|
NBG (OF ANDERE) VERTALING
|
WAAR?
|
BETER
|
TOELICHTING
|
|
"En de HERE zeide tot Noach:
Ga in de ark, gij en geheel uw huis..."
|
Genesis 7:1
|
"En de HERE zeide tot Noach:
Kom in de ark, gij en geheel uw huis..."
|
De HERE zei niet: "ga"
maar "kom" in de ark. M.a.w Hijzelf was er al!
|
|
"Toen God op de zevende dag
het werk voltooid had (...) rustte Hij op de zevende dag van al
het werk, dat Hij gemaakt had."
|
Genesis 2:2
|
"Toen God op de zevende dag
het werk voltooid had (...) staakte Hij op de zevende dag
van al het werk, dat Hij gemaakt had."
|
|
|
Neem toch mijn geschenk, dat u
gebracht werd...
|
Genesis 33:11
|
Neem toch mijn zegen, dat
u gebracht werd
|
Jakob ontmoet Ezau, twintig jaar
nadat hij hem de zegen had ontstolen. Jakob had zojuist een wonderlijke
nacht achter de rug en hij liep mank. Jakob had het aangezicht van
God gezien en was door Hem gezegend (hfst. 32). Nu kon hij
de zegen aan zijn broer (terug-)geven. Het woord 'baraka' betekent
niet 'geschenk' maar 'zegen'.
|
|
"... Hij zal u weer bijeenbrengen
uit al de volken, naar wier gebied de Here, uw God, u verstrooid
heeft."
|
Deutreronomium 30:3
|
"... Hij zal weerkeren
en u bijeenbrengen uit al de volken, naar wier gebied de Here,
uw God, u verstrooid heeft."
|
Dit gedeelte kondigt de toekomstige
terugkeer van het gehele volk naar het beloofde land aan. Maar dat
niet alleen: hier wordt ook gezegd wannéér dit zal
plaatsvinden. Het zal o.a plaatsvinden (zoals vers 3 en 9 letterlijk
zeggen) als Yahweh "zal weerkeren".
|
|
"... ieder van hen slingerde
met een steen tot op een haar, zonder te missen."
|
Richteren 20:16
|
"... ieder van hen slingerde
met een steen tot op een haar, zonder te zondigen."
|
|
|
"En het gehele huis van Achab
zal omkomen; Ik zal van Achab al wat mannelijk is uitroeien..."
|
2Koningen 9:8
|
"En het gehele huis van Achab
zal omkomen; Ik zal van Achab al wat tegen de wand plast
uitroeien..." (letterlijk vertaald)
|
|
|
"Wat is de mens, dat Gij zijner
gedenkt, en het mensenkind, dat Gij naar hem omziet? Toch hebt Gij
hem bijna goddelijk gemaakt, en hem met heerlijkheid en luister
gekroond."
|
Psalm 8:4,5
|
"Wat is de sterveling,
dat U hem gedenkt, en de zoon des mensen, dat U hem bezoekt?
U hebt hem een weinig minder gemaakt dan de engelen, en hebt
hem met eer en heerlijkheid gekroond." (vergl. Hebreeën
2:5-8)
|
|
|
"Alles wat adem heeft, love
de HERE. Halleluja."
|
Psalm 150:6
|
"Alles wat adem heeft, zal
de HERE loven. Halleluja."
|
|
|
"Dat is een kwade bezigheid,
die God aan de mensenkinderen gegeven heeft om zich daarmee te kwellen."
|
Prediker 1:13
|
"Dat is een kwade bezigheid,
die God aan de zonen der mensheid gegeven heeft om hen daarmee
te verootmoedigen."
|
|
|
"Wie wil hij kennis leren
en wie wil hij een openbaring doen verstaan? Hun die van de melk
gespeend, aan de borst ontwend zijn?"
