|
laatste wijziging: 5 aug. 2011 |
|
|
veel
gestelde vragen over Lees eerst
het artikel: vijf feiten over de dood
Nee. We komen
in de Bijbel b.v. de volgende uitspraken tegen:
Wanneer de mens de levensadem weer uitblaast en weer terugkeert naar de aardbodem dan is hij een dode ziel geworden. "Dode zielen" is een uitdrukking die een paar keer in het boek Leviticus voorkomt (19:28, 21:1; helaas komt dit niet tot uitdrukking in de meeste vertalingen). Het idee van een onsterfelijke ziel komt rechtstreeks uit de Griekse filosofie en NIET uit de Schrift. 4. Is het geloof dat de doden dood zijn niet troosteloos? De dood is als een slaap waaruit men zal ontwaken. Wanneer Paulus bedroefden aanschrijft over ontslapen gelovigen, dan meldt hij hen dat ze eenmaal (bij het klinken van de bazuin) zullen opstaan en met de achtergebleven levenden, de Heer tegemoet zullen gaan in de lucht. "Vertroost elkander met deze woorden" (1 Thessalonica 4:18; SV). Hij geeft dus niet de troost dat ze al bij de Heer zijn maar dat ze op een later tijdstip, gezamenlijk met vele anderen naar de Heer toe zullen gaan.5. Wat beloofde de Heer aan de moordenaar op het kruis?
In ISA staat dit vers als volgt weergegeven:
Cruciaal in de lezing van deze tekst
is de plaats van de komma. We moeten bedenken dat in de grondtekst geen
komma's staan. Verplaatsen we de in het Nederlands
noodzakelijke komma (wat taalkundig volkomen verantwoord is), dan staat
er niet "... Ik zeg u, heden zult gij ...", maar: "...
Ik zeg u heden, gij zult...". De misdadiger
vroeg: gedenk mij als U in uw Koninkrijk komt. Wel, zegt ezus de
man.: Ik zeg je heden: je zult met Mij in het Paradijs zijn.
Eén ding is zeker: Jezus ging op de dag dat Hij stierf NIET naar het Paradijs, want dat is boven (2Korinthe 12:2-4). Jezus ging naar "het dodenrijk beneden", zegt de Schrift (vergl. Handelingen 2:31 en Jesaja 14:9). Het Paradijs is gelegen in het Nieuwe Jeruzalem dat uit de hemel zal nederdalen (vergl. Openbaring 2:5 en 22:2).
Nee, hier wordt niet gezegd dat de gestorvene leeft maar "zal leven", nl. in de opstanding, want dát is het onderwerp waarover Jezus hier spreekt. 7. Hoe kun je het eeuwige leven hebben en toch dood gaan?Het 'eeuwige leven' is het leven van de toekomende eeuw. Het 'hebben' daarvan is als het 'hebben' van een erfenis. Krachtens een testament kun je een erfenis hebben ondanks dat de daadwerkelijke ontvangst op een veel later tijdstip plaatsvindt. Zo is het ook met het 'eeuwige leven': de gelovige heeft het nu (de jure) maar ontvangt het (de facto) straks.
8. Wat te denken van het raadplegen van geesten van doden?Van het raadplegen van gestorvenen wordt in de Schrift (o.a.) dit gezegd:
Aangezien doden
werkelijk dood zijn (= niets kunnen), moeten geesten die zich presenteren
bij spiritistische bijeenkomsten wel een duistere achtergrond hebben.
Dat verklaart ook de ongekend sterke afwijzing van spiritisme in de Schrift.
Spiritisme brengt de mens in aanraking met leugengeesten (=demonen; 1Timotheüs
4:1). Wees gewaarschuwd: de leer dat doden niet echt dood zijn maar op
een andere wijze voortleven, opent de deur voor spiritisme. Alle religies
gaan uit van dit basis-gegeven en vormen om die reden een invalspoort
voor demonen (1Korinthe 10:20).
