|
DE ZOON VAN GOD God de Zoon? Tientallen keren heet Jezus in de Bijbel "Zoon van God". Deze "uitnemender naam" (Hebreeën 1:4) is door 'de leer van de drie-eenheid' helaas veranderd in 'God de Zoon'. Dit is onlogisch en volkomen ten onrechte. De uitdrukking 'God de Váder' komen we wél vaak tegen in de Bijbel. Sterker nog: "voor ons is er maar één God, de Vader" (1Korinthe 8:6). Deze laatste uitspraak verklaard meteen ook waarom we nergens in de Bijbel 'God de Zoon' lezen. De meest expliciete uitleg van deze benaming treffen we ongetwijfeld aan in Lucas 1:35. Daar krijgt Maria antwoord op de vraag hoe zij zwanger kon worden, zonder omgang met een man te hebben.
Het kind dat Maria ter wereld zou brengen zou Zoon van God heten, omdat niet een mens maar God Zelf de Verwekker ervan zou zijn. Verwekt door de heilige Geest die hier wordt aangeduid als "de Kracht van de Allerhoogste" (niet: 'de derde persoon van de drie-eenheid' o.i.d.). "de eniggeboren Zoon van God"? God heeft "vele zonen" (Hebreeën 2:10).
Toen God de aarde grondvestte jubelden "al de zonen Gods"
(Job 38:7). En tegen Mozes zegt God: "Israël is Mijn eerstgeboren
zoon" (Exodus 4:22). Het volk Israël dat de Messias verwachtte, wist dat de Messias ook de Zoon van God zou zijn. Zo zei Martha ooit tegen Jezus:
Hoe wist Martha dit? Eén van de bekendste Messiaanse passages in de Hebreeuwse Bijbel treffen we aan in Psalm 2. Daar vinden we de voorzegging dat de volken in een geest van revolutie zullen optrekken naar Jeruzalem. Dat blijkt een ijdele onderneming te zijn omdat ze als pottenbakkerswerk zullen worden stukgeslagen. Dit zal gebeuren o.l.v. Degene die God als Koning over Sion zal hebben aangesteld. Maar let nu op. Midden in de psalm komt de Messias Zelf aan het woord en zegt:
De Messias is de Zoon van God. Waarom? Omdat Hij door
God Zelf verwekt is! Dat staat in de Hebreeuwse Bijbel! Er wordt trouwens
ook bij vermeld wat dit 'zoonschap' in de praktijk zal inhouden: Hij
zal volken tot Zijn erfdeel ontvangen. Met deze mededeling stuiten we
op het oer-Bijbelse gegeven, nl. dat een zoon per definitie een erfgenaam
is. "Indien gij zoon zijt, dan zijt gij ook erfgenaam" (Galaten
4:7).
Al eerder zagen we dat Jezus Zoon van God genoemd wordt omdat Hij door God Zelf is verwekt uit de maagd Maria. Dat is duidelijk. Maar daarmee is niet gezegd te dat dit de enige reden is. Want wanneer Paulus in Antiochië is, verklaart hij:
Het "heden heb Ik U verwekt" blijkt een dubbele vervulling te hebben gekregen. Het slaat op het begin van Zijn leven in Maria maar net goed op het begin van Zijn nieuwe Leven in de opstanding (zie ook Romeinen 1:4). Wanneer we eenmaal inzien dat het "heden verwekt" van Psalm 2:7 betrekking heeft op het begin van Jezus' leven op aarde én op het begin van Zijn nieuwe Leven in de opstanding, is het niet moeilijk om nóg een begin van Zijn leven aan te wijzen. In dat geval moeten we zelfs spreken van "het begin der schepping Gods" (Openbaring 3:14). In Hebreeën 1 wordt de luister van de Zoon van God in de schijnwerpers geplaatst en gezegd dat God thans gesproken heeft
Als God d.m.v. de Zoon de aionen (=wereldtijden) maakt, dan was de Zoon er dus al vóór de aionen. Dat klopt. De Zoon is door God namelijk als eerste van alle schepselen voortgebracht. Paulus schrijft in Kolosse 1 over "de Zoon van Gods liefde":
Van ieder schepsel is de Zoon de Eerste. Arius werd om deze bewering als ketter gebrandmerkt - maar sprak gewoon Paulus na. "De eerstgeborene van ieder schepsel". Aan het begin van alles staat "de Zoon van Gods liefde". Dit is de garantie bij uitstek voor de goede afloop der dingen. Vandaar dat Kolosse 1:20 leert dat "het al" (Grieks: ta panta) door Hem ook zal worden verzoend tot God. Ja beste lezer: "het al"! wanneer de Zoon Zich zal onderschikken Vóór alles was daar "de Zoon van Gods liefde". Hij is "het Begin van de schepping Gods". Maar Hij is óók het Einde. Lees maar:
De glorie van de Zoon is niet zijn Eigen glorie, maar
die van Zijn God en Vader. Nooit ging het de Zoon om Zichzelf. Op aarde
zei Hij: "de Vader is meerder dan Ik" (Johannes 14:28). En
bij de voltooïng van Gods plan zal het niet anders zijn. Wanneer
geen vijand meer zijn zal, wanneer de dood zal zijn verslonden in de
overwinning, wanneer er niets meer te heersen zal zijn vanwege het ontbreken
van welke rebellie ook... dan zal de missie van de Zoon (opnieuw) zijn
volbracht. Heel de schepping zal ondergeschikt zijn aan God en bruisen
van opstandingsleven. "De Zoon van Gods liefde" waarin elk
schepsel haar aanvang heeft, zal Gods liefde op ultieme wijze hebben
leren kennen. De circel zal rond zijn. De Zoon zal een volmaakte schepping
(maar nu bekend met Gods liefde) teruggeven aan Hem van Wie Hij het
ooit ontving. De Zoon zal Zich onderschikken en daarmee het definitieve
bewijs leveren dat het nooit om Hemzelf ging. |