GoedBericht.nl logo
UltimateGoodNews

Forum Bespreking

04-10-2014 - Geplaatst door Andre Piet
Forum bespreking gehouden tijdens de RevaGo-conferentie op 4 oktober 2014 in Leusden.

Powered by RedCircle

📝 Samenvatting & Transcriptie van deze lezing

Samenvatting van deze toespraak

Deze studie is een forumbespreking waarin diverse theologische vragen worden beantwoord, zoals het jagen naar de uitopstanding en de oorsprong van het kwaad. Daarbij wordt benadrukt dat redding louter genade is en God Zelf het kwaad en de Satan met een specifiek doel heeft geschapen. Verder wordt besproken waarom de gevestigde kerken deze inzichten vaak missen en wie de onderaardsen zijn die zullen buigen. Ten slotte wordt ingegaan op de functie van het oordeel en de tweede dood binnen Gods uiteindelijke plan van alverzoening.

“Het kruis van Christus is een algeheel werk, compleet voor het doel waartoe God het bestemd had.”

Jagen Naar de Uitopstanding en Beloning ↑ hoofdstukken

Ik heb een vraag ontvangen van Theo Frederiks en de vraag heeft te maken met de passage in Filippenzen waarin Paulus aangeeft dat hij jaagt naar de uitopstanding. Het jagen, daar gaat het om. In 2 Timotheüs geeft hij bij het einde van zijn leven — de laatste brief die hij heeft geschreven — aan dat hij het doel heeft bereikt. Hij heeft het geloof behouden en hij heeft een goede strijd gestreden; dat is het eindpunt. Hij verwacht daarvoor de krans der gerechtigheid. En het punt is of het daardoor lijkt alsof wij toch iets moeten doen. Dat is eigenlijk de vraag: moeten we nou iets doen of moeten we niets doen?

De manier waarop ik daarop zou reageren, is dat we voor onze redding — ons behoud — niet alleen niets hoeven te doen, maar dat we zelfs niets kunnen doen. We kunnen niets doen omdat God alles geeft. God geeft ook het geloof om Hem te geloven. Onze rechtvaardiging, datgene wat ons rechtvaardig heeft gemaakt, is trouwens iets geweest tussen de Vader en de Zoon. De Zoon heeft de Vader vertrouwd en op grond van dat vertrouwen — het feit dat de Zoon de Vader geloofd heeft, zoals we lezen in Romeinen 3 vers 22 over het geloof van Jezus Christus — op grond daarvan zijn wij gerechtvaardigd. Wij die dat feit tussen de Vader en de Zoon geloven. We kunnen dus niets doen; Hij schenkt ons geloof op Zijn tijd, in Zijn timing, en op grond van dat geloof zijn wij gered. We kunnen niets doen, nogmaals.

Alleen daar bovenop, dus binnen het kader van die redding, is er wel zoiets als het jagen naar de prijs. Paulus vergelijkt dat zelfs met een wedloop. Ik verstond de vraag even niet goed, maar er is inderdaad een uitopstanding. Waar het echter vooral om gaat — want daar wil ik even de nadruk op leggen — is dat er binnen de redding verschillen zijn. Ik weet niet of ik het woord rangordes mag noemen, maar er zijn individuen die binnen het gered zijn, binnen het leven in de toekomende aionen, verschillen kennen. De ene ster zal namelijk helderder schijnen dan de andere, zoals Paulus dat uitlegt in 1 Korinthe 15. Het ene hemelse lichaam wat wij gelovigen zullen krijgen, wordt vergeleken met de maan, anderen met de zon, de ene met sterren, en binnen die sterren is er ook nog verschil in heerlijkheid. Dat zegt al iets over dat er verschillen zullen zijn; verschillen ook in taak en in rolverdeling. Er zullen verschillen zijn binnen die roeping die ons te wachten staat in de hemelen. Daar gaat het om.

Op grond van wat wij doen, onze wandel hier op aarde en wat wij daarmee nagejaagd en 'bereikt' hebben tussen aanhalingstekens — want ook die werken heeft God voorbereid, zoals we lezen in Efeze 2 — zullen wij bepaalde rollen toebedeeld krijgen in de toekomende aionen. Ik hoop dat het op die manier goed is beantwoord. Misschien mag ik er nog één ding aan toevoegen. Er zitten twee dingen hieraan vast als het gaat over die uitopstanding uit de doden in Filippenzen 3. Ik denk dat dit een vrij speciaal onderwerp is en ik denk dat dat echt niet binnen het kader van deze middag even volledig besproken kan worden, want dan moet je de hele context erbij betrekken en trouwens diverse andere Schriftgegevens.