9. Sprak Saul te Endor met de gestorven Samuël? *De verschijning te Endor is een geval apart. Dat blijkt in het bijzonder uit het feit dat de de waarzegster "een luide kreet" slaakt, zodra zij de verschijning ziet (28:12). Wat ze zag, was ze kennelijk niet gewend in eerdere spiritistische seances. Heel opmerkelijk is het ook dat de vrouw als eerste opmerkt: "ik zie GOD opkomen" (NBG: bovennatuurlijk wezen"; Hebr. elohiem; 28:13). Dat het inderdaad God Zelf is, die de regie in handen neemt, blijkt ook uit het feit dat verschijning met precisie voorzegt wat de komende dag met Saul zou gebeuren. M.a.w. het is God Zelf die in Endor als Samuël verschijnt.
Het evangelie wordt
niet, maar werd aan doden gebracht. In hun leven namelijk. Petrus
spreekt hier over mensen die tijdens hun leven het Evangelie hebben
gehoord maar inmiddels zijn gestorven. Mensen oordeelden hen naar het
vlees maar voor God zullen ze leven. In hfst.3:18 wordt van Christus
gezegd dat Hij gedood is naar het vlees, maar levendgemaakt is naar
de geest.
Nergens in de Bijbel worden mensen 'geesten' genoemd. Petrus verwijst hier naar "de zonen Gods" die gemeenschap hadden met "de dochters der mensen" (Genesis 6:1-4). Deze vermenging van hemelwezens en mensen is de directe aanleiding tot de zondvloed in de dagen van Noach. In Judas:6 wordt ook aan deze geesten gerefereerd met de mededeling: "engelen die hun oorsprong ontrouw werden en hun eigen woning verlieten". Sinds het oordeel van de zondvloed (waarin alle mensen omkwamen) worden deze geesten in verzekerde bewaring gehouden. Ook in 2Petr.2:4 wordt naar deze geesten verwezen. Na zijn opstanding heeft Christus zijn triomf ook aan hen geproclameerd. Ook de rijke
stierf en hij werd begraven. En toen hij in het dodenrijk zijn ogen opsloeg
onder de pijnigingen, zag hij Abraham van verre en Lazarus in zijn schoot.
Lucas 16:23 Wanneer we dit gedeelte letterlijk zouden
moeten nemen, dan is het in regelrechte strijd met b.v. Prediker 9:10,
waar uitdrukkelijk staat, dat er géén werk of overleg
of kennis is in het dodenrijk. Hier slaat iemand immers zijn ogen op
in het dodenrijk en voert uitgebreid overleg. Zie uitgebreid: de rijke man en Lazarus Daarom heet
het: opgevaren naar den hoge voerde Hij krijgsgevangenen mede, gaven gaf
Hij aan de mensen.
Efeze 4:8 Dat het hier zou gaan om mensen
die vanuit het dodenrijk meegevoerd zijn naar de hemel is een
verklaring die hier vaak wordt 'ingelezen'. Het verband van Efeze 4
wijst in een andere richting. De krijgsgevangenen (de gevangenis) staat
hier voor de Gemeente, die de positie van Christus deelt in "den
hoge". ...dat ik
in geen enkel opzicht beschaamd zal staan, maar dat met alle vrijmoedigheid,
zoals steeds, ook nu Christus zal worden grootgemaakt in mijn lichaam,
hetzij door mijn leven, hetzij door mijn dood. Want het leven is mij Christus
en het sterven gewin.
Filippi 1:20,21 Het gaat hier
om de winst voor Christus. Christus zou worden grootgemaakt in Paulus'
dood.
