|
|
aantekeningen bij Handelingen 17:15-34 PAULUS OP DE AREOPAGUStwistte Paulus? Stoïcijnen, apathie en autarkie Epicureërs betweter? vóór of temidden van de Areopagus? trendgevoelig diplomatieke aanpak de Schriften citeren zonder er een beroep op te doen één God en dus... altaar of voetstuk? God woont nú niet in tempels God is niet hulpbehoevend niets van onszelf één stamvader van alle mensen de grenzen van de volken twaalf en zeventig niet ver van een ieder van ons (1) niet ver van een ieder van ons (2) berouw geen goed vertaalwoord de nog steeds onbekende God wijs voor de wereld dwaas voor God onsterfelijke ziel Dionysius nuchter... Het boek Handelingen bied het belangrijkste handvat om de brieven van de apostel Paulus te kunnen dateren en in een chronologie te plaatsen. Hand.17:15 De filosofen twistten niet met Paulus, zoals de NBG-weergave luidt in 17:18 De Stoïcijnen ontlenen hun naam aan de Stoa d.i. de zuilengang waar Zeno van Citium (332-262 v. Chr.) zijn school stichtte. Ten tijde van Paulus kwam het gerechtshof van de Areopagus waarschijnlijk in dezelfde Stoa bijeen. De Stoïcijnen leerden dat de wisselingen van het lot gelijkmatig gedragen dienen te worden. Met een ongeschokt gemoed. 'Apatheia' (> apathie) en 'autarkie' (=zelfgenoegzaamheid) zijn hun sleutelwoorden. Paulus spreekt ook driemaal in zijn brieven over 'autarkie'... in positieve zin! Het duidt op een innerlijke houding van tevredenheid, die onafhankelijk is van anderen en omstandigheden. 2Korinthe 9:8 Epicureërs zijn aanhangers van de filosofie van Epicures van Samos (341-270 v. Chr.). Deze stelde dat de mens zijn geluk moest zoeken in het genieten van het leven. De uitspaak die Paulus citeert in 1Kor.15:32 ("laten wij eten en drinken want morgen sterven wij") zou van een Epicureër kunnen zijn. De wijsgeren op de Areopagus noemen Paulus (Grieks) 'spermo logos' (ZAAD-LEGGER). Het woord komt slechts één keer voor in het NT. De NBG vertaald het met 'betweter', de Staten Vertaling met 'klapper', de King James met 'babbler' (babbelaar), de Telos-vertaling met 'naprater' en de Concordant Version met 'rook' (roek), d.i. een vogel die leeft van wat anderen hebben laten liggen of hebben weggegooid. De voetnoot van de Telos-vertaling meldt: "letterlijk: graantjespikker". Handelingen 17:18 NBG Paulus stond niet "vóór de Areopagus" maar "temidden van de Areopagus". Het gaat hier niet (zoals de NBG suggereert) om een rechtszitting. Handelingen 17:22 NBG In vers 21 staat letterlijk dat de Atheners voor niets anders tijd hadden dan om iets nieuwERs te horen. Overtreffende trap. Het nieuws kende ze al, het moest nóg nieuwer zijn. Alleen de allerlaatste trend was interessant. Paulus begint met het maken van een compliment aan zijn gehoor. Hij had kúnnen zeggen dat deze stad zó slecht was omdat ze vol van afgoderij was. Maar als een ware 'graantjespikker' haalt hij daar juist het positieve uit door te zeggen dat ze religieuzer zijn dan anderen. Handelingen 17:22 Paulus richt zich in deze rede tot mensen die onbekend zijn met "de Schrift". Voortdurend refereert hij daaraan maar zich daarop beroepen doet hij niet. Tegen hen zeggen dat het waar is omdat het in de Bijbel staat, zou bij hen niet overkomen. Bij hen komt hij via de andere kant naar binnen: het is wáar en daarom staat het in de Bijbel. Wanneer de apostel met heidenen in aanraking komt, dan vertelt hij hen eerst van de Ene God. Dat is geen kwestie van kwantiteit maar van kwaliteit. Twee of meerdere goden zouden hun macht met elkaar moeten delen. Al of niet met ruzie. Eén God is'daarentegen absoluut. Want voor Iemand die alles beschikt, kan er per definitie niets mis gaan. Dit gegeven is de basis van al het Bijbels onderwijs. Handelingen 14:15-18 Paulus had een inscriptie gevonden met de tekst: 'aan de onbekende god'. Dit was een schot voor open doel om de Atheners te confronteren met hun onwetendheid. Handelingen 17:23 Van de 24x dat het woord 'altaar' in de NBG-vert. voorkomt is het 23 keer de weergave van het Gr. thusias' terion. In Hand.17:23 Wanneer de apostel zegt dat de hun onbekende God niet in tempels die met handen gemaakt zijn, woont, dan gebruikt hij daarvoor met opzet de tegenwoordige tijd. God woonde ooit wel in een tempel met handen gemaakt. En ooit zal Hij weer