Samenvatting van studiedag
te Amersfoort 17-3-2001
Gods plan der aeonen
De uitdrukking "het
plan der aeonen" zult u in de meeste Bijbelvertalingen niet tegenkomen.
Zowel in de Statenvert. als in de vertaling van de NBG heet het ten onrechte
"eeuwig voornemen". Efeze
3:11
De vertaling
"eeuwig voornemen" is niet slecht incorrect maar het verduistert ook het
Bijbelse feit dat er verschillende aeonen zijn waaraan een plan ten grondslag
ligt. Zodat alleen deze uitdrukking al aangeeft dat de aeonen een begin
hebben maar ook dat een aeoon een einde heeft (want opgevolgd door een
andere aeoon). Efeze
3:11
God
is de Schepper van alle dingen en bij Hem gebeurt niets bij geval. Hij
staat ook nooit voor verrassingen. Hij heeft een machtig, allesomvattend
plan. Bij monde van Jesaja verklaart God Zelf: "Ik die van den beginne
de afloop verkondig en vanouds wat nog niet geschied is; die zeg: Mijn
raadsbesluit zal volbracht worden en Ik zal al Mijn welbehagen doen".
Jesaja
46:10
Eén
van de belangrijkste zaken die IEDERE BIJBELLEZER zich zo snel als mogelijk
eigen zou moeten maken is het vervangen van het woord 'eeuwigheid' in
'aeoon'. Tussen deze twee begrippen zit namelijk een wereld van verschil.
Een eeuwigheid is zonder begin dan wel zonder einde. Een aeoon daarentegen
heeft zowel een begin als een einde. De Bijbel spreekt van "vóór
de aeonen" en van "de einden der aeonen". 1Korinthe
2:7; 1Korinthe 10:11
De Schrift kent
(minstens) vijf aeonen. Ze spreekt over "de tegenwoordige boze aeoon".
Maar ook over "aeonen her" en over "de komende aeonen". Zowel achter als
vóór de tegenwoordige aeoon liggen dus meerdere aeonen.
Galaten
1:4; Efeze 3:9; Efeze 2:7
In Efeze
2:2 wordt gesproken over "de aeoon van deze wereld". Deze uitdrukking
is van groot belang omdat ze aangeeft dat een aeoon correspondeert met
een 'wereld' (Grieks: kosmos). Elders lezen we van "de wereld van de voortijd"
die in Noachs dagen ten onderging. We lezen ook over "de toenmalige wereld"
die is verzwolgen door het water. Vermoedelijk doelt Petrus hier op de
grote ramp van Genesis 1:2. 2Petrus
2:5; 2Petrus 3:6
Wanneer er
sprake is van verschillende 'werelden' die vooraf gingen aan deze wereld,
dan past dit perfect in het gegeven dat er verschillende aeonen aan de
huidige aeoon zijn voorafgegaan. Want een wereld correspondeert met een
aeoon. Een aeoon is een wereldtijd. De huidige wereldtijd is begonnen
in de dagen na de vloed in Noachs dagen en zal eindigen bij de terugkeer
van de Messias ("het einde van de aeoon"). 2Petrus
2:5
In 1Korinthe 2:7 spreekt
de NBG-vertaling van "van eeuwigheid". Dat lijkt nergens naar! Want vanuit
de grondtekst is er overduidelijk sprake van "vóór de aeonen".
Gesteld al dat eeuwigheid een goed vertaalwoord zou zijn geweest, dan
had men hier moeten vertalen "vóór de eeuwigheden". Maar
aangezien dit een innerlijke tegenstrijdigheid had opgeleverd in de vertaling,
heeft men ook het voorzetsel maar gewijzigd!
Tot drie keer
toe spreekt de Schrift van "aeonische tijden". Voor een ieder die graag
tijd en eeuwigheid (aeoon) tegenover elkaar plaatst is dit wel een zéér
slecht te verdragen gegeven. En wanneer er ook nog eens tot twee toe sprake
is van "vóór aeonische tijden", dan wordt het probleem wel
helemaal onoplosbaar. Deze frase is niet minder dan een bom onder een
theologie waarin de eeuwigheid domineert. Denk maar aan uitdrukkingen
als 'uitverkiezing van eeuwigheid' of aan 'eeuwig wel of eeuwig wee'.