Trouwens, ook voor de gelovige is sterven (indirect) winst, want het eerstvolgende bewuste moment zal de bazuin klinken! Het is ogen sluiten en weer openen... ook al zouden er op aarde ondertussen duizenden jaren verlopen. 15. Wat bedoelde Paulus met "heen te gaan en met Christus te zijn"?Indien ik
in het vlees blijf leven, betekent dat voor mij werken met vrucht en wat
ik moet (lett. zal) kiezen, weet ik niet (lett. maak ik niet
bekend). Van beide zijden word ik gedrongen: ik verlang heen te gaan
en met Christus te zijn, want dit is verreweg het beste; maar nog in het
vlees te blijven is nodiger om uwentwil.
Filippi1:21-24 Paulus spreekt eerst over twee mogelijkheden: in leven blijven of te sterven. Waaraan hijzelf de voorkeur geeft schrijft hij niet. Wat hij wel bekend maakt is dat: hij verlangt heen te gaan en met Christus te zijn. Dit laatste is verreweg het beste. Met "heen te gaan" (Grieks: ana'luo) kan Paulus dus onmogelijk het sterven bedoelen. Deze derde optie doelt op het moment dat de Here Jezus Christus vanuit de hemelen zal komen, en ons vernederd lichaam gelijkvormig zal maken aan Zijn verheerlijkt lichaam (Fillippi 3:20,21). Dát is 'het heengaan en met Christus zijn', waarover het in Filippi 1:23 gaat. 16. Hoe zit het met de verschijning van Mozes en Elia op de berg der verheerlijking?Jezus noemt het tafereel na afloop een "gezicht" (17:9). Het is hetzelfde woord (Gr. horama) als wat in Hand.10:17 gebruikt wordt voor het visioen dat Petrus kreeg toen hij op het dak in gebed was.We moeten ons realiseren dat wanneer Mozes en Elia reeds verheerlijkt in de hemel zouden zijn, dat Christus dan geen Eersteling is en evenmin als Enige momenteel onsterfelijkheid bezit (1Korinthe 15:23; 1Timotheüs 6:16). 17. Is Henoch nooit gestorven?Door het
geloof is Henoch weggenomen (lett. overgezet) zodat hij de dood niet zag
(SV: opdat hij de dood niet zou zien), en hij werd niet meer gevonden,
want God had hem weggenomen (lett. overgezet).
Hebreeën 11:5 Henoch werd overgezet (in het Grieks hetzelfde woord als in Handelingen 7:16: "overgebracht") opdat hij de dood niet zou zien. Als er staat dat Henoch werd overgezet zodat hij de dood niet zou zien, dan kan het hier niet gaan om een natuurlijke, ouderdoms dood, want daar was hij nog láng niet aan toe (hij was nog lang niet op de helft van de leeftijd die z'n zoon zou bereiken). Henoch werd dus kennelijk overgezet om hem te bewaren voor een geweldadige dood. De goddeloze mensen tegen wie Henoch profeteerden (zie Judas: 14,15), zochten hem te doden en met het oog daarop heeft God hem overgezet of verplaatst. Het gaat er dus niet om dat Henoch nooit de dood zou zien, maar dat God hem spaarde voor een vroegtijdige, geweldadige dood. Henoch verdween. Waarheen weten we niet. Wel weten we dat ook hij uiteindelijk is gestorven. Immers, in Hebreeën 11:13 wordt gezegd: "in dat geloof zijn DEZE ALLEN gestorven". Dus ook Henoch. Het is uitgesloten dat Henoch ten hemel is gevaren, want "NIEMAND is opgevaren naar de hemel, dan die uit de hemel nedergedaald is, de Zoon des mensen" (Johannes 3:13). 18. Is Elia nooit gestorven?Er is een belangrijke aanwijzing dat Elia net als Henoch is overgezet en weer is terug gekeerd op aarde. Ga maar na: Elia's ten hemelopneming vond plaats toen Josafat regeerde over Juda (2Koningen 3:11,12). Als diens zoon Joram later koning wordt in zijn plaats (2Kronieken 21:1) ontvangt deze een brief: Toen kwam
er een schrijven tot hem VAN DE PROFEET ELIA, dat luidde: Zo zegt de HERE,
de God van uw vader David: omdat gij niet gewandeld hebt in de wegen van
uw vader Josafat en ....
