|
|
DE VERHEERLIJKING OP DE BERG...
EEN "VISIOEN"
Vraag:
Hoe konden Mozes en Elia reeds "in heerlijkheid" (Lucas 9:31)
verschijnen op de berg, als we elders in de Schrift lezen dat Jezus Christus
als Eerste is opgewekt in heerlijkheid? Zijn Mozes en Elia Hem
dan tóch voorgegaan?
Antwoord:
Nee, het gaat bij de verheerlijking op de berg niet om een werkelijke
verschijning van Mozes en Elia, maar om een visioen. In Matteüs 17:9
lezen we:
En als zij van den berg afkwamen, gebood
hun Jezus, zeggende: Zegt niemand dit gezicht, totdat de Zoon
des mensen zal opgestaan zijn uit de doden.
Het woord dat hier gebruikt wordt voor "gezicht"
(Grieks: horama) komt 12x voor in het Nieuwe Testament. Het heeft de betekenis
van 'visioen'. De King James vertaald 'horama' 11x met 'vision'
en 1x met 'sight'. De Concordant Version geeft het konsekwent met
'vision' weer.
Hieronder de 11 overige keren dat het 'Nieuwe
Testament' het woord 'horama' gebruikt (gelezen in de NBG-vertaling).
| Matteüs 17:9 |
En terwijl zij van de berg
afdaalden, gebood Jezus hun, zeggende: Vertelt niemand dit gezicht,
voordat de Zoon des mensen uit de doden is opgewekt. |
| Handelingen 7:31 |
En toen Mozes dit zag, verwonderde
hij zich over het gezicht, en toen hij erheen ging om het te
onderzoeken, kwam een stem des Heren [tot hem |
| Handelingen 9:10 |
Nu was er te Damascus een
discipel, genaamd Ananias; en de Here zeide tot hem in een gezicht:
Ananias! En hij zeide: Zie, hier ben ik, Here. |
| Handelingen 10:3 |
Hij zag in een gezicht,
omstreeks het negende uur van de dag, duidelijk een engel Gods bij
zich binnenkomen en tot hem zeggen: Cornelius! |
| Handelingen 10:17 |
Terwijl Petrus bij zichzelf
in onzekerheid was, wat het gezicht, dat hij gezien had, betekenen
mocht, zie, daar waren de mannen, die door Cornelius afgezonden waren,
bij hun navraag naar het huis van Simon aan het voorportaal gekomen, |
| Handelingen 10:19 |
En terwijl Petrus nog steeds
over het gezicht nadacht, zeide de Geest: Zie, twee mannen
zoeken naar u; |
| Handelingen 11:5 |
Ik was in de stad Joppe
in gebed en zag in zinsverrukking een gezicht: een voorwerp
daalde neder in de vorm van een groot laken, dat aan de vier hoeken
uit de hemel neergelaten werd, en het kwam vlak bij mij. |
| Handelingen 12:9 |
En hij volgde hem naar buiten
en hij wist niet, dat het werkelijkheid was, wat door de engel gedaan
werd, maar hij meende een gezicht te zien. |
| Handelinmgen 16:9 |
En Paulus kreeg in de nacht
een gezicht; er stond een Macedonisch man, die hem toeriep:
Steek over naar Macedonie en help ons. |
| Handelingen 16:10 |
Toen hij het gezicht
gezien had, zochten wij dadelijk gelegenheid om naar Macedonie te
vertrekken, daar wij eruit opmaakten, dat God ons had geroepen om
hun het evangelie te verkondigen. |
| Handelingen 18:9 |
En de Here zeide in de nacht
door een gezicht tot Paulus: Wees niet bevreesd, maar spreek
en zwijg niet; |
Alle keren dat het woord 'horama' in de Schrift
voorkomt, gaat het om een 'visioen' of 'gezicht', d.w.z. om iets dat niet
'echt' is of met natuurlijke ogen aanschouwd kan worden. Dat is karakteristiek
voor het woord. Expliciet blijkt deze betekenis uit Handelingen 12:9 waar
we lezen dat Petrus in de veronderstelling was een visioen te zien,
terwijl wat hij meemaakte juist werkelijkheid was.
|
|