1. In Handelingen 11:26 vinden
we discipelen in Antiochië die voor het eerst christianen
worden genoemd. Let op: niet zijzelf, maar buitenstaanders noemden de
discipelen christianen. Kennelijk omdat zij hen steeds hoorden
spreken over 'christus'.
2. In Handelingen 26:28
hoont Agrippa Paulus met de woorden: "Jij wilt mij wel spoedig
als christiaan laten optreden!". Ook hier een buitenstaander
die het woord christiaan in de mond neemt. Hoewel Paulus bevestigend
antwoord, vermijdt hij het woord christiaan.
3. In 1Petrus 4:16
schrijft Petrus aan zijn (Joodse) lezers: "Indien hij echter als
christiaan lijdt, dan schame hij zich niet, maar verheerlijke
God onder die naam". De benaming christiaan gold kennelijk
als schande en bracht lijden met zich mee.