2Kronieken 21:12 Conclusie: Elia is kennelijk
verplaatst door de atmosfeer naar een oord op aarde (waar we verder
niets van weten) en heeft vandaaruit jaren later een brief geschreven
aan koning Joram. En toen
Hij het vijfde zegel opende, zag ik onder het altaar de zielen van hen,
die geslacht waren om het woord van God en om het getuigenis, dat zij
hadden. En zij riepen met luider stem en zeiden: Tot hoelang, o heilige
en waarachtige Heerser, oordeelt en wreekt Gij ons bloed niet aan hen,
die op de aarde wonen? En aan elk hunner werd een wit gewaad gegeven,
en hun werd gezegd, dat zij nog een korte tijd moesten rusten, totdat
ook het getal vol zou zijn van hun mededienstknechten en hun broeders,
die gedood zouden worden evenals zij.
Openbaring 6:9-11 We lezen hier over zielen onder het altaar die geslacht waren en die roepen. Het zijn met recht 'slachtoffers'. Onder een letterlijk altaar wordt letterlijk bloed van offers gezien. Maar in dit visioen is sprake van een figuurlijk altaar en daar wordt geen bloed, maar worden zielen gezien. Dat is in het Bijbels spraakgebruik synoniem. Want
de ziel van het vlees is in het bloed en Ik heb het u op het altaar
gegeven om verzoening over uw zielen te doen, want het bloed bewerkt verzoening
door middel van de ziel...
Leviticus 17:11 Bloed kan ook 'spreken'. En
Hij zeide: Wat hebt gij gedaan? Hoor, het bloed van uw broeder roept
tot Mij van de aardbodem.
Genesis 4:10 ...
en tot het bloed der besprenging, dat krachtiger spreekt
dan Abel.
Hebreeën 12:24 Het roepen
om wraak van de zielen onder het altaar (in Openbaring 6) kan hetzelfde
verstaan worden als het bloed van Abel dat destijds ook 'riep'. Niet letterlijk
dus, maar figuurlijk.
20. Leven de aartsvaders nu?Maar DAT
DE DODEN OPGEWEKT WORDEN, heeft ook Mozes bij de braamstruik aangeduid,
waar hij de Here noemt de God van Abraham en de God van Isaak en de God
van Jakob. Hij is niet een God van doden, maar van levenden, want voor
Hem leven zij allen.
Lucas 20:37,38 Jezus toont deze Sadduceeën (die de opstanding loochenen; Handelingen 23:8) vanuit de Torah aan, dat de doden opgewekt zullen worden. Immers, de Here noemt Zich nog steeds de God van Abraham, de God van Isaak en de God van Jakob, ook nu deze mannen reeds lang overleden zijn. Voor God leven deze mannen, ook al 'slapen' zij op dit moment. Straks zullen zij uit de 'slaap' worden gewekt (vergl. Johannes 11:11-13). Jezus' statement heeft betrekking op de opstanding en niet op een tussentoestand tussen sterven en opstanding. maar wij
zijn vol goede moed en wij begeren te meer ons verblijf in het lichaam
te verlaten en bij de Here onze intrek te nemen.
