woord
(katecho; Str.2722) heeft als basisbetekenis 'vasthouden' en wordt ook
gewoonlijk zo vertaald (zie b.v. 1Kor.15:2). Men zou dat ook hier zo vertalen.
In de praktijk maakt dat overigens weinig verschil, want de 'vasthouder'
is hetgeen "de mens der wetteloosheid" verhinderd (weerhoudt,
vasthoudt) om zich te openbaren. Zodra de vasthouder "uit het midden"
verwijderd is, is de weg vrij voor zijn optreden.
Omdat Paulus niet toelicht wie de vasthouder is, zijn we genoodzaakt
om uit vergelijkend Schriftonderzoek een antwoord te vinden. Wij menen
dat Paulus met de vasthouder, op niets anders kán doelen dan op
"de Gemeente Gods". Hier volgen de belangrijkste redenen:.
1. In hoofstuk 2:1 schrijft Paulus dat hij gaat schrijven met oog op
"onze toevergadering tot Hem". Punt is echter dat dit onderwerp
in de brief in het geheel niet meer aan de orde komt... tenzij
de verwijdering van de vasthouder, hetzelfde is als "onze toevergadering
tot Hem".
2. De tijd dat "de mens der wetteloosheid" optreedt in de tempel
Gods, is gelijk aan de tijd dat satan op aarde razend zal rondgaan, nadat
hij uit de hemel is geworpen. We lezen Openbaring dat hij is "nedergedaald
in grote grimmigheid, wetende, dat hij weinig tijd heeft"
(12:12). De Gemeente is niet gesteld tot toorn en zal daarom in veiligeheid
worden gebracht, als deze toorn zal losbreken.
want God heeft ons niet gesteld tot toorn,
maar tot het verkrijgen van zaligheid door onze Here Jezus Christus
1Thessalonika 5:9
.... en uit de hemelen zijn Zoon te verwachten,
die Hij uit de doden opgewekt heeft, Jezus, die ons verlost van (lett.
bergt uit) de komende toorn.
1Thessalonika 1:10
De Gemeente moet dus "uit het midden" verdwijnen alvorens de
mens der wetteloosheid zich zal manifesteren.
3. In Openbaring 12 wordt een teken gezien. Een barende vrouw wordt
bedreigt door een draak. Zodra zij haar mannelijke zoon gebaard heeft,
wordt deze "weggevoerd tot God en Zijn troon". Vervolgens vlucht
de vrouw naar de woestijn alwaar haar een onderduikadres is toebereid.
Daar wordt ze 1260 dagen onderhouden, buiten het bereik van de draak.
Zonder verdere toelichting stel ik vast dat de vrouw een voorstelling
is van het (gelovige) Israël. De mannelijke zoon die zij voortbrengt
is degene die de heidenen zou hoeden, oftewel: de Messias (zie Ps.2).
Zoals echter de vrouw een aanduiding is van een volk, zo ligt het voor
de hand, dat dit eveneens het geval is met "de mannelijke zoon".
Het is Christus inclusief Zijn Lichaam, de Gemeente. Bestemd voor
de troon in de hemel. Dat dit correct is, zien we bevestigd in het feit
dat het woord "weggevoerd" in Openbaring 12:5 (NBG) exact hetzelfde
woord is, als wat Paulus bebruikt in 1Thessalonika 4:17:
daarna zullen wij, levenden, die achterbleven,
samen met hen op de wolken in een oogwenk weggevoerd worden,
de Here tegemoet in de lucht, en zo zullen wij altijd met de Here wezen.
De gedachte is dat de mannelijke zoon (Christus en de Gemeente) wordt
weggerukt, waarna de satan op aarde wordt geworpen en een periode van
1260 verdrukking volgt. Dit alles sluit naadloos aan op wat we in 2Thessalonika
2 vinden: er vindt een verdwijning plaats, zodat de mens der wetteloosheid,
zich zal kunnen manifesteren.
Conclusie: de 'vasthouder' is dezelfde als de "mannelijke zoon"
in Openbaring 12.
|