|
Jesaja 28:9
|
"Wie wil hij kennis leren
en wie wil hij een openbaring doen verstaan? Hun die van de melk
gespeend, aan de borst ontwend zijn."
|
De eerste zin is een vraag. De
tweede zin geeft het antwoord. Kennis leren en een openbaring doen
verstaan, wil God aan hen die het melk-stadium voorbij zijn.
|
|
"... als iemand voor wie men
het gelaat verbergt..."
|
Jesaja 53:3
|
"... als Iemand die het aangezicht
voor ons verbergt..."
|
|
|
"En de verstandigen zullen
stralen als de glans van het uitspansel...."
|
Daniël 12:3
|
"En de verstandigen zullen
waarschuwen als het waarschuwen van het uitspansel"
|
Het Hebreeuwse woord 'zahar' (Str.
02094) komt 22x voor in het OT en wordt overal, behalve hier, vertaald
met 'waarschuwen'. De verstandigen (masjkiliem) in de eindtijd zullen
niet stralen maar waarschuwen voor de gevaren die
voor Israël dreigen. Zoals de kleur van de hemel, het komende
weer aankondigt, zo weten de verstandigen de tekenen der tijden
te onderscheiden (vergl. Matteüs 16:3)
|
|
"Ik zal over het huis van
David en over de inwoners van Jeruzalem uitgieten de Geest der genade
en der gebeden; zij zullen hem aanschouwen, die zij doorstoken hebben..."
|
Zacharia 12:10
|
"Ik (= de HERE) zal
over het huis van David en over de inwoners van Jeruzalem uitgieten
de Geest der genade en der gebeden; zij zullen Mij aanschouwen,
die zij doorstoken hebben..."
|
|
|
"... en Ik zal mijn hand keren
tegen de kleinen."
|
Zacharia 13:7
|
"... en Ik zal mijn hand keren
over de kleinen."
|
|
|
"Wie tot zijn broeder zegt:
Leeghoofd, zal vervallen aan de Hoge Raad, en wie zegt: Dwaas, zal
vervallen aan het hellevuur."
|
Matteüs 5:22
|
"Wie tot zijn broeder zegt:
Raka, zal vervallen aan de Raad, en wie zegt: Dwaas, zal
vervallen aan het vuur van Gehenna."
|
|
|
"... dan zullen alle stammen
der aarde zich op de borst slaan en zij zullen de Zoon des
mensen zien komen op de wolken des hemels..."
|
Matteüs 24:30
|
""... dan zullen alle
stammen van het land zich op de borst slaan en zij zullen
de Zoon des mensen zien komen op de wolken des hemels..."
|
Het woord 'aarde' en 'land' zijn
in het Grieks (en het Hebreeuws) identiek. Omdat hier geen sprake
is van alle volken maar van alle stammen, hoort hier
'land' (lees: Israël) te staan en geen 'aarde'.
|
|
" Begrijpt gij niet, dat al
wat van buiten in de mens komt, hem niet onrein kan maken, omdat
het niet in zijn hart komt, maar in de buik, en er te zijner plaatse
uitgaat? En zo verklaarde Hij alle spijzen rein."
|
Marcus 7:18,19
|
" Begrijpt gij niet, dat al
wat van buiten in de mens komt, hem niet onrein kan maken, omdat
het niet in zijn hart komt, maar in de buik, en er te zijner plaatse
uitgaat, reinigende alle spijzen."
|
Jezus heeft zich gedurende zijn
leven altijd aan de aan Israëls gegeven spijswetten gehouden.
Hij predikte niet de ontbinding maar de vervulling
van de wet (Matteüs 5:17). Jezus verklaart in Marcus 7 NIET
alle voedsel rein. Dat is de suggestieve lezing van o.a. de NBG-vertaling.
"En zo verklaarde Hij" is puur een toevoeging van de vertalers.
