"van die dag weet niemand"

AFTELLEN
Matteüs 24 wordt wel genoemd 'de tweede bergrede'. Op de Olijfberg
gezeten, met uitzicht op de gebouwen van de tempel en de stad Jeruzalem,
spreekt Jezus uitvoerig over "de voleinding van de aioon"
en "het teken van Zijn komst" (Mat.24:3).
Daarbij uitdrukkelijk voortbordurend op wat reeds in profeten stond
opgetekend.
Wanneer gij dan de gruwel der verwoesting, waarvan
door de profeet Daniël gesproken is, op de heilige plaats
ziet staan wie het leest, geve er acht op laten
dan wie in Judea zijn, vluchten naar de bergen.
Matteüs 24:15,16
In dit geval refereert Jezus aan de laatste jaarweek in
het boek Daniël (9:27). In die profetie lezen we dat vanaf het
moment dat "de gruwel der verwoesting" op de heilige plaats
zal staan, tot aan het aanbreken van het Koninkrijk voor Israël,
nog een halve jaarweek oftewel 3,5 jaar of 42 maanden te gaan is (Dan.9:24).
Dán zal de Zoon des Mensen (=de Erfgenaam van Adam) verschijnen
en "alle stammen van het land" zullen Hem zien waarna Hij
de rest van het uitverkoren volk van de vier windstreken zal verzamelen
(Mat.24:29-31). Het moet duidelijk zijn
dat deze komst met precisie door de Joodse gelovigen in die dagen
kan worden berekend. Een kwestie van 1260 dagen aftellen nadat het
afgodsbeeld op de heilige plaats is neergezet.
De vraag dringt zich op, waarop Jezus dan doelt wanneer
hij in dit zelfde hoofdstuk zegt:
Doch van die dag en van die ure weet niemand, ook de engelen
der hemelen niet, ook de Zoon niet, maar de Vader alleen.
Matteüs 24:36
Over welke dag heeft Jezus het hier? Kennelijk niet over
Zijn verschijning aan Israël want die dag kan exact berekend
worden. Maar welke dan wel? Het antwoord is gelegen in de voorgaande
verzen.
32 Leert dan van de vijgeboom deze les: Wanneer zijn hout
reeds week wordt en de bladeren doet uitspruiten, weet gij daaraan,
dat de zomer nabij is. 33 Zo moet ook gij, wanneer gij dit
alles ziet, weten, dat het nabij is, voor de deur. 34 Voorwaar,
Ik zeg u, dit geslacht zal geenszins voorbijgaan, voordat dit alles
geschiedt. 35 De hemel en de aarde zullen voorbijgaan, maar mijn
woorden zullen geenszins voorbijgaan.
36 Doch van die dag en van die ure weet niemand, ook de engelen
der hemelen niet, ook de Zoon niet, maar de Vader alleen.
Matteüs 24
DE ZOMER
Nadat Jezus gesproken heeft over Zijn verschijning
aan Israël en de terugverzameling van het uitverkoren volk naar
het land, vergelijkt Hij deze gebeurtenissen met het uitspruiten van
een vijgeboom in de lente. De vijgeboom is een embleem van Israël
als natie en het uitspruiten van de bladeren verwijst in dit verband
naar nieuwe leven dat de natie ten deel zal vallen. Israëls herstel
en de terugkeer van de Messias aan het einde van de 70 jaarweken van
Daniël (waarover in de voorgaande verzen was gesproken), wordt
geïllustreerd in het uitbotten van de vijgeboom. Welnu, wanneer
men dit zal zien, dán kan men weten dat de zomer nabij is.
De zomer verwijst hier naar het aanbreken van het Koninkrijk wereldwijd.
Binnen één generatie zal dit zich voltrekken, aldus
Jezus. Maar, voegt Hij er aan toe: van DIE DAG en van DIE URE weet
niemand. Men weet dat de zomer zal aanbreken binnen één
generatie, maar hoelang die tijd precies zal duren is onbekend.
