"de eigen bijeenkomst"
In Hebreeën 10:25 wordt gesproken over de gewoonte
van sommigen om de eigen bijeenkomst te verzuimen. Wat betekenen deze
woorden? Wat is de achtergrond en in hoeverre is de oproep ook buiten
de context van de Hebreeën-brief actueel?
wat staat er precies?
Ik geef eerst de lezing van de NBG51:
epi-sunagoge
Hebr.10:25 maakt deel uit van een brief die gericht is aan Hebreeën,
d.w.z. Hebreeuws-sprekenden, Joden dus die van huis uit gewoon waren
om samen te komen in de synagoge. Deze brief is geschreven aan de grote
groep Messias-belijdende Joden in Jeruzalem (zie Hand.21:20), vlak voor
70AD en wijdt vooral uit over het gevaar van terugval in het jodendom
en de synagoge (zie: setting van de Hebreeën-brief).
Om "de eigen bijeenkomst" niet te verwarren met de reguliere
Joodse bijeenkomst, wordt niet het woord 'synagoge' gebruikt, maar een
versterking van het woord 'synagoge' d.m.v. het voorzetsel 'epi' (=op).
Het doelt op een bijeenkomst die qua betekenis boven de synagoge uitgaat.
Hetzelfde woord gebruikt Paulus trouwens ook in 2Thes.2:1 (St.Vert.
'toevergadering').
acht geven, aanscherpen en aanmoedigen
Het zijn deze drie werkwoorden die motiveren waarom men niet de gewoonte
zou hebben de eigen bijeenkomst na te laten. Het begint met: "laten
we acht geven op elkaar". Hetzelfde woord voor 'acht geven'
(katanoeo; Str.2657) komen we eerder tegen in 3:1, waar NBG51
vertaalt: "richt uw oog op... Jezus". In Lucas 12:27
wordt het vertaald met "opletten". "Acht geven"
is een woord dat in alle gevallen prima past. Uiteraard kan men alleen
op elkaar acht geven wanneer men elkaar ook regelmatig ontmoet en daarom
lezen we: "op elkaar acht geven... niet nalatende de eigen bijeenkomst".
aanscherpen
Door de eigen bijeenkomst te bezoeken zou men elkaar aanscherpen en
aanmoedigen. Het woord 'aanscherpen' is beter nog dan 'aanvuren' (NBG51)
omdat het goed weergeeft waar het Griekse woord (paroxusmos;
Str.3948) letterlijk vanaf geleid is: scherp maken.
aanmoedigen
Het Griekse woord 'parakaleo' (Str. 3870) wordt veelal weergegeven met
'vermaning' en 'vertroosting'. Zo ook in de lezing van de St.Vert: "[elkander]
vermanen". De echte betekenis van het Griekse woord ligt ergens
tussen 'vertroosten' en 'vermanen' in. Het woord 'bemoedigen'/'aanmoedigen'
zou een prima concordant vertaalwoord zijn. De bijeenkomst zou niet
de plaats zijn om vermaand of berispt te worden (vergl. de doopgezinde
benaming voor een kerkgebouw: de vermaning), maar om aan te moedigen
en aangemoedigd te worden. Wederkerig, d.w.z. de één de
ander en de ander de één. Hoe anders dan door elkáár
te wijzen op de rijkdom van Gods Woord?
gewoonte
Sommigen, zo zegt de schrijver, hebben de gewoonte (Gr. 'ethos'
> ethiek) de eigen bijeenkomst na te laten. Het staat tegenover de
goede gewoonte van de overigen om wél present te zijn. Van Jezus
lezen we dat hij "naar zijn gewoonte op de sabbatdag naar
de synagoge" ging (Luc.4:46). Ook Paulus ging, zoals hij gewoon
was, elke sabbat naar de synagoge (Hand.17:2). Een gewoonte duidt op
een vast ritme, standaard op gezette tijden, een vanzelfsprekendheid,
een gewenning.
voluit Paulinisch
Ook alle andere brieven in het NT veronderstellen de gewoonte van
bij elkaar komen. Niet het minst ook de gemeentelijke brieven van Paulus.
Een gemeente is immers niets anders dan een vergadering (ekklesia
= vergadering; Hand.19:39), d.w.z. een gemeenschap die gewoon
is bij elkaar te komen. Trouwens, wie anders dan Paulus, is de
schrijver van Hebreeën 10:25? De oudste Griekse manuscripten rekenen
'Hebreeën' zonder uitzondering als een brief van Paulus, aangezien
ze een plaats kreeg temidden van Paulus' brieven (tussen 2Thessalonika
en 1Timotheüs). Daar komt bij dat we van Petrus weten (2 Petrus
3:15) dat "onze geliefde broeder Paulus" een brief geschreven
moet hebben aan dezelfde groep als waar ook Petrus zich aan richt. D.w.z.
aan "de besnijdenis". Welke brief, anders dan die aan de Hebreeën,
komt daarvoor in aanmerking? Al had de schrijver ongetwijfeld goede
redenen zijn naam niet te vermelden (Gal.2:7-9?), zijn identiteit is
niettemin gemakkelijk te herkennen (zie ook Hebr.13:23).
Hoe dat ook zij, Hebr.10:25 is voluit Paulinisch. Gelovigen komen samen
om elkaar aan te moedigen. En dat temeer naarmate zij de dag
zien naderen.