Jezus spreekt hier discreet over de stoelgang waarin het lichaam
zich verschoond van het voedsel.
|
|
"... omdat voor hen geen plaats
was in de herberg."
|
Lucas 2:7
|
"... omdat voor hen geen plaats
was in het vertrek."
|
|
|
"En toen Hij twaalf jaar was
geworden en zij, zoals dit bij het feest gebruikelijk was, optrokken..."
|
Lucas 2:42
|
"En toen Hij twaalf jaren
werd gingen zij op naar het gebruik van het feest."
|
|
|
"... Het Koninkrijk Gods komt
niet met uiterlijk gelaat." (SV)
|
Lucas 17:20
|
"... Het Koninkrijk van God
komt niet met nauwkeurige observatie."
|
Het Griekse woord 'parateresis'
duidt op nauwkeurig observeren. Het Koninkrijk van God zal
komen, zonder dat er nauwkeurig geobserveerd hoeft te worden (zie
vers 24). Het zal t.z.t. in de beleving van ieder evident zijn.
|
|
"Want alzo lief heeft God
de wereld gehad..."
|
Johannes 3:16
|
"Want alzo lief heeft
God de wereld..."
|
"Heeft liefgehad" suggereert
dat God de wereld nu niet meer zou liefhebben. In het Grieks
staat 'agapao' in de aorist (lett. zonder horizon), dit is
een tijdloze werkwoordsvorm.
God heeft de wereld lief - ongeacht wanneer!
|
|
"Indien Ik getuig van Mijzelf,
is mijn getuigenis niet waar..."
|
Johannes 5:31
|
""Indien Ik getuig van
Mijzelf, is mijn getuigenis niet waar?" (vergl. 8:14!)
|
|
|
"Die was een mensenmoorder
van den beginne en staat niet in de waarheid, want er is in hem
geen waarheid."
|
Johannes 8:44
|
"Die was een mensenmoorder
van den beginne en heeft niet gestaan in de waarheid, want
er is in hem geen waarheid."
|
|
|
"Dit opschrift dan lazen vele
der Joden, want de plaats, waar Jezus gekruisigd werd, was dicht
bij de stad..."
|
Johannes 19:20
|
"Dit opschrift dan lazen vele
der Joden, want nabij was de plaats van de stad, waar Jezus
was gekruisigd..."
|
In de grondtekst is sprake van
"de plaats van de stad". "De plaats" duidt in
Hebreeuwse oren op de tempel (zie Johannes 4:20; 11:48; Handelingen
6:13,14, etc.). Jezus werd gekruisigd buiten de poort, maar dichtbij
de tempel. Dat moet dan op de Olijfberg zijn geweest.
|
|
"... heb ik ook een altaar
gevonden met het opschrift: Aan een onbekende god."
|
Handelingen 17:23
|
" heb ik ook een voetstuk
gevonden met het opschrift: Aan een onbekende god."
|
Het woord 'bomos' is afgeleid van
een woord dat 'voet' betekent. 'Altaar' is een totaal ander woord.
Paulus zag in Athene een leeg voetstuk met een inscriptie. Logisch,
want een onkende god kan ook niet worden uitgebeeld.
|
|
"... Gij ziet, broeder, hoevele
duizenden er onder de Joden gelovig zijn geworden en allen zijn
zij ijveraars voor de wet..."
|
Handelingen 21:20
|
"... Gij ziet, broeder, hoevele
tienduizenden er onder de Joden gelovig zijn geworden en
allen zijn zij ijveraars voor de wet..."
|
|
|
"... zo is ook de dood tot
alle mensen doorgegaan, omdat allen gezondigd hebben..."
|
Romeinen 5:12
|
"... zo is ook de dood tot
alle mensen doorgegaan, waarop (nl. op de dood) allen
zondigden..."
|
|
|
"Maar de wet is er bijgekomen,
zodat de overtreding toenam; waar evenwel de zonde toenam, is de
genade meer dan overvloedig geworden..."