in een met handen gemaakte tempel wonen. Maar in de buitengewoon fraaie tempel die in Paulus' dagen te Jeruzalem stond, ontbrak de zgn. Sjechina. Het woord 'dienen' in Paulus' uitspraak "... en laat Zich ook niet door mensenhanden dienen", is in het Grieks 'thera peuo'. Dit woord komt 44x voor in het NT en alle overige keren wordt het vertaald met genezen e.d. De beelden die Paulus alom zag moesten allemaal verzorgd en bij gelegenheid gerepareerd worden. Hulpbehoevende goden dus. Handelingen 17:25 God Zelf geeft aan allen leven en adem en alles (Gr. ta panta). Niets maar dan ook niets heeft de mens van zichzelf. Ook de verlossing komt geheel van God, ook het voorrecht te geloven. Vandaar ook 'Alverzoening'. Handelingen 17:25 Uit één enkele heeft God "elke natie van mensen" gemaakt. De mensheid is geen veredelde apensoort. Alle zes miljard mensen zijn stuk voor stuk nakomelingen van Adam. En al die miljarden mensen zullen ook stuk voor stuk worden gerechtvaardigd door de laatste Adam. Romeinen 5:18 God heeft de grenzen der volken vastgesteld "naar het aantal der zonen van Israël". Vandaag probeert de hele volkerenwereld de grenzen van Israël te bepalen. Een omkering van zaken! De volken zijn gegroepeerd rond de twaalf zonen van Jakob. * Deuteronomiun 32:8 In Exodus 15:17 lezen we van de oase Elim: "daar waren twaalf waterbronnen en zeventig palmbomen". Heel typisch! Zeventig bomen: een beeld van de volkeren die gegroepeerd zijn rondom, en afhankelijk zijn van de twaalf waterbronnen (een beeld van Israël). * De volkerenlijst van Genesis 11 telt zeventig namen Een ieder die verstand heeft kan weten dat God er is. Elk mens kan God vinden door simpel de scheppingswerken na te speuren. Om Hem zó al tastende te vinden en Hem als GOD te gaan verheerlijken en te danken. Daar is geen Bijbel voor nodig, enkel een gezond verstand en een eerlijk hart. Romeinen 1:20 God is niet ver van wie dan ook. Hij is niet slechts onze Schepper maar ook onze omgeving. "In Hem leven wij en bewegen wij ons". De Psalmist vraagt: "waarheen zou ik gaan voor Uw aangezicht?". Een bekend zondagsschoolliedje luidt: 'op bergen en in dalen, ja overal is God'. Zijn liefde staat er voor garant dat geen mens ooit door Hem in de steek wordt gelaten. Zelfs al laat God "de werken van Zijn handen" los, Hij laat het nimmer varen. Handelingen 17:27,28 In 17:30 is sprake van 'metanoia' en dit betekent niet 'bekering' maar na-denken, 'omdenken', bezinnen. Dikwijls wordt dit woord vertaald met 'berouw' maar ten onrechte. Berouw is spijt, wroeging. Metanoia daarentegen heeft primair te maken met ons denken. Handelingen 17:30 God verkondigt (eigenlijk: gelast) heden aan de mensen dat allen overal tot bezinning moeten komen. Dat de mensen in de voorgaande tijden onwetend waren neemt God hen niet kwalijk. Hij liet hen Zelf op eigen wegen gaan. Maar wanneer de mens de onwetendheid voorbij is behoort hij zich te bezinnen, 'om te denken'. Dit gold toen en dit geldt nu nog steeds. De GOD die alles beschikt, Die niets nodig heeft omdat Hijzelf alles gééft. Ik verzeker u: Deze is nog steeds de onbekende God. Handelingen 17:30 Wanneer Paulus gaat spreken over een Man Die God ooit uit de doden deed opstaan, steigeren de Grieken. Hun filosofie ging uit van een onsterfelijke ziel die de kerker van het lichaam zou verlaten. Paulus' getuigenis stond haaks op hun filosofie. Nergens heeft Paulus zó weinig succes gehad als in het intellectuele centrum van die dagen: Athene. Paulus stuit in Athene op een dodelijke onverschilligheid. Grieken zoeken 'wijsheid' maar wat voor de wereld dwáás is, juist dát heeft God uitverkoren. God geeft niet hoog op over wat in de wereld voor wijs doorgaat. Handelingen 17:32 Juist in de 'christelijke filosofie' speelt het Griekse idee van een onsterfelijke ziel, nog steeds een zeer grote rol. De mens sterft niet écht, het lichaam wordt enkel verlaten. Het maakt de verkondiging van een toekomstige opstanding volstrekt overbodig. Waarom een opstanding als de mens toch niet werkelijk dood gaat? Dionysius, de Areopagiet (d.w.z. lid van het gerechtshof), komt tot geloof. Zijn naam staat voor de god van de drank, de Griekse variant van Bacchus (=Latijns). Deze Dionysius is dus door bezinning nuchter geworden.... Handelingen 17:34 |