2Korinthe 5:8 Met "het lichaam" bedoelt Paulus dít lichaam, de aardse tent waarin we thans wonen. Twee verzen eerder immers lezen we: Daarom zijn
wij te allen tijde vol goede moed, ook al weten wij, dat wij, zolang wij
in het lichaam ons verblijf hebben, ver van de Here in den vreemde
zijn
2Korinthe 5:6 In dit gedeelte is sprake van twee woningen: (1)"de aardse tent waarin we wonen" en (2) een "eeuwig huis" (5:1), dat is het nieuwe lichaam. Paulus verlangde ernaar om "met onze woonstede vanuit de hemel overkleed te worden" (5:2), d.w.z. veranderd te worden van sterfelijk naar onsterfelijk, zonder te hoeven sterven. In het geval van dood-gaan zou hij "naakt bevonden worden" (5:3-5) d.w.z. zonder bekleding (=lichaam) zijn. Paulus verlangde zijn intrek bij de Here te nemen en in zijn "eeuwig huis" (=in zijn nieuwe lichaam) te gaan wonen. 22. Ondersteunt de uitspraak van Jezus over "de ziel niet kunnen doden" de leer van de onsterfelijke ziel?En weest
niet bevreesd voor hen, die wel het lichaam doden, maar de ziel [Gr.
psuche] niet kunnen doden; weest veeleer bevreesd voor Hem, die beide,
ziel en lichaam, kan verderven in de hel [Gr. Gehenna = dal van Hinnom].
Matteüs 10:28 Bij vraag
3 hadden we reeds gezien dat de Bijbel op heel wat plaatsen spreekt
van stervende en dode zielen. Dat is de objectieve kant. Als de discipelen omgebracht zouden worden, zouden ze
(in hun beleving - de ziel) het volgende moment ontwaken in de heerlijkheid
van de toekomende eeuw. In tegenstelling tot hen die in het vrederijk
geëxecuteerd zullen worden (zie laatste vers Jesaja). Zij zullen
niet slechts omgebracht worden maar ook de glorie van de toekomende
eeuw moeten missen, vervolgens (bij de Grote Witte Troon) opstaan ten
oordeel en een tweede dood sterven. Daarom dan,
laten ook wij, nu wij zulk een grote wolk van getuigen rondom ons hebben,
afleggen alle last en de zonde, die ons zo licht in de weg staat, en met
volharding de wedloop lopen, die voor ons ligt.
Hebreeën 12:3 Sommigen concluderen uit dit vers, dat al de mensen die in Hebreeën 11 genoemd zijn, getuigen zijn van ons doen en laten. Dat is een misverstand. Een getuige is hier niet een waarnemer maar iemand met een getuigenis. En van getuigenissen is in het voorgaande hoofdstuk een indrukwekkende hoeveelheid voorbeelden gegeven. Nog steeds hebben deze allen het beloofde niet verkregen en zij zullen de volmaaktheid niet zonder ons bereiken (11:39,40). Al de genoemde gelovigen zijn dus nog steeds in doodsrust en kunnen ons vanuit hun positie welliswaar niet waarnemen maar spreken desondanks, zelfs nadat zij gestorven zijn (vergl. Hebreeën 11:4). En dáárom zijn zij een wolk van getuigen rondom ons. 24. Bewijst Jesaja 14:9-11 dat de doden wel bewustzijn en overleg hebben?Nee, Jesaja schrijft hier een "spotlied" gaat (NBG 14:4). In vers 8 zegt Jesaja dat de cypressen zich verheugen en dat de ceders van de Libanon zich uitspreken tegen de koning van Babel. Uiteraard is dit symboliek. Pal daarop zegt Jesaja dat zelfs het dodenrijk in beroering zou geraken en koningen zouden opstaan, zodra de koning van Babel daar zijn intrede zou doen. Het karakter van beeldspraak en satire ligt er dik bovenop. Realistisch wordt het Jesaja weer als hij zegt: "het gewormte ligt onder u gespreid en maden zijn uw bedekking" (14:11). 25. Prediker spreekt toch slechts over zaken "onder de zon" en niet over het onwaarneembare dodenrijk?Toch wel. De Prediker doet wel degelijk expliciete uitspraken over "het dodenrijk waarheen gij gaat" (9:10). DAAR is "geen werk of overleg of kennis of wijsheid". Alleen onder Goddelijke inspiratie kon hij hierover "woorden der waarheid" (12:10) optekenen. |
|