|
|
ONANIE?
Zelfbevrediging (of masturbatie)
heet van oudsher onanie. Het is volstrekt terecht dat deze term in onbruik
is geraakt. Onanie herinnert aan de Bijbelse naam Onan. Van hem lezen
we dat hij zijn zaad verspilde op de grond en deed wat kwaad was in
de ogen des HEREN (Genesis 38:8-10). Traditioneel heeft men gemeend
dat het kwaad dat Onan deed, zijn zaadverspilling was. Dat is een misverstand.
Wat Onan trouwens deed was geen zelfbevrediging maar de oudst bekende
vorm van anti-conceptie, deftig coïtus interuptus geheten.
Maar ook dát was zijn zonde niet. Onan wilde geen nakroost verwekken
voor zijn overleden broer. Dát werd hem door God aangerekend.
Van oudsher worden een aantal
Bijbelteksten in verband gebracht met zelfbevrediging. Hier volgen er
een paar:
-
Romeinen 1:24. De Lutherse
vertaling is hier nogal suggestief: "om hunne eigene lichamen
te schenden aan zichzelve...". Zelfs in deze weergave dient men
de gedachte van zelfbevrediging er éérst in te leggen
om deze vervolgens er weer te kunnen uithalen. Bovendien, de Staten
Vertaling die hier veel correcter is, luidt: "om hun lichamen
onder elkander te onteren". Het verwijst naar de homosexuele
praktijken die genoemd worden in navolgende verzen (let op het 'daarom'
van vers 26).
-
2Timotheüs 2:22:
"de begeerten der jeugd". Ook hier geen enkele noodzaak
om aan zelfbevrediging te denken.
- 1Korinthe 7:5: "opdat niet de satan
u verzoeke wegens uw gemis aan zelfbeheersing". Paulus doelt hier
niet op zelfbevrediging maar "op de gevallen van hoererij"
(7:2).
- Matteüs 5:27,28: "Gij hebt gehoord,
dat er gezegd is: Gij zult niet echtbreken. Maar Ik zeg u: Een ieder,
die een vrouw aanziet om haar te begeren, heeft in zijn hart reeds echtbreuk
met haar gepleegd."
Niet de sexuele begeerte in het algemeen wordt hier veroordeeld maar
het begeren "uws naasten vrouw" (Exodus 20:17). Welke zin
zou anders de verwijzing naar echtbreuk hebben?
Op de keper beschouwd treffen we niet één
(expliciete) vermelding van zelfbevrediging aan in de Bijbel. Er wordt
gesproken over "wanneer bij een man een zaaduitstorting plaats heeft"
(b.v. Leviticus 15:16), maar de wijze waarop deze tot stand komt speelt
kennelijk geen rol.
Dat zelfbevrediging wel degelijk zondig kan zijn, staat overigens
buiten de discussie. Dat is b.v. het geval wanneer een mens "verslaafd
is aan velerlei begeerten en zingenot" en dus geen meester meer is
over zichzelf (Titus 3:3). Of in een huwelijk waarin de één
zich onttrekt aan zijn (of haar) partner (1Korinthe 7:3-6).
Door de eeuwen heen heeft 'de kerk' mensen
angst aangepraat voor het eigen lijf. Vanaf de kansel werd opgeroepen
te strijden tegen 'het vlees'. Dat zo'n
strijd tegen de natuur ingaat, bevestigde slechts de kerkelijke leer,
die inhoudt dat de menselijke natuur totaal verdorven is (in de Schrift
is juist het tegennatuurlijke zondig!).
Het hoeft niet te verbazen dat zulke opvattingen tot op vandaag, tot onnoemelijk
veel sexuele frustratie hebben geleid. En niet te vergeten: tot hypocrisie...
|
|