|
Romeinen 5:20
|
"Maar de wet kwam er bij,
opdat de overtreding zou toenemen; waar evenwel de
zonde toeneemt, is de genade meer dan overvloedig..."
|
|
|
"... want wij weten niet wat
wij bidden zullen naar behoren..."
|
Romeinen 8:26
|
"... want wij weten niet wat
wij bidden zullen naar wat moet zijn..."
|
Het gaat er in dit vers niet om
dat wij God niet naar behoren kunnen bidden, maar dat we
niet weten wat God met ons voor heeft en dus "wat moet zijn".
|
|
"Want zelf
zou ik wel wensen van Christus verbannen te zijn..."
|
Romeinen 9:3
|
"Want zelf
wenste ik (vroeger als ongelovige) van Christus verbannen
te zijn..."
|
|
|
"Gij zult nu tot mij zeggen:
Wat heeft Hij dan nog aan te merken? Want wie wederstaat zijn wil?"
|
Romeinen 9:19
|
"Gij zult nu tot mij zeggen:
Wat heeft Hij dan nog aan te merken? Want wie heeft Zijn bedoeling
weerstaan?"
|
|
|
"Want er is geen onderscheid
tussen Jood en Griek. Immers, één en dezelfde is Heer
over allen, rijk voor allen, die Hem aanroepen... "
|
Romeinen 10:12
|
"Want er is geen onderscheid
tussen Jood en Griek. Immers, één en dezelfde is Heer
van allen, rijk voor allen, die Hem aanroepen... "
|
|
|
"... onder al de heidenen
bekend is gemaakt..." (SV)
|
Romeinen 16:26
|
"... onder al de natiën
wordt bekend gemaakt..."
|
Net als Kolosse 1:23 wordt hier
geen voltooide tijds-vorm gebruikt. Paulus schrijft dat het Evangelie
wordt bekend gemaakt, niet dat het al bekend gemaakt is.
|
|
"God is getrouw, door wie
gij zijt geroepen tot gemeenschap met zijn Zoon Jezus Christus,
onze Here."
|
1Korinthe 1:9
|
"God is getrouw, door wie
gij zijt geroepen tot gemeenschap van zijn Zoon Jezus Christus,
onze Here."
|
Gemeenschap MET de Zoon is individueel.
De gemeenschap VAN de Zoon echter is een collectief. Het omvat allen
die deelhebben aan de Zoon (= de Erfgenaam). Tesamen zijn zij "erfgenamen
van God en mede-erfgenamen van Christus" (Romeinen 8:17).
|
|
"... de verborgen wijsheid
Gods, die God [reeds] van eeuwigheid voorbeschikt heeft tot onze
heerlijkheid".
|
1Korinthe 2:7
|
"... de verborgen wijsheid
Gods, die God vóór de aionen voorbeschikt heeft
tot onze heerlijkheid".
|
|
|
" Immers, het haar is haar
tot een sluier gegeven."
|
1Korinthe 11:15
|
"Immers, het haar is haar
in plaats van een sluier gegeven."
|
Paulus onderwijst in dit gedeelte
dat een vrouw het hoofd bedekt hoort te hebben. Waar denkt hij dan
aan? Aan een burka.? Nee, het lange haar is de vrouw in plaats
van een sluier gegeven. Het Griekse woord 'anti' betekent 'in plaats
van'.
|
|
Wanneer gij dan bijeenkomt, is
dat niet het eten van de maaltijd des Heren...
|
1Korinthe 11:20
|
Wanneer gij dan bijeenkomt, is
dat niet het eten van de Heer-lijke maaltijd ...
|
In het Grieks staat hier het bijvoegelijke
naamwoord van Heer. Dus niet "des Heren" maar "Heer-lijk".
Het gaat er niet om dat de Korinthiërs niet de maaltijd van
de Heer aten, maar dat ze de niet de Heer-lijke maaltijd
aten, d.w.z. op de wijze zoals de Heer deze maaltijd ooit at.
