Jakobus over Gods programma
Op de conferentie te Jeruzalem speelt Jakobus ("de
broeder des Heren"; Galaten 1:19) een beslissende rol in de grote
vragen die daar aan de orde zijn. Wanneer hij als laatste spreker het
woord neemt, begint hij te zeggen dat...
Simeon (= Petrus; 2Petrus
1:1) heeft verhaald hoe God EERST de natiën heeft bezocht,
om uit hen een volk aan te nemen voor Zijn Naam.
Handelingen 15:14
De weergave van de NBG-vertaling is hier tamelijk misleidend.
Deze vertaald "van meet aan" i.p.v. "eerst", terwijl
dit toch de onmiskenbare betekenis van het Griekse woord 'protos' is.
Door de lezing van het NBG te volgen missen we één van de
points van Jakobus' betoog. Vervolgens stelt Jakobus dat deze gang
van zaken, d.w.z. het bijeenverzamelen van een volk uit de natiën,
in overeenstemming is met de woorden van de profeten. Anders gezegd: de
profeten hebben reeds over dit fenomeen gesproken. Om dit te ondersteunen
volgt een citaat uit de profetie van Amos (9:11,12)
DAARNA
zal Ik wederkeren en de vervallen hut van David weder opbouwen, en wat
daarvan is ingestort, zal Ik weder opbouwen, en Ik zal haar weder oprichten,opdat
het overige deel der mensen de Here zoeke, en alle natiën, over
welke mijn naam is uitgeroepen, spreekt de Here, die deze dingen doet,
welke vanaf de aeon bekend zijn.
Handelingen 15:16-18
Het is opmerkelijk dat Jakobus de woorden van Amos
nogal vrij weergeeft. Jakobus citeert de profeet zodanig, dat deze perfekt
in zijn betoog past. Overbodig te zeggen dat hij daarbij volstrekt recht
doet aan het profetenwoord. Wat nu onze aandacht trekt is het eerste woord
van zijn citaat: daarna. Dit is nogal opmerkelijk omdat noch de
Hebreeuwse Tenach, noch de beroemde Griekse vertaling daarvan (de Septuaginta),
in Amos 9:11 "daarna" leest. In beide gevallen staat onmiskenbaar
"te dien dage" geschreven. Vanwaar dan deze wijziging? Heel
eenvoudig: Jakobus geeft programatisch weer wanneer God van zins
is te doen, hetgeen Hij bij monde van de profeet Amos heeft voorzegd:
1. EERST een volk uit de natiën vergaderen.
2. DAARNA zal de Heer wederkeren en de vervallen hut van David restaureren,
etc. Jakobus haalt Amos aan om aan te tonen dat wat God in de tegenwoordige
tijd doet (namelijk, een volk uit de natiën vergaderen) overeenkomt
met wat God straks ("daarna") zal doen. Hij vergelijkt Gods
werk in de tegenwoordige tijd met diens werk in de toekomst. Jakobus toont
de overeenstemming maar geeft tevens aan dat de letterlijke vervulling
van de woorden van de profeten nog wacht. Honderden concrete beloften
over Jeruzalem, Israëls landsgrenzen, herstel van het Davidisch koningshuis,
etc., etc. ze zullen allen t.z.t. worden gerealiseerd. Jakobus neemt
de woorden van Amos uiterst serieus, en plaatst de vervulling NA de bijeenverzameling
van een volk uit de natiën en NA de terugkeer van de Heer uit de
hemel. De woorden van de profeten (i.c. Amos) vormen het volgende progamma-onderdeel
van Gods agenda. Eerst dán zal ook de oplossing komen voor
het lang slepende Midden-Oosten conflict. Of, zoals Amos het formuleert
in zijn slotwoord:
Dan zal Ik hen (= Israël)
planten in hun grond, en zij zullen niet meer worden uitgerukt uit de
grond die Ik hun gegeven heb, zegt de HERE, uw God.
Amos 9:15
|