2Timotheüs
1:9; Romeinen 16:25; Titus 1:2
Dat
onze redding inderdaad pure genade is blijkt wel uit Paulus' mededeling
dat het ons reeds gegeven is in Christus Jezus "vóór aeonische
tijden". Ver vóór dat wij er waren en ook maar iets konden
doen, waren alle voorrechten reeds ons deel. 'Werken' kunnen daar niets
aan toe- maar evenmin iets aan afdoen. 2Timotheüs
1:9
Het grote keerpunt
in de voortgang der aeonen zal plaatsvinden wanneer "de tegenwoordige
boze aeoon" zal worden voleindigd. Op diverse plaatsen in de Schrift is
sprake van "de voleinding der aeoon". Heel veel profetieën in de
Bijbel hebben betrekking op deze periode. De wereld zal gereinigd en geschikt
gemaakt worden voor de regering van Christus. Na "de voleinding der aeoon"
zal definitief de heerschappij aan Hem toekomen. "Tot in de aeonen der
aeonen". "de
voleinding der aeoon" in Galaten
1:4; Matteüs 13:39, 40, 49; 24:3; 28:20
Na "de voleinding
der (tegenwoordige) aeoon" breekt de beroemde "toekomende aeoon" aan.
Beroemd omdat verreweg de meeste heilsbeloften die we aantreffen in de
Schrift betrekking hebben op die aeoon. In Openbaring 20 heet dit tijdperk
"de duizend jaren" waarin satan gebonden zal zijn om de volken niet meer
te kunnen verleiden. In het rabbijnse spraakgebruik heeft men het van
oudsher over 'olam hazeh' (=deze aeoon) en over 'olam ha ba'a' (=de komende
aeoon). 
Een vrijwel
onbekend gegeven is dat het in de Bijbel veel genoemde "eeuwige leven"
(beter: aeonische leven) betrekking heeft op "de toekomende aeoon". Meestal
wordt het als synoniem gebruikt van b.v. "het onvergankelijke leven" maar
dat is NIET correct. Het "aeonische leven" hoort thuis in "de toekomende
aeoon". Lucas 18:30 spreekt over "in de toekomende aeoon het aeonische
leven".
De
toekomende aeoon is uitdrukkelijk NIET de laatste aeoon in de Bijbel.
In de traditionele theologie stelt men het gewoonlijk zo voor dat bij
de wederkomst van Christus 'de eindeloze eeuwigheid' aanbreekt. En dan
is het: eeuwig wel of eeuwig wee. Deze voorstelling van zaken is één
van de grootste hindernissen voor het recht verstaan van de Schrift. Bij
de wederkomst van Christus breekt namelijk niet de eindeloze eeuwigheid
aan maar "de toekomende aeonen". Efeze
2:7

Het meest
karakteristieke van de toekomende aeonen is dat Christus daarin zal heersen.
Ze overtreffen de drie voorgaande aeonen ver in glorie. Vandaar dat deze
aeonen dikwijls "de aeonen der aeonen" genoemd worden. Openbaring
11:15
De NBG-vertaling
geeft de uitdrukking "de aeonen der aeonen" weer met "alle eeuwigheden".
Zowel het bepaalde lidwoord (de) als het dubbele meervoud (2x aeonen)
is verdwenen, het woord 'alle' is toegevoegd en een volstrekt nietszeggend
meervoud (eeuwigheden) moet dienen als vertaling van 'aeonen'. Draagt
dit bij tot een beter verstaan van de Schrift? De
uitdrukking "aeonen der aeonen" komt in totaal 19x voor in het 'Nieuwe
Testament'
Van
Christus lezen we dat Hij zal heersen "tot in de aeonen der aeonen". De
NBG leest: "in alle eeuwigheden". Maar nu komt het: elders lezen we expliciet
dat Christus moet heersen TOTDAT. Valt hier de vertaling van de NBG niet
geheel door de mand? Aan 'alle eeuwigheden' wordt toch geacht geen einde
te komen!? Openbaring
11:15; 1Korinthe 15:25
We
lezen van de diabolos (duivel) en zijn trawanten dat zij gepijnigd
zullen worden "in alle eeuwigheden", pardon: "tot in de aeonen der aeonen".