Ik geef overigens direct toe dat "Heer-lijke" qua Nederlands
slechter is dan de NBG-weergave, omdat 'heerlijk' in het Nederlands
niet gekoppeld wordt aan 'heer' maar eerder aan 'lekker' (zeker
in combinatie met een maaltijd).
|
|
"De liefde
vergaat nimmermeer..."
|
1Korinthe 13:8
|
"De liefde
faalt nimmer..."
|
De eigenlijke betekenis
van het Griekse woord (pipto) is 'vallen'. De Liefde (agapé
= Goddelijke liefde) valt nimmer, in de zin van: faalt nimmer (vergl.
Romeinen 14:4). Zie ook King James: never faileth. "Wat Zijn
liefde wil bewerken, ontzegt Hem Zijn vermogen niet..."
|
|
"Daarom, mijn geliefde broeders,
weest standvastig, onwankelbaar..."
|
1Korinthe 15:58
|
"Daarom, mijn geliefde broeders,
wordt standvastig, onwankelbaar..."
|
Het Griekse 'ginomai' duidt op
'worden', niet op 'zijn'. De Korinthiërs stonden wel
in de boodschap van de opstanding (1Korinthe 15:1) maar waren daarin
niet standvastig (15:12). Ze moesten het dus worden.
|
|
"Geloofd zij de God en Vader
van onze Here Jezus Christus, de Vader der barmhartigheden
en de God aller vertroosting..."
|
2Korinthe 1:3
|
"Geloofd zij de God en Vader
van onze Here Jezus Christus, de Vader van het medelijden
en de God aller vertroosting..."
|
Het Griekse woord 'oiktirmos' duidt
op medelijden (of mededogen). De NBG-vertaling vertaalt het discordant
met barmhartigheid', ontferming en mededogen.
Overigens staat in het Grieks hier een meervoudsvorm van medelijden.
|
|
"En wij allen, die met een
aangezicht, waarop geen bedekking meer is, de heerlijkheid des Heren
weerspiegelen, veranderen naar hetzelfde beeld..."
|
2Korinthe 3:18
|
"En wij allen, die met een
aangezicht, waarop geen bedekking meer is, de heerlijkheid des Heren
weerspiegelen, worden getransformeerd naar hetzelfde beeld..."
|
De NBG-vertaling "veranderen"
is een veel te vlakke weergave van wat Paulus hier schrijft. In
de eerste plaatst gebruikt Paulus hier het Griekse woord 'metamorfose'
dat staat voor een complete transformatie. Vergelijkbaar met de
verandering van een rups in een vlinder. In de tweede plaats gebruikt
Paulus het woord hier passief. Een rups verandert zichzelf niet
in een vlinder, nee zo'n beestje ondergaat dit proces. Ook
wij worden, wanneer we ons oog richten op de heerlijkheid
des Heren, getransformeerd naar hetzelfde beeld.
|
|
"Want wij moeten allen voor
de rechterstoel van Christus openbaar worden..."
|
2Korinthe 5:10
|
"Want wij moeten allen voor
het podium van Christus openbaar worden..."
|
Het woord 'rechterstoel' is een
tamelijk suggestieve weergave van het Griekse woord 'bèma',
dat noch met een rechter, noch met een stoel te maken heeft. Het
is afgeleid van een woord dat 'stap' betekent en duidt op een verhoging
waar men op stapt. Een podium dus.
|
|
"Het verbaast mij, dat gij
u zo schielijk van degene, die u door de genade van Christus geroepen
heeft, laat afbrengen tot een ander evangelie, en dat is geen evangelie."
|
Galaten 1:6.7
|
"Het verbaast mij, dat gij
u zo schielijk van degene, die u in de genade van Christus
geroepen heeft, laat afbrengen tot een andersoortig evangelie,
dat geen ander is."
