|
het Woord van God compleet
het beheer om het Woord Gods te vervullen
Waarvan (= de Gemeente) ik (= Paulus) dienaar
werd, volgens het beheer van God, dat mij gegeven is, om onder jullie
het Woord van God te vervullen, het Geheimenis, dat eeuwen en geslachten
lang verborgen is geweest, maar nu geopenbaard aan zijn heiligen.
Kolossers 1:25
Als bekend mag worden verondersteld dat boodschap van de "apostel
der heidenen" maatgevend is voor de tegenwoordige tijd waarin Israël
tijdelijk terzijde staat. Door Paulus is het Geheimenis bekend bekendgemaakt
en daarmee (naar zijn zeggen) het Woord van God vervuld. Dat is was Paulus
in bovenstaand Schriftgedeelte naar voren brengt. Aan hem is het beheer
gegeven om Gods Woord te vervullen, te voleindigen of te completeren.
Gehinderd door traditie, nemen weinigen dit, zoals het er staat. Meestal
gaat men het 'verklaren', hetgeen in de praktijk betekent dat het moeilijker
gemaakt wordt. Traditioneel overheerst namelijk het idee dat de geschriften
van Johannes van later datum zijn dan Paulus' brieven. Waarom meent men
dit? Omdat Johannes (vermoedelijk...) geleefd heeft tot in de 90-er jaren
van de 1-ste eeuw terwijl Paulus reeds eind 60-er jaren is omgebracht.
Gesteld dat dit juist is, vergeet men, dat daarmee nog niets is gezegd
over het tijdstip waarop Johannes' geschriften zijn gescheven.
Terecht wordt dan ook, b.v. in de Telos-vertaling, bij de inleiding van
Johannes' geschriften vermeld: "Geschreven door Johannes tussen
de jaren 60 en 95...". Deze marge van ruim drie decennia is meer
dan voldoende om Paulus te erkennen als degene die het laatste woord van
Godswege, bekendmaakte.
vorming NT overgelaten aan anderen?
Maar als Paulus zich ervan bewust was dat hij Gods Woord mocht voleindigen,
zou hij dan ook de eind-redaktie hebben gevoerd over het NT? Immers, eerst
dan zou het Woord Gods daadwerkelijk compleet en afgerond zijn.
Wie anders dan een gevolmachtigde van Christus Jezus Zelf, heeft de bevoegdheid
om te bepalen wat wél en wat niet bij de canon behoort, d.w.z.
wat maatgevend is? Als aan Paulus het beheer gegeven is om het Woord Gods
te completeren, zou hij dan de selectie van geschriften hebben overgelaten
aan volgende generaties en kerkelijke concilies? Zeker, de canon van het
NT werd pas in de 4-de eeuw formeel door de kerk erkend.
En in de daaraan voorafgaande eeuwen is over diverse geschriften, hier
en daar flink gesteggeld. Maar waar zou de canon haar oorsprong
anders hebben dan in de tijd van de apostelen?
het kader van de tweede Petrus-brief
In zijn tweede brief richt Petrus zich als "apostel der besnijdenis"
wederom tot zijn Joodse lezers. Het is halverwege de 60-er jaren. Petrus
voorzegt de aanstaande, massale afval onder het volk. Hij voorzegt de
Joodse Opstand en het "schielijk verderf" dat over het volk
zou komen. Dit laatste doelt op de verwoesting die zou plaatsvinden in
het jaar 70 (meer info, klik hier).
Niet langer was het de vraag (zoals ooit; Hand.1:6) of in "deze
tijd het koninkrijk voor Israël hersteld zou worden". Integendeel,
spotters zouden komen met de vraag: "waar blijft de belofte van Zijn
komst?" (3:4). Petrus realiseert zich dat hij spoedig zal sterven
(1:14) en vraagt zich af hoe het moet na zijn heengaan. Wat zou het houvast
zijn voor navolgende generaties? Hoe zouden zij de waarheid kunnen onderscheiden
temidden van mythen en verhalen? Zolang Petrus en de zijnen nog in leven
waren konden de mensen het bij hén navragen, maar hóe zou
dat nog kunnen als zij er niet meer zouden zijn? Op deze vraag gaat Petrus
in het eerste hoofdstuk in.
