"verwondert u en verdwijnt... "
Ziet dan toe, dat u niet overkome, wat in de profeten gezegd is:
Ziet, verachters, en verwondert u en verdwijnt; want Ik werk een werk
in uw dagen, een werk, dat gij voorzeker niet zult geloven, als iemand
het u verhaalt.
Handelingen 13:40,41
Handelingen 13 is het hoofdstuk waarin de naam Saulus verandert in
Paulus (vers 9). Vanaf dit hoofdstuk wendt Paulus zich tot de heidenen
(natiën) terwijl zijn volksgenoten dit in grote nijd gadeslaan.
De geschiedenis van de stadhouder Sergius Paulus en de joodse Barjezus
op het eiland Cyprus (13:6-12) is daarvoor zeer illustratief.
Paulus werd "apostel der heidenen" vanwege het ongeloof van
Israël, zoals hij uiteenzet in de Romeinen-brief. Niettemin achtte
Paulus het de climax van zijn bediening om onder de Joden dan toch in
elk geval "enigen te behouden" (Rom.11:11-15). Dat
verklaart waarom Paulus overal eerst de synagoge bezocht. Dat
was uitdrukkelijk niet omdat Paulus nog zou rekenen op een spoedige
bekering van de natie (en daarmee op het openbaar worden van het Koninkrijk).
Nergens in Handelingen vinden we ook maar een hint in die richting.
Paulus richt zich primair tot de synagoge omdat hij de individuele
jood ("enigen") op het oog had. Dit blijkt ook uit het navolgende.
Na Paulus' bezoek aan het eiland Cyprus lezen we in Handelingen 13
van Paulus' bezoek aan de stad Antiochië. Paulus gaat eerst naar
de synagoge en houdt daar een toespraak die hij beëindigt met de
gedenkwaardige woorden die bovenaan dit artikel staan. Laten we deze
tekst eens nader bezien.
Ziet dan toe, dat u niet overkome...
Paulus waarschuwt hier zijn luisteraars in de synagoge.
... wat in de profeten gezegd is:
Gedoeld wordt op de profeet Habakuk (1:5).
Bij "verachters" doelen zowel Habakuk als Paulus primair
op de leiders van Israël. Ze worden hier aangeduid als verachters
of minachters nl. van het Woord van God.
Israël zal zich verwonderen over wat hen zal overkomen. Verwonderen
betekent: niet begrijpen en zich verbazen. Het betekent ook: dingen
zien en horen tégen de verwachting in. In de dagen van Handelingen
werd in aanvang de terugkeer van de Messias en de openbaring van het
Koninkrijk van God gepredikt en verwacht (Hand.3:19-21). Maar omdat
men dit woord verachtte, zouden heel andere dingen gaan plaatsvinden.
I.p.v. een herstel van het koninkrijk van Israël, zou de
natie ten ondergaan in de volkerenwereld. Toen in 70AD de tempel in
vlammen opging en Jeruzalem met de grond gelijk gemaakt verdween
de joodse natie van de kaart.
... want Ik werk een werk in uw dagen, een werk, dat gij voorzeker
niet zult geloven, als iemand het u verhaalt.
Het werk dat God doet in de dagen van Israëls terzijdestelling,
is onbegrijpelijk voor het Joodse volk. Bij een Messias wiens Koninkrijk
verborgen is, zoals Paulus brieven daarover verhalen, kan men zich tot
op heden niets voorstellen (de rest van de wereld trouwens ook niet).
Met deze afsluitende statement in de synagoge van Antiochië maakt
Paulus duidelijk dat hij ...
1. reeds vanaf zijn eerste missie onder de natiën bekend was mét
en sprak óver het drama dat de natie Israël te wachten stond;
2. zijn gelovige volksgenoten wilde waarschuwen én voorbereiden
op het wonderlijke (=verborgen) werk van God in deze dagen.
|