|
|
|
"Daarop ging
ik drie jaar later naar Jeruzalem, om Kefas te bezoeken, en ik bleef
vijftien dagen bij hem..."
|
Gal.1:18
|
Daarop ging ik
drie jaar later naar Jeruzalem, om Kefas [mijn] verhaal te vertellen,
en ik bleef vijftien dagen bij hem..."
|
|
|
"En voor zover ik nu [nog]
in het vlees leef, leef ik door het geloof in de Zoon van God, die
mij heeft liefgehad en Zich voor mij heeft overgegeven."
|
Galaten 2:20
|
"En voor zover ik nu in het
vlees leef, leef ik door het geloof van de Zoon van God,
die mij liefheeft en Zich voor mij overgeeft."
|
|
|
"Hij heeft ons immers in Hem
uitverkoren voor de grondlegging der wereld..."
|
Efeze 1:4
|
"Hij heeft ons immers in Hem
uitverkoren voor de nederwerping der wereld..."
|
|
|
"... gelijk ik boven in het
kort daarvan schreef."
|
Efeze 3:3
|
"... gelijk ik tevoren
in het kort daarvan schreef."
|
Paulus schrijft in Efeze 3 over
de Verborgenheid die aan hem geopenbaard is. Daarover had hij al
eerder geschreven, zij het kort. Paulus verwijst hier niet slechts
naar de voorgaande regels in de Efeze-brief (zoals de NBG-vertaling
suggereert) maar naar al zijn eerdere geschriften. Pas toen
Paulus in de gevangenis was beland (slot Handelingen), was de tijd
rijp om het Geheimenis van "de huishouding van Gods genade"
volledig bekend te maken.
|
|
"...naar het eeuwige voornemen,
dat Hij in Christus Jezus, onze Here, heeft uitgevoerd..."
|
Efeze 3:11
|
"...naar het voornemen
der aionen, dat Hij in Christus Jezus, onze Here, uitvoert..."
|
|
|
"Alle bitterheid,
gramschap, toorn, getier en gevloek worde uit uw midden gebannen,
evenals alle kwaadaardigheid."
|
Efeze 4:31
|
"Laat
alle bitterheid, gramschap, toorn, getier en gevloek uit uw midden
genomen worden, evenals alle kwaadaardigheid."
|
|
|
"Maar weest jegens
elkander vriendelijk, barmhartig, elkander vergevend, zoals
God in Christus u vergeving geschonken heeft."
|
Efeze 4:32
|
"Maar wordt jegens
elkaar vriendelijk, barmhartig, elkaar genade bewijzend,
zoals God in Christus jullie genade bewijst."
|
Het Griekse woord 'charizomai'
betekent niet 'vergeven' maar 'genade bewijzen' (= de ander blij
maken).
Het laatste zinsdeel staat in de zogenaamde aorist, dat is
een tijdloze werkwoordsvorm. De voltooid tegenwoordige tijdsvorm
(geschonken heeft) drukt dit niet goed uit.
|
|
"... en spreekt onder elkander
in psalmen, lofzangen en geestelijke liederen..."
|
Efeze 5:19
|
"... en spreekt tot jullie
zelf in psalmen, lofzangen en geestelijke liederen..."
|
De meeste vertalingen suggereren
hier samenzang, maar dat hóeft hier niet persé de
gedachte te zijn. Oók wanneer we alleen zijn, kunnen we tot
onszelf spreken in psalmen, lofzangen en geestelijke liederen.
|
|
"... en de vrouw moet ontzag
hebben voor haar man. "
|
Efeze 5:33
|
"... en dat de vrouw ontzag
moge hebben voor haar man."
|
|
|
"... en door Hem, vrede gemaakt
hebbende door het bloed zijns kruises, alle dingen weder met Zich
te verzoenen..."
|
Kolosse 1:20
|
"... en door Hem, vrede
makende door het bloed zijns kruises, het al weder met
Zich te verzoenen..."
