|
evangelisten, herders en leraars
VRAAG:
Als ik Efeze 4 lees krijg ik de indruk dat de gaven die genoemd worden
in vers 11 (apostelen, profeten, evangelisten, herders en leraars) slechts
tijdelijk zijn. Tot wanneer eigenlijk? Zijn evangelisten, herders en leraars
vandaag nog nodig?
ANTWOORD:
Het is inderdaad nogal duidelijk dat de gaven die genoemd worden in Efeze
4 vers 11 van tijdelijke aard zijn.
11. En Hij heeft zowel apostelen als profeten gegeven,
zowel evangelisten als herders en leraars, 12. om de heiligen toe te
rusten tot dienstbetoon, tot opbouw van het lichaam van Christus, 13.
(...) TOTDAT wij allen de eenheid des geloofs en der volle kennis van
de Zoon Gods bereikt hebben, de mannelijke rijpheid, de maat van de
wasdom der volheid van Christus.
Uit deze beschrijving blijkt dat de gaven van vers 11 verband houden
met de tijd dat de Gemeente nog geen volle kennis heeft en evenmin rijpheid
en wasdom heeft bereikt. Sterker: de gaven in vers 11 worden juist gegeven
om de Gemeente daartoe te brengen. Verder moet het duidelijk zijn,
dat volle kennis en volwassenheid waarvan hier sprake is, een toestand
is die hier op aarde bereikt wordt. Dat blijkt zonneklaar in vers
14.
14. Dan zijn wij niet meer onmondig (lett. opdat
wij niet meer onmondig zouden zijn), op en neder, heen en weder
geslingerd onder invloed van allerlei wind van leer, door het valse
spel der mensen, in hun sluwheid, die tot dwaling verleidt...
Hier is dus sprake van een volwassen Gemeente (het "totdat"
van vers 13 voorbij), temidden van "wind van leer", "het
valse spel der mensen" en "dwaling". Daarmee is dus uitgesloten
dat Paulus hier zou doelen op "volle kennnis" en volmaaktheid,
straks in de hemel o.i.d..
Zien we dit, dan valt het niet moeilijk om in de genoemde gaven van vers
11, de schrijvers van het 'Nieuwe Testament' te herkennen. Het Nieuwe
Testament is namelijk de verzameling van geschriften van apostelen en
profeten (b.v. 'Openbaring' is profetisch), evangelisten (Matteüs
t/m Johannes), herders (pastorale brieven) en leraars (leerstellige brieven).
Deze mannen werden in de begintijd aan de Gemeente gegeven. In overeenstemming
daarmee worden ze in Efeze 2:20 "het fundament" genoemd.
gebouwd op het fundament van de apostelen en profeten,
terwijl Christus Jezus zelf de hoeksteen is.
Het fundament van een bouwwerk wordt eenmalig gelegd en wel in de aanvang.
De apostelen en profeten hebben als evangelisten, herders en leraars hun
geschriften nagelaten en sindsdien is de Gemeente officiëel volwassen.
Haar staat "de volle kennis" ter beschikking. Geen fragmentarische
kennis meer van een enkele brief hier of een verhandeling daar. Nee, de
22 boeken van de Hebreeuwse Bijbel zijn inmiddels uitgebreid met een Grieks
supplement van 27 geschriften, hetgeen een totaal oplevert van (7x7=)
49 boeken. Daarmee is het Woord van God compleet (vergl. Kolosse 1:25).
De gaven van Ef.4:11 (de schrijvers van het NT dus), hebben fundamenteel
en gezaghebbend werk verricht. Deze gevolmachtigden (apostel = gevolmachtigd,
afgevaardigd) zijn al ruim 19 eeuwen niet meer in ons midden, maar hun
nalatenschap vormt tot op vandaag een feilloos leidraad. De apostelen
verdwenen maar ze lieten hun epistelen na. Deze stellen ons in
staat een rechte koers te varen, zonder "heen en weer geslingerd
te worden" en...
... dan groeien wij, ons aan de waarheid houdende,
in liefde in elk opzicht naar Hem toe, die het Hoofd is, Christus.
Efeze 4:15
Het spreekt vanzelf dat ook vandaag evangeliserend, herderlijk en onderwijzend
werk in- en vanuit de Gemeente plaatsvindt. Maar de status van zulke evangelisten,
herders en leraars is onvergelijkbaar is met de gaven in Ef.4:11. Geen
enkele evangelist, herder of leraar vandaag, is rechtstreeks door
Christus aangesteld. Geen van hen kan met recht gezag in de Gemeente claimen.
Ziedaar het grote verschil met de gaven van Efeze.4:11. Hiërarchie
in de tegenwoordige Gemeente is misplaatst omdat sinds de completering
van de epistelen, de Gemeente officiëel mondig en volwassen is.
|