|
|
"onze twaalf stammen"
Deze woorden sprak Paulus toen hij zich voor koning
Agrippa moest verantwoorden. Let er op dat Paulus niet wist van 'tien
verloren stammen'. Alle twaalf stammen blijken eenvoudig aanwijsbaar.
Koning Agrippa en de andere toehoorders worden geacht daarvan op de hoogte
te zijn. De twaalf stammen worden tesamen genoemd omdat ze een gemeenschappelijke
religie ("nacht en dag God vereren") en dus ook een gemeenschappelijke
Messiaanse verwachting ("de belofte... verwachten te bereiken")
hebben. Zij staan daarmee tegenover de natiën die "zonder
hoop en zonder God in de wereld" zijn (Efeze 2:11,12 Het is trouwens vanwege hun godsdienstige identiteit dat alle twaalf stammen 'Joods' heten. De term Jood komt van 'Juda' en zou strikt genomen slechts een aanduiding behoren te zijn van de stam Juda en het tweestammenrijk. Maar aangezien aan het tweestammenrijk de stad Jeruzalem toebehoorde en dus de tempel en de eredienst, werd de term 'Jood' (= van Juda) sinds de ballingschap een godsdienstige term. Vandaar ook: Judaïsme. Ieder die vast wilden houden aan de eredienst, voegde zich bij Juda. Zij werden daarmee Joods. Ongeacht van welke stam zij afkomstig waren.* * Al sinds de tweedeling van het rijk na
koning Salomo, voegden velen uit het tienstammenrijk zich om godsdienstige
redenen bij Juda. |