|
God heeft geen vrede gemaakt
door het bloed van het kruis - Hij maakt vrede (aorist =
zonder horizon)! Het bloed van het kruis zegt: al spijkeren jullie
mijn geliefde Zoon aan een hout - IK HOU VAN JULLIE! Geen vijandig
hart zal bestand blijken tegen zo'n liefde. Door het bloed van het
kruis zal God alle vijandschap in het ganse heelal volkomen doen
wegsmelten!
|
|
"...het evangelie (...) dat
verkondigd is in de ganse schepping onder de hemel..."
|
Kolosse 1:23
|
"... het evangelie (...) dat
verkondigd wordt in de ganse schepping onder de hemel..."
|
Het Evangelie was niet maar
werd in Paulus' dagen in de hele schepping verkondigd. In vrijwel
geen enkele vertaling komt dit tot uitdrukking maar het woord 'verkondigen'
staat niet in een voltooide tijdsvorm.
|
|
"Haar dienaar ben ik geworden
krachtens de bediening, die mij door God is toevertrouwd..."
|
Kolosse 1:25
|
"... waarvan ik dienaar werd,
naar de huishouding van God mij toevertrouwd..."
|
Paulus ontving van Godswege niet
slechts een bediening maar een huishouding (Grieks: oikonomia),
een beheer. Zoals God via Mozes de wet gaf, heeft hij de huidige
huishouding bekendgemaakt via Paulus.
|
|
"... dingen, die slechts een
schaduw zijn van hetgeen komen moest..."
|
Kolosse 2:17
|
"...dingen, die een schaduw
zijn van het komende..."
|
|
|
"... het evangelie der heerlijkheid
van de zalige God, dat mij is toevertrouwd."
|
1Timotheüs 1:11
|
"... het evangelie der heerlijkheid
van de gelukkige God, dat mij is toevertrouwd."
|
Dat God "de zalige God"
is, zegt van alles maar daardoor niet zoveel. Het Griekse woord
'makarion' betekent 'gelukkig'. Paulus verkondigde het goede bericht
van een God die gelukkig is. Want wat God voor ogen staat,
dat gelukt Hem!
|
|
"Doch de genade onzes Heeren
is zeer overvloedig geweest..." (SV)
|
1Timotheüs 1:14
|
"... maar de genade van onze
Heer overweldigt..."
|
De genade van de Heer aan Paulus
bewezen, is niet 'slechts' overvloedig. Ze is overweldigend.
Iemand die onder de Niagara-falls staat heeft geen keuze om nat
te worden. Er is geen ontkomen aan. Zó is Gods genade. "Onwederstandelijk"
noemde men dat vroeger.
|
|
"Een vrouw moet zich
rustig, in alle onderdanigheid, laten onderrichten..."
|
1Timotheüs 2:11
|
"Een vrouw late zich
leren in stilheid, in alle onderdanigheid..."
|
De Statenvertaling is hier volkomen
correct. Een vrouw moet zich niet rustig houden. Nee, op
de vrouw rust juist geen plicht, zij mag zich laten
leren.
Het is de toon, die de muziek maakt...
|
|
"Ik beveel voor God, die
alle leven wekt..."
|
1Timotheüs 6:13
|
"Ik beveel voor God, die
allen levend maakt..."
|
God is zeker Degene die alle leven
wekt. Maar dit vers zegt veel meer! God zal allen levendmaken. Zoals
Christus als Eersteling is levendgemaakt in onvergankelijkheid,
heerlijkheid en kracht, zo zullen alle mensen worden levendgemaakt
(1Korinthe 15).
|
|
"... door Wie Hij ook de wereld
geschapen heeft".
|
Hebreeën 1:2
|
"... door Wie Hij ook de aionen
maakt".
|
'Het onderwerp in dit zinsdeel
is niet de kosmos (wereld, enkelvoud), maar het zijn de aionen (meervoud).
