|
|
HANDELINGEN 28 ALS SLOT de centrale
vraag in Handelingen
Aan het begin van het boek 'Handelingen' stellen de discipelen aan Jezus de vraag: "herstelt U in deze tijd het Koninkrijk voor Israël"? Eigenlijk is het hele boek 'Handelingen' niet anders dan een lang antwoord op deze vraag. Handelingen 1:6 topJezus had aan het kruis gebeden: "Vader vergeef het hun, want zij weten niet wat ze doen". Petrus bevestigt dit later door tegen zijn volksgenoten te verklaren : "ik weet dat gij uit onkunde hebt gehandeld, gelijk ook uw oversten...". In het boek 'Handelingen' krijgt het volk alsnog de kans zich te bekeren. Lucas 23:34; Handelingen 3:17 topHet volk Israël bevond zich in de 'Handelingen'-tijd, als de verlamde man aan de Schone Poort. Aan de Schone Poort van het nabije Koninkrijk. Petrus houdt zijn volksgenoten heel nadrukkelijk voor, dat wanneer zij tot inkeer zouden komen van hun misdaad (=het laten kruisigen van Jezus), dat de in de hemel opgenomen Jezus zou terugkeren. "Tijden van verademing" zouden dan aanbreken. Handelingen 3:19-21 zie ook: de verlamde man aan de Schone Poort topIn Handelingen 28:23 leest de NBG-vertaling dat Paulus de Joden poogde te overtuigen. In de grondtekst ontbreekt het woord 'pogen'. Paulus overtuigde hen. Hij leverde het onmiskenbare bewijs vanuit de Schrift. Dat slechts een deel van het gezelschap daaraan gehoor wilde geven, doet van dit feit zelf niets af. Deze scène van ongeloof is karakteristiek voor het slot van het boek. Handelingen 28:23,24 topBij drie gelegenheden wordt de profetie van Jesaja 6:9-10 in de Bijbel toegepast. In de eerste plaatst in Jesaja's dagen. Vervolgens in de dagen van Jezus' omwandeling in Israël. En ten slotte, ongeveer drie decennia later door Paulus, ver buiten het land. Matteüs 13:14,15 topHet boek 'Handelingen' sluit ongelofelijk teleurstellend af. Hoopvol klonk in de aanvang de vraag: "Here herstelt u in DEZE TIJD het Koninkrijk voor Israël?". Aan het einde klinkt keihard het woord: Israël ziet, hoort en verstaat niet. En dus: Israël bekeert zich niet en God herstelt hen niet. Handelingen 28:26,27 topIn Jesaja 6 wordt door God Zelf antwoord gegeven op de vraag tot hoelang Israëls verharding zal voortduren. "Totdat de steden verwoest zijn... en het verlaten gebied in het land groot is". Wanneer ze zullen zeggen (zoals elders staat geschreven) "onze hoop is vervlogen, het is met ons gedaan". Israëls geestelijke herstel begint op het moment dat het land compleet verwoest zal zijn... Jesaja 6:11-13; Ezechiël 37:11 topIn het begin van 'Handelingen' moest Israël zich bekeren. Aan het einde kan het zich niet meer bekeren. Handelingen 3:19; Handelingen 28:27 topDe genezingen in Handelingen zijn een teken van de beoogde genezing van Israël ("... en Ik hen zou genezen". 28:27) . Na Handelingen 28 verandert dat verhaal compleet. Eerst was zelfs een zweetdoek van Paulus al voldoende om talloze zieken te genezen. Na Handelingen 28 moest Paulus Trofimus ziek in Miléte achterlaten. En zijn medewerker Epafroditus ontkwam ternauwernood aan een dodelijke ziekte. Handelingen 28: 19:11,12, 2Timotheüs 4:20; Filippi 2:27 topDe prediking van het Koninkrijk heeft aan het slot van 'Handelingen' schipbreuk geleden. De geschiedenis van het één na laatste hoofdstuk is daarom zeer illustratief voor de ontwikkeling die in 'Handelingen' beschreven wordt. Wanneer men naar Paulus had geluisterd had het schip niet ten onder gegaan... Maar toch, al Paulus reisgenoten komen niettemin behouden uit de crisis... En ook dát is overdrachtelijk waar. Handelingen 27 topHet boek 'Handelingen' heeft een keurige inleiding maar eindigt abrupt. Het harde citaat uit Jesaja 6 doet als het ware de deur dicht. Het is met recht een slot. In een paar verzen wordt nog kort melding gemaakt van Paulus' verdere verblijf van twee jaren in Rome. topDe laatste twee verzen van 'Handelingen' zijn typerend voor de tijd die volgt op 'Handelingen'. Israël staat op een zijspoor. De gelovigen staan in connectie met een gevangene. Als enkelingen. Buiten de maatschappij. Geassocieerd met een sekte. Maar, met een kostbare Boodschap aangaande "de Here Jezus Christus" en "het Koninkrijk Gods"! Handelingen 28:30,31 topDe twee jaren in gevangenschap van Paulus komen treffend overeen met de twee jaren van gevangenschap van Jozef in Egypte. Jozef was verworpen door zijn broers (>Israël). Het koningschap over Egypte was nog toekomst. In de tussentijd verblijft hij in een gevangenis waar hij verborgenheden (dromen) bekendmaakt (over de verhoging op de derde dag...). Genesis 40 en 41:1; zie ook: 'ten derde dage opgewekt' topHet plafond van 'Handelingen' is de vloer van de 'gevangenis-brieven'. In b.v. de Kolosse-brief is het niet meer zoals eerder "eerst de Jood" maar "Griek en Jood". Het onderscheid tussen beide speelt geen enkele rol meer. Het geheimenis is: Christus onder de HEIDENvolken. Romeinen 1:16; Kolosse 3:11; 1:27 topIn het begin van 'Handelingen' opent Petrus deuren. Aan hem waren immers de sleutels van het Koninkrijk toevertrouwd. Maar in de loop van het boek sluit de deur voor Israël langzaam maar zeker. In Handelingen 28 valt de deur in het slot. Maar... wanneer God een deur sluit, opent Hij ook altijd een venster! Vanuit de gevangenis te Rome laat hij Zijn gevangene Paulus een venster openen. Met een uitzicht zó breed, lang, hoog en diep... duizelingwekkend! Efeze 3:8-10, 18 top |