Petrus' ijver
Maar ik zal mij beijveren, dat gij ook na mijn
heengaan telkens weer aan deze dingen kunt denken.
2Petrus 1:15
Petrus kondigt aan dat hij zich zal beijveren. Zodra hij z'n brief
geschreven had, was er dus nog werk aan de winkel. Petrus zou zich inzetten
voor de geloofsgemeenschap ná zijn heengaan. Ook zij moesten bepaald
worden bij al de dingen die hij als ooggetuige te melden had. Petrus schrijft
hier over de schriftelijke vastlegging van wat de ooggetuigen te melden
hadden. Hij vervolgt:
Want WIJ zijn geen vernuftig gevonden verdichtsels
nagevolgd, toen wij u de kracht en de komst van onze Here Jezus Christus
hebben verkondigd, maar WIJ zijn ooggetuigen geweest van zijn majesteit.
2Petrus 1:16
Petrus claimde een "ooggetuige" te zijn. In de eerste plaats
met o.a. Johannes (zie volgende vers) maar in het algemeen met al de andere
apostelen.
En WIJ hebben het profetische woord dat zeer vast
is, en GIJ doet wel er acht op te geven (als op een lamp, die schijnt
in een duistere plaats, totdat de dag aanbreekt en de morgenster opgaat)
in uw harten.
2Petrus 1:19
Let op: hier is sprake van "wij" en "gij". "Gij",
dat zijn de lezers. "Wij", dat zijn de ooggetuigen van de voorgaande
verzen. Wij, d.w.z. wij ooggetuigen, hebben het profetisch woord.
Heel het Nieuwe Testament komt direct voort uit de kring van ooggetuigen.
Eén van die ooggetuigen is Paulus.
... houdt de lankmoedigheid van onze Here voor
zaligheid, zoals ook onze geliefde broeder Paulus naar de hem gegeven
wijsheid u geschreven heeft, evenals
in ALLE BRIEVEN, wanneer hij over deze dingen spreekt.
Daarin is een en ander moeilijk te verstaan, wat de onkundige en onstandvastige
lieden tot hun eigen verderf verdraaien, evenals trouwens de overige
schriften.
2Petrus 3:15,16
Kennelijk deden bundels van (copieën van) Paulus' brieven de ronde.
We zien hier de contouren zich aftekenen van de vorming van het Nieuwe
Testament. Let er op dat Petrus aan Paulus' brieven dezelfde status geeft
als "de overige Schriften". Bij Paulus moet je wezen, zo is
Petrus' boodschap. Het is dezelfde Petrus die ooit zoveel moeite had met
deze Paulus.
Waar Petrus' ijver overigens precies uit bestaan heeft, weten we niet.
Heeft hij wellicht ook de beschikking gekregen over andere geschriften
van het NT? B.v. over de andere besnijdenis-geschriften? In zijn eerste
brief noemt hij de evangelist Marcus "mijn zoon" (5:13) en dat
wijst er op dat het nalatenschap van Petrus bij Marcus zou terechtkomen.
Paulus' testament
Met het noemen van de naam van Marcus komen we als vanzelf weer terug
bij Paulus. Paulus vermeldt diens naam namelijk eervol in het slot van
zijn laatste brief.
11. Alleen Lucas is nog bij mij. Haal Marcus
af en breng hem mede, want hij is mij van veel nut voor de dienst.
2Timotheïs 4:11
Waarom moest Marcus met Timotheüs meekomen? In welk opzicht was
Marcus van veel nut voor de dienst? Voor welke dienst? Paulus vervolgt:
Als gij komt, breng dan de mantel mede, die ik
te Troas bij Karpus liet liggen, en ook de boeken, vooral de perkamenten.
2Timotheïs 4:13
Eigenaardig! Het tijdstip van Paulus' heengaan staat voor de deur (2Tim.4:6,7)...
vanwaar dan zijn zorg om "de boeken, vooral de perkamenten"?