Geachte lezer: dat scheelt een eeuwigheid! Is deze wijze van vertalen
niet een toevoegen aan de woorden der profetie? Openbaring
20:10; 22:18
Na "de duizend
jaren" van Openbaring 20 treden we opnieuw een nieuwe aeoon binnen. Het
is de laatste aeoon die de Schrift ons voorstelt. Het is "de aeoon der
aeonen". Dit is typisch Bijbelse wijze van uitdrukken. Denk maar aan "lied
der liederen", "koning der koningen", "God der goden", "hemel der hemelen",
"ijdelheid der ijdelheden", etc., etc. Efeze
3:21 ("van eeuwigheid tot eeuwigheid" moet zijn: "de aeoon der aeonen")
"De
aeoon der aeonen" komt overeen met "het heilige der heiligen" in de tabernakel.
Zoals God woonde in deze allerheiligste plaats zo zal God wonen in deze
allerhoogste aeoon. "Hij zal bij hen wonen". Het is het ultieme resultaat
van al Gods handelen door de aeonen heen. Efeze
3:21; Openbaring 21:3
Eén keer
in de Schrift komen we de uitdrukking "aeoon der aeonen" tegen. Een andere
uitdrukking die we eveneens slechts één keer aantreffen
is "de aeoon der aeoon". Zoals de eerste uitdrukking de hoogste aeoon
vergelijkt met al de voorgaande aeonen, zo vergelijkt de laatste
uitdrukking de hoogste aeoon met de voorgaande aeoon. De laatste aeoon
(Openbaring 21 & 22) doet de heerlijkheid van de voorgaande aeoon
van "de duizend jaren" (Openbaring 20) volkomen verbleken. Efeze
3:21; Hebreeën 1:8 ("alle eeuwigheid" moet zijn: "de aeoon der aeoon")
In
Hebreeën 1:8 wordt van de Zoon gezegd dat Zijn Troon zal zijn in
"de aeoon der aeoon". In de allerhoogste, laatste aeoon zit het Lam op
de Troon. Christus heerst daar nog. En dat betekent dat de dood dus nog
steeds niet is teniet gedaan. Want Christus moet heersen TOTDAT de dood
als laatste vijand zal zijn teniet gedaan. Inderdaad, in Openbaring 21
& 22 is nog sprake van de (tweede) dood. Pas wanneer de dood als laatste
vijand zal zijn teniet gedaan en Christus het Koninkrijk aan God de Vader
zal hebben overgedragen... pas dan zal God worden "ALLES IN ALLEN". 1Korinthe
15:22-28
Vóór
de aeonen was God alles in Zichzelf. Nu is Hij alles in Christus
en de Zijnen. In "de voleinding der aeonen" zal Hij alles in allen
zijn. Geen dood meer maar allen levendgemaakt. Geen vijandschap meer maar
allen verzoend. Geen verlorenen meer maar allen gevonden. Met minder kan
Gods Vaderhart niet tevreden zijn. "Hem zij de heerlijkheid tot in de
aeonen!". Kolosse
2:9; Kollosse 3:11; 1Korinthe 15:28
|
|
|
de tabernakel
|
de aeonen
|
| de voorhof |
de huidige aeoon |
| het brandofferaltaar (= in het midden van de
voorhof) |
kruis en opstanding van Christus (= in het midden
van de huidige aeoon) |
| het wasvat (= laatste attribuut van de voorhof.
Het wasvat dient ter reiniging; om in te kunnen gaan in het heiligdom. |
de voleinding der aeoon (= laatste fase van
de tegenwoordige aeoon. Deze periode dient ter reiniging; om
in te kunnen gaan in de toekomende aeoon. |
| het heilige (= de afdeling van het heiligdom
waar het meest van gesproken wordt) |
de aeoon (= de aeoon waar de Schrift het meest
over handelt) |
| het heilige der heiligen (het meest overtreffende
heiligdom) |
de aeoon der aeonen (de meest overtreffende
aeoon) |
| de heiligen der heiligen; deze uitdrukking komt
een aantal keren voor in de LXX ter aanduiding van de beide afdelingen
van het heiligdom. Zie ook in Hebreeën 9:25 van de Vaticanus
en Sinaïticus. |
de aeonen der aeonen (= deze uitdrukking komt
19x voor ter aanduiding van de beide toekomende aeonen) |
|