|
laatste wijziging: 4 augustus 2009 |
|
|
Samenvatting van een studie gegeven in Maarn, 2 aug. 2009 de schepping van genesis één Stelling 1: De naam Genesis is direct ontleend aan het Hebreeuwse
woord 'toledot'. Het gaat om registraties van oorsprongen en geschiedenissen.
In Genesis 5:1 staat: "dit is het boek van toledot
van Adam". Evenals in 2:4 is dit een afsluitende zin. Adam heeft
het voorgaande (2:4b -5:1) op schrift gesteld. Genesis 6:9 staat: "dit zijn de toledot van Noach". Ook hier betreft het een naschrift. Noach is de schrijver van Genesis 5:1 tot 6:9 In Genesis 10:1 staat: "dit zijn de toledot van de
zonen van Noach". Sem, Cham en Jafet waren oogetuigen van de zondvloed
en hebben de geschiedenis daarvan opgetekend. Ook in het vervolg van het boek Genesis komt het woord
'toledot' nog diverse keren voor. Genesis is geschreven door directe
ooggetuigen: Adam, Noach, de zonen van Noach, Terah, Isaak en Jakob.
Geen duizenden jaren mondelinge overleveringen liggen aan het boek Genesis
ten grondslag maar documenten van ooggetuigen. Stelling 2 Het scheppingsverhaal wordt afgesloten (2:4) met de mededeling: "dit zijn de toledot van hemel en aarde toen zij geschapen werden". Het woord toledot wordt hier in de NBG vertaling weergegeven met "geschiedenis". De Griekse LXX luidt: dit is het boek genesis (biblos genesioos) van hemel en aarde...". Genesis 1 (tot 2:4) is een boek! "Het wordingsboek van hemel en aarde" wordt onderscheiden van "het boek van Adam" (5:1). De vraag dringt zich op: wie zou dat eerste boek hebben geschreven? Wie anders dan God Zelf, komt daarvoor in aanmerking? Hij die er Zelf bij was toen hemel en aarde tot stand werden gebracht! "Het wordingsboek van hemel en aarde" bevat
tien woorden. Tien keer lezen we in Genesis 1 de frase "en
God zeide". "Tien woorden" evenals de tekst van de stenen
tafelen. Zouden ook de eerste "tien woorden" door God Zelf
op stenen tafelen (kleitabletten?) zijn geschreven? De traditionele lezing van Genesis 1 (> hemel en aarde
zijn in zes dagen geschapen) levert vanouds grote problemen op. Het
bekendste probleem is wellicht: pas op de vierde dag wordt gesproken
over de formatie van "het grote licht" (de zon). Maar hoe
is dit mogelijk als daarvoor reeds enkele keren sprake was van "dag",
"morgen" en "avond"?? Dat is toch ongerijmd?! Stelling 4: Als God de hemel en de aarde in zes dagen heeft geschapen (of herschapen), dan moeten we aannemen dat God in de nacht rust hield. Maar waarom? Jesaja 40:28 zegt:
Als Genesis 1 een zesdaagse Goddelijke openbaring aan de méns is, dan zijn de nachtelijke pauzes logisch. De nacht was voor de méns nodig om te slapen. Zoals trouwens ook de rust van zevende dag niet voor God was bestemd, maar "voor de méns" (Markus 2:27). Stelling 5: Wanneer ergens op aarde de zon opgaat, dan gaat ze precies aan de andere kant van de wereld onder. Voor God in de hémel gaat de zon niet op of onder. Omdat "dag", "avond" en "morgen" per definitie lokale tijd is, is ook dit een aanwijzing dat "de tien woorden" van Genesis 1 gesproken werden op aarde. God wandelde en sprak met de mens in de hof van Eden. Stelling 6: Wanneer Adam en Evan op de zesde dag geschapen zijn, dan
levert dit een conflict op met het 'tweede scheppingsverhaal' (uit "het
boek van Adam" dus). Genesis 2 leert dat: Adam werd geformeerd
(:7), Stelling 7: Dikwijls wordt Exodus 20:11 slordig geciteerd met de bewering dat God hemel en aarde in zes dagen geschapen heeft. Maar dat staat er uitdrukkelijk NIET. Exodus 20:
In deze tekst wordt drie keer het Hebreeuwse woord 'asah' gebruikt. De eerste twee keer wordt het weergegeven met 'doen'. Dat is ook de primaire betekenis van het woord. Het kan betrekking hebben op alle mogelijke activiteiten. Zou men konsekwent het derde 'asah' eveneens dienen weer te geven met het werkwoord 'doen'. Dan staat er: in zes dagen heeft YAHWEH de hemel en de aarde GEDAAN... "In zes dagen... hemel en aarde gedaan", verwijst naar het begin van Genesis. Genesis 2:3,4
Dáárover gaat Exodus 20:11: God DEED verslag aangaande de schepping van hemel en aarde in zes dagen én Hij MAAKTE in zes dagen "het wordingsboek van hemel en aarde". Stelling 8: Wanneer Genesis 1 onderwijs van God aan de mens in de hof van Eden is, dan worden ook de diverse benoemingen ("en God noemde...") in dat hoofdstuk in één keer duidelijk. Waarom zou God toen er nog geen mens was, het licht dag noemen en de duisternis nacht? En waarom zou Hij het droge land en de wateren zee noemen? Enz. Wanneer echter vanaf dag één de mens wordt aangesproken, dan zijn deze benoemingen volstrekt logisch. Stelling 9: God schiep hemel en aarde "in den beginne" (lett.
in begin - onbepaald). Wannéér dat was staat er niet bij.
Hoeláng Hij daarover gedaan heeft al evenmin. Daarmee zijn de
marges m.b.t. het ontstaan van hemel en aarde aanzienlijk ruimer dan
die van het klassieke creationisme (dat uitgaat van een zesdaagse schepping).
Genesis 1 leert zes letterlijke dagen zoals Genesis 2 een formatie van
Adam direct uit de aardbodem leert (niet uit het dierenrijk). Maar wanneer
hemel en aarde tot stand kwamen en hoelang God over de formatie
van de levende natuur heeft gedaan - Genesis 1 informeert daarover niet.
|
|