"Die dag" heeft betrekking op het aanbreken van "de
zomer" oftewel "de voleinding der aioon". Het zal de
dag zijn waarop wereldwijd de ongelovigen zullen worden weggenomen.
36 Doch van die dag en van die ure weet niemand,
ook de engelen der hemelen niet, ook de Zoon niet, maar de Vader alleen.
37 WANT zoals het was in de dagen van Noach, zo zal de komst van de
Zoon des mensen zijn. 38 Want zoals zij in [die] dagen vóór
de zondvloed waren, etende en drinkende, huwende en ten huwelijk gevende,
tot op de dag, waarop Noach in de ark ging, 39 en zij niets bemerkten,
eer de zondvloed kwam en hen allen wegnam, ZO zal ook de
komst van de Zoon des mensen zijn.
Matteüs 24
PAROUSIA EN KOMST
Het woord 'komst' kan aanleiding tot verwarring geven. Het Griekse
woord 'parousia' duidt niet slechts op één moment van
aankomst maar eveneens op het navolgende verblijf. 'Presentie' of
aanwezigheid' is de betekenis. De parousia van Christus is
niet één moment maar omvat een reeks van gebeurtenissen
vanaf het tijdstip van zijn arriveren.
DE VOLEINDING VAN DE AIOON
"De voleinding van de aioon" ( ten onrechte weergegeven
met 'de voleinding der wereld') is het moment dat alle ongelovigen
van de aarde zullen worden weggenomen, zoals dit ooit gebeurde op
de dag dat Noach de ark binnenging. Ook elders spreekt Jezus op deze
wijze over de"voleinding der aioon".
40 Zoals nu het onkruid verzameld wordt en
met vuur verbrand, zo zal het gaan bij de voleinding der aioon.
41 De Zoon des mensen zal zijn engelen uitzenden en zij zullen uit
zijn Koninkrijk verzamelen al wat tot zonde verleidt en hen, die de
ongerechtigheid bedrijven, 42 en zij zullen hen in de vurige oven
werpen; daar zal het geween zijn en het tandengeknars. 43 Dan zullen
de rechtvaardigen stralen als de zon in het Koninkrijk huns Vaders.
Wie oren heeft, die hore!
Matteüs 13; zie ook vers 49,50.
Bij "de voleinding der aioon"
zullen de ongelovigen worden weggenomen terwijl de rechtvaardigen op
aarde achterblijven om het Koninkrijk te beërven. Daar
verwijst Jezus naar als Hij spreekt van "die dag". Hij vervolgt
in Matteüs 24 met:
40 Dan zullen er twee in het veld zijn, één
zal aangenomen worden en één achtergelaten
worden; 41 twee vrouwen zullen aan het malen zijn met de molen, één
zal aangenomen worden, en één achtergelaten
worden. 42 Waakt dan, want gij weet niet, op welke dag uw Here komt.
De weergave 'aangenomen' en 'achtergelaten' geven helaas een totaal
verkeerde indruk. Letterlijk staat er resp. 'genomen' en 'gelaten'.
I.t.t. tot de vertalers die 'genomen' positief en 'gelaten' negatief
interpreteren, is het idee in deze passage juist omgekeerd. De één
wordt weggenomen door het oordeel, terwijl de ander juist met
rust gelaten wordt om op aarde het Koninkrijk van gerechtigheid
en vrede mee te maken.
SAMENGEVAT
"De dag" die "niemand weet" dan de Vader alleen,
betreft "de voleinding van de aioon" (> de zomer). Het
is de dag waarop alle goddelozen van de aarde zullen worden verwijderd,
en "de toekomende aioon" wordt ingeluid. Deze dag moet uitdrukkelijk
onderscheiden worden van Jezus' wederkomst voor Israël, minder
dan een generatie daarvoor (> het uitbotten van de vijgeboom).
zie ook: zegels
& bazuinen

|