Wat doet een up-to-date bibliotheek er toe, als je op het punt staat dood
te gaan? Er dringt zich één antwoord aan ons op: Paulus
is bezig het Woord van God te completeren! Paulus wilde aan Timotheüs
een heilige bibliotheek (Bijbel> 'biblos > bibliotheek) nalaten.
Met het oog daarop drukt hij Timotheüs op het hart:
Elke Schrift is van God geïnspireerd
en nuttig om te onderrichten, te weerleggen, te verbeteren en op te
voeden in de gerechtigheid, opdat de mens Gods volkomen zij, tot
alle goed werk volkomen toegerust.
2Tim.3:16,17
Zou "de mens Gods" volkomen toegerust zijn met slechts de Schriften
van de Tenach? Uiteraard niet! Paulus verwijst naar elke God-geïnspireerde
Schrift, inclusief het "profetisch woord" van de apostelen.
Dat is wat Paulus in haar geheel wilde nalaten aan Timotheüs.
En daarmee aan de Gemeente Gods. De Gemeente, die immers wordt gebouwd
op het fundament van de apostelen en profeten (Efeze
2:20).
Het bovenstaande plaatst ook het "veel nut" van Marcus in een
verrassend licht. Want Marcus had als erfgenaam van Petrus, geschriften
in bezit, die bij Paulus terecht moesten komen.
En dan nog wat. Heel triviaal doet hier Paulus' verzoek aan, om de mantel
mee te nemen, die hij te Troas achter gelaten had, naast "de boeken,
vooral de perkamenten". Echter: het woord dat hier vertaald wordt
met 'mantel' betekent letterlijk 'omslag'. In een bepaalde context zou
dat kúnnen doelen op een mantel maar het verband hier wijst in
een andere richting. We hebben hier te denken aan een hoes, een tas of
een kaft dat als omslag zou dienen voor de betreffende geschriften. Het
is zelfs denkbaar dat Paulus als één der eersten gebruik
maakte van de boekvorm, die immers dateert uit de tweede helft van de
eerste eeuw!
Paulus' handtekening
Als Paulus inderdaad als eind-redacteur de geschriften van het
NT heeft gebundeld, is dat misschien ook zichtbaar in de wijze waarop
hij het heeft samengesteld? Oppervlakkig gezien niet. De opbouw van het
NT is algemeen-logisch. Het begint bij het begin: de evangelie-beschrijvingen
over al wat Jezus begonnen is te doen. Daarna de historische fase van
'Handelingen'. Dan volgt de afdeling van de brieven, waarna het NT logischer
wijze afsluit met 'de Openbaring', waarin een einde zal zijn gekomen aan
de tegenwoordige verberging van Jezus Christus. In deze logische indeling
is niet specifiek de hand van Paulus op te merken. Anders wordt het wanneer
we naar de indeling van de brieven kijken. Deze valt (grofweg) uiteen
in twee groepen: Paulus' brieven enerzijds en de geschriften van Jakobus,
Petrus en Johannes anderzijds (1). Deze laatste
volgorde is frappant want ze herinnert ons direct aan Paulus' eigen
opsomming in Galaten 2:9..
... en toen zij de genade, die mij geschonken
was, opmerkten, reikten Jakobus, Kefas (=Petrus) en Johannes,
die voor steunpilaren golden, mij en Barnabas de broederhand: wij zouden
naar de heidenen, zij naar de besnijdenis gaan.
Eerst Jakobus. Daarna Petrus. En ten slotte Johannes. Deze opbouw en
volgorde verwijst direct naar de officiële afspraak die gemaakt is
tijdens de vergadering in Jeruzalem. We worden er bij voorbaat aan herinnerd,
dat dit drietal besnijdenis-geschriften schreef!
Enfin, de indeling van de NT-ische brieven is onmiskenbaar Paulinisch.
Hetgeen dus wederom een bevestiging van het feit dat Paulus het Woord
Gods gecompleteerd heeft.
Gods handtekening
Hoewel de indeling en telling in onze tegenwoordige Bijbels dat niet zichtbaar
maakt, vertoont het origineel een geweldig Goddelijk design. Ons
OT gaat (helaas) terug op de indeling van de Griekse vertaling van het
Hebreeuwse OT (de Septuagint). De oorspronkelijke Hebreeuwse Bijbel, de
Tenach, is anders ingedeeld:
1. de Torah,
2. de profeten
3. de Geschriften (met de Psalmen vooraan).
