eerste zalving; Lucas 7: 36-50
plaats: ergens in Gallilea, in het
huis van een Farizeeër
tijdstip: ver vóór Jezus' kruisiging
vrouw: (anonieme) zondares
bijzonderheden:
1. albasten kruik met mirre
2. maakt Jezus' voeten nat met haar tranen en droogde deze
met haar hoofdhaar
3. zalft Jezus' voeten met de mirre
4. geen gemopper van dicipelen.
tweede zalving; Johannes 12:1-11
plaats: Betanïe, ten huize van Lazarus
en zijn beide zusters Maria en Martha (Johannes 11:1,2)
tijdstip: zes dagen voor het Pascha waarop de
kruisiging zou plaatsvinden
vrouw: Maria
bijzonderheden:
1. geen melding van een albasten kruik
2. geen melding van tranen, wel van afdrogen met de haren
3. zalft Jezus' voeten met de mirre
4. Judas moppert over verkwisting
5. Jezus wil Maria de mirre laten bewaren voor de dag van Zijn
begravenis.
derde zalving; Matteüs 26:6-16
en Marcus 14:3-9
plaats: Betanië, in het huis
van Simon de melaatse
tijdstip: twee dagen voor het Pascha, waarop de kruisiging
zou plaatsvinden
vrouw: anonieme vrouw
bijzonderheden:
1. albasten kruik vol met kostbare mirre
2. geen melding van tranen en evenmin van afdrogen met de haren
3. mirre uitgegoten over Jezus' hoofd
3. dicipelen mopperen over verkwisting
5. de vrouw deed deze zalving met het oog op de begravenis
Conclusie:
Hoewel de laatste twee zalvingen sterk op elkaar lijken (omdat beide
binnen enkele dagen plaatsvonden in Betanië) gaat het kennelijk
toch om onderscheiden gebeurtenissen, die vooral qua tijdstip maar ook
qua preciese locatie, betrokken personages en andere bijzonderheden,
van elkaar blijken te verschillen.