Door middel van de Zoon maakt God de wereld-tijden. Het gaat hier
om de melding van een feit zonder horizon (de Griekse aorist)
en niet om een voltooide daad in het verleden.
|
|
"... opdat Hij door zijn dood
hem, die de macht over de dood had, de duivel, zou onttronen..."
|
Hebreeën 2:14
|
"... opdat Hij door zijn dood
hem, die de macht van de dood had, de duivel, zou onttronen..."
|
De duivel heeft de macht van
de dood. Dat wil zeggen: hij is in staat te doden. Hij heet niet
voor niets "de mensenmoorder van den beginne". Hij heeft
echter beslist niet de macht over de dood. Dat is slechts
voorbehouden aan Hem die de dood inging en daaruit als Eersteling
(onvergankelijk) verrees!
|
|
"... die gedurende hun ganse
leven door angst voor de dood tot slavernij gedoemd waren. Want
over de engelen ontfermt Hij Zich niet, maar Hij ontfermt Zich over
het nageslacht van Abraham..."
|
Hebreeën 2:15,16
|
"... die gedurende hun ganse
leven door angst voor de dood tot slavernij gedoemd waren. Want
niet engelen grijpt het (nl. de dood) aan, maar
het grijpt aan zaad van Abraham..."
|
|
|
"... naar de ordening van
Melchisedek hogepriester geworden in eeuwigheid."
|
Hebreeën 6:20
|
".... naar de ordening van
Melchisedek hogepriester geworden tot in de aioon."
|
|
|
"... en, aan de Zoon van God
gelijkgesteld, blijft hij priester voor altoos."
|
Hebreeën 7:3
|
"... en, de Zoon van God gelijkende,
blijft hij ononderbroken priester."
|
|
|
"... door het bloed van Jezus,
langs de nieuwe en levende weg ..."
|
Hebreeën 10:19, 20
|
"... in het bloed van
Jezus, langs de recent geslachtte en levende weg ..."
|
|
|
"Het geloof nu is de zekerheid
der dingen, die men hoopt..."
|
Hebreeën 11:1
|
"Geloof nu is de aanname
van dingen, die men verwacht..."
|
|
|
"Want stel, er kwam in uw
vergadering een man binnen met een gouden ring aan zijn vinger..."
|
Jakobus 2:2
|
"Want stel, er kwam in uw
synagoge een man binnen met een gouden ring aan zijn vinger..."
|
|
|
"En het gelovige gebed zal
de lijder gezond maken, en de Here zal hem oprichten."
|
Jakobus 5:15
|
"En de gelofte van
geloof zal de afgematte redden, en de Here zal hem
oprichten."
|
|
|
"... er staat immers geschreven:
Weest heilig, want Ik ben heilig."
|
1Petrus 1:16
|
"... er staat immers geschreven:
jullie zullen heilig zijn, want Ik ben heilig."
|
|
|
"...om zijn dienstknechten
te tonen hetgeen weldra moet geschieden..."
|
Openbaring 1:1
|
"... om zijn slaven
te tonen hetgeen in snelheid moet geschieden..."
|
Het Griekse woord 'doulos' betekent
niet dienstknecht maar slaaf (=lijfeigene).
De Griekse woorden 'en tachei' betekenen letterlijk: in snelheid.
Het gaat er niet om dat de dingen gauw zullen gebeuren, maar dat
als ze gebeuren, het zal geschieden met haast (vergl. Johannes
20:4).
|
|
"En hun lijk [zal liggen]
op de straat der grote stad (...) alwaar ook hun Here gekruisigd
werd."
|
Openbaring 11:8
|
"En hun lijk zal zijn op het
plein van de grote stad (...) waar ook hun Heer was gekruisigd".
|
'Plateia' betekent plein. Het
plein van de grote stad duidt kennelijk op het tempelplein. Het
woord voor 'straat' is in het Grieks een ander woord ('rhume'; Str.4505).
|