Jezus Christus refereert in Zijn opstanding aan deze indeling.
... alles wat over Mij geschreven staat in de
wet van Mozes en de profeten en de psalmen moet vervuld worden.
Lucas 24:44
Deze indeling is ook gebaseerd op het drievoudig ambt van priester (>Torah),
profeet en koning (>de Geschriften bevatten voornamelijk bijdragen
van koningen). De telling van boeken is in de Hebreeuwse Bijbel ook anders.
Zo worden de twaalf kleine profeten bijvoorbeeld als één
boek gerekend. De Hebreeuwse Bijbel telt vanwege de andere indeling een
totaal van 22 boeken. Dit aantal komt overeen met de letters van het Hebreeuwse
alfabet (2).
En dan het NT. Dit deel van de Bijbel telt 27 boeken, wat samen met de
22 boeken van de Hebreeuwse Bijbel een totaal oplevert van 49 boeken.
Dat getal is Gods handtekening: 7x7! Waarbij het getal 7 ook op
andere niveaus telkens weer terugkomt. De besnijdenis-geschriften van
Jakobus, Petrus, Johannes + Judas zijn 7 in getal. Paulus' brieven zijn
14 in getal, dat is 2x7 (3). En let ook eens
op deze balans: het centrum van de Bijbel wordt gevormd door de 5 historische
boeken van het NT: Matteüs, Marcus, Lucas, Johannes en Handelingen.
Deze boeken vormen het fundament van het Bijbels getuigenis. Aan weerzijden
van deze 'Pentateuch' treffen we 22 boeken. Een volmaakte symmetrie en
balans!

samenvatting
1. Aan Paulus was het beheer gegeven om Gods Woord te completeren.
2. Wie anders dan apostelen, waren bevoegd om de NT-ische geschriften
te selecteren?
3. Reeds Petrus heeft zich ingezet voor de bundeling van NT-ische geschriften.
4. Het nalatenschap van Petrus kwam via Marcus terecht bij Paulus.
5. Omdat Paulus het Woord van God zou completeren, heeft hij aan het einde
van zijn leven de benodigde geschriften verzameld en geordend.
6. De indeling van NT-ische brieven verraadt Paulus' hand.
7. De samenstelling van de Bijbel verraadt bovenal Gods 'handtekening'.
(1) (a) In de originele Griekse manuscripten worden de brieven
van Jakobus, Petrus en Johannes trouwens vóór Paulus' brieven
geplaatst. Ons NT gaat terug op de Latijnse vertaling van het NT (de Vulgata).
In de Griekse manuscripten zien we gedemonstreerd dat Paulus verschijnt
na de besnijdenis-apostelen.
(b) De brief van Judas laat ik hier buiten beschouwing. Judas was de broer
van Jakobus (Jud.1:1) en dus ook een "broeder des Heren" (Jak.1:19).
Zijn brief is een spiegelbeeld van 2Petrus. Ook in de Griekse manuscripten
wordt de brief geplaatst achter die van Jakobus, Petrus en Johannes.
(2) Als we de 5 sluitletters van het Hebreeuwse alfabet
meerekenen dan komen we op 27 letters - dat aantal komt weer overeen met
het aantal boeken van het afsluitende NT!
(3) (a) Dit getal is inclusief de Hebreeën-brief. Welliswaar is schrijver
van deze brief anoniem maar in de Griekse manuscripten van het NT staat
de brief temidden van Paulus' brieven (tussen 2Thes. en Philémon).
(b) Let er op dat Paulus' geschriften 14 in getal zijn en de voorafgaande
besnijdenis-brieven 7. Paulus verschijnt als laatste, maar als onthuller
van het Geheim van de Gemeente, staat hij voor het dubbele deel. Typerend
in het fenomeen van het eerstgeboorterecht: het dubbele deel gaat niet
naar de eerste maar naar de laatste.

zie ook de weblog: God
waakt over Zijn Woord
|