|
DIEREN EN MENSEN ZIJN ZIELEN De mens heeft een ziel en een dier niet. Althans, dit is de gangbare gedachte in de christenheid. Het verraad een dubbele denkfout. Reeds op de eerste bladzijden van de Schrift komt dit aan het licht. Jammer alleen dat de vertalers van het NBG dit verduisterd hebben door het gewone Hebreeuwse woord voor 'ziel' (nefesj) weg te vertalen.
De eerste de beste keer dat de Bijbel spreekt van zielen gaat het dus over... dieren! Dieren zijn zielen. Let op: dieren hebben geen ziel, het zijn zielen. Van deze zielen hier wordt gezegt dat ze wemelen en krioelen. Daarin onderscheidt de fauna zich van de flora. Planten, bomen enz. zijn geworteld in één plaats en bewegen zich niet voort. Ze wemelen en krioelen niet. Nergens heten planten in de Bijbel 'zielen'. Na de creatie van de dieren volgt op de zesde dag de schepping van de mens.
Ook hier heeft de NBG-vertaling het woord voor 'ziel' helaas wegvertaald. En daardoor wordt de Bijbellezer de waarheid onthouden, wat een menselijke ziel nu eigenlijk is. De mens kreeg geen ziel maar hij werd een ziel. Hier is de ziel het resultaat van de combinatie van geformeerde stof uit de aardbodem en levensadem.
|