strijden tegen het vlees?
Het idee dat de
mens zijn 'vlees' zou moeten haten en er tegen behoort te strijden
heeft heel oude papieren. Gedurende vele eeuwen van het christendom
is deze opvatting dominant geweest. De gedachte daarbij is dat een
mens - tegen zijn natuur in - het lijfelijke behoort te minachten.
Wanneer men naar Paulus had geluisterd, had men beter kunnen weten.
... niemand haat ooit zijn
eigen vlees, maar hij voedt het en koestert het zoals Christus
de Gemeente.
Efeze 5:29
In zijn dagen voorzei Paulus reeds dat in "latere
tijden" mensen van "het geloof" zouden afwijken en
het trouwen zouden verbieden alsmede ook onthouding van spijzen zouden
leren (1Timotheüs 4:1,2). Al gauw na het overlijden van de apostelen
is dit waarheid geworden door leringen van verplicht vasten
en het verplichte celibaat. Nauw verwant met dit alles is ook
het dogma dat de natuur van de mens zondig zou zijn, terwijl
in de Bijbel juist het tegen-natuurlijke als zondig wordt aanmerkt
(Romeinen 1:26).
Hoe reageerde Paulus op de opvattingen die na zijn heengaan terrein
zouden winnen?
(huwelijk en spijzen) ... welke
God toch geschapen heeft om met dankzegging te worden gebruikt door
de gelovigen, die tot erkentenis der waarheid gekomen zijn. Want
ALLES wat God geschapen heeft, is goed en NIETS
daarvan is verwerpelijk, als het met dankzegging aanvaard wordt...
1Timotheüs 4:3,4
Alles wat God geschapen heeft is goed en
behoort (dus) dankbaar aanvaard te worden. Het lijfelijke, sexualiteit
en lust zijn door niemand minder dan God Zelf bedacht en gecreëerd.
Niets daarvan is verwerpelijk.... indien het met dankzegging
wordt aanvaard.
... want het wordt geheiligd
door het woord Gods en door gebed.
1Timotheüs 4:5
De dingen worden door Gods woord geheiligd, d.w.z.
God Zelf verklaart alles wat door Hem geschapen is heilig. Althans,
daar waar God in dit alles (in gebed) dankbaar erkend wordt.
Zo duidelijk als het bovenstaande in de Bijbel is,
zo duidelijk is het ook dat 'het vlees' volstrekt ongeschikt is
om leiding te geven aan ons leven. Wanneer we leven "naar het
vlees" (Romeinen 8:12), d.i. leven in overeenstemming met de
impulsen die ons 'vlees' geeft, doen we "de werken van
het vlees" (Galaten 5:19). En de beschrijving die Paulus daarvan
geeft is niet bepaald bemoedigend. Waar het om gaat is dat we controle
krijgen over ons 'vlees'. Het woord "zelfbeheersing" betekent
letterlijk vanuit het Grieks: het vermogen ons in-te-houden. De
Staten Vertaling vertaalt dit woord met 'matigheid' (Galaten 5:22):
het vermogen maat te houden.
Het vlees moet niet 'bestreden' maar 'gestuurd' worden. Let op:
dit is slechts mogelijk wanneer we het "eigen vlees" lief
hebben en dankbaar zijn voor al wat God geschapen heeft. Zoals een
goede jockey zijn paard niet bestrijdt of tegenwerkt maar juist
koestert en alleen op die manier in staat zal zijn het te sturen,
zó behoort de gelovige om te gaan met "zijn eigen vlees".
Verheerlijkt
dan God met uw lichaam.
1Korinthe 6:20
|
wat bedoelt
de Bijbel met 'het vlees'?
Vlees is het weefsel van een menselijk of dierlijk lichaam.
Het wordt in de Bijbel onderscheiden van bloed (1Korinthe 15:50)
en beenderen (Lucas 24:30) en staat tegenover GEEST (Galaten
5:17; Matteüs 26:41). Dikwijls is 'vlees' synoniem met
'lichaam' (1Korinthe 6:16; Efeze 5:29,30). Het 'vlees' is zwak
(Matteüs 26:41; Romeinen 6:19) en sterfelijk (2Korinthe
4:11).
|