Maar het idee van beloning en de krans heeft naar mijn overtuiging niet te maken met ons eigen werken. Integendeel, want dat zou in wezen weer een tegenstelling en ook een tegenstrijdigheid zijn met Gods genade. Je zou dan de gedachte krijgen dat we worden gered in genade, maar dat het vervolgens, als je eenmaal gered bent, weer je eigen werken zijn waarvoor je beloond wordt. Als dat zo zou zijn, dan is het nog steeds geen genade. Zie het eens zo: het gaat niet om onze werken die beloond worden, maar om wat God door ons heen kan doen in ons leven. Hij heeft het voorbereid en dat is wat Hij beloont. Het is dus niet ons werk. Integendeel, dat is wat Paulus noemt in 1 Korinthe 3 — het is een iets andere context, maar dezelfde gedachte — dat alles wat een mens produceert in het beste geval hout, hooi en stro is. Dat zal allemaal in vlammen opgaan en geen waarde blijken te hebben.

Maar dat wat we in ons leven gebouwd hebben met goud — Gods heerlijkheid — met zilver — de prijs die Hij betaalde — en met kostbare gesteenten — Zijn veelkleurige wijsheid — kortom, met de dingen van Zijn Woord geleefd hebben, zodat Hij Zijn werk in en door ons doet: dat is wat Hij beloont. Het is Zijn eigen werk. Vandaar ook dat die kransen die straks te vergeven zijn, weer geworpen worden voor God Zelf die ze gegeven heeft. Je leest dat in Openbaring in verband met de vierentwintig oudsten: "U bent waardig, want U hebt het alles gewerkt." Het is uiteindelijk allemaal Zijn werk, wat Hij ook in en door ons heen heeft kunnen doen. Juist het eigen werk wordt niet beloond; integendeel, dat gaat in vlam op. Dat kun je wel zeggen.

Het heeft dus eigenlijk te maken met de wijze waarop we beschikbaar zijn als een instrument van Hem. Wij zijn niets anders dan een instrument; dit gaat allemaal om Zijn werk en niks anders. Hoe moet je het jagen daarop dan begrijpen? Dat we in ons leven juist daarop gericht zijn, op het jagen naar dat doel, zodat Hij Zijn werk door ons heen kan doen. Dat jagen betekent één ding voor ogen hebben. Dat is het beeld wat Paulus dan gebruikt van één doelwit van een sporter, iemand die in de rentbaan is en die maar één ding heeft: die focust zich op één ding, en dat is Zijn eer, Zijn Woord en Zijn rijkdom.

Hier wordt naar voren gebracht hoe het dan zit met die parabel, de gelijkenis in Mattheüs 25 over de talenten. Je hebt trouwens ook nog een gelijksoortige gelijkenis, maar dan van de ponden, dus weer iets anders, maar in ieder geval waarbij de gedachte is dat er 'geboekerd' wordt met datgene wat God gegeven heeft. Dan lijkt het toch het werken te zijn. Maar ja, nu blijf ik aan het woord; we zitten hier tenslotte met vier mannen. Ik zei het niet helemaal lekker, maar laat ik in ieder geval een voorzet geven, want wellicht word ik aangevuld. Ik moet erbij zeggen dat dit in een ander kader staat. Er worden andere accenten gelegd dan in de bediening van de apostel Paulus, waar wij vooral gehoor naar hebben en wat ook speciaal voor ons bestemd is. Het is niet goed om het brood van de kinderen aan de hondjes te geven — dat zijn wij nu even in dit verband. Kijk dus in de eerste plaats uit voor het zomaar lukraak toepassen van zulke woorden. Maar vervolgens is het ook zo dat het daarbij gaat om de algemene lijn: het gaat om datgene te gebruiken van wat God geeft. Het gaat er dus niet zozeer om eigen werken, maar Hij geeft dingen, Hij stelt je tot dingen in staat en Hij zorgt dat je in die weg gaat en Hem dankt voor dat wat Hij geeft. Dat zijn die talenten en, in een ander opzicht, dat pond dat ons gegeven is. De andere vraag doe ik zo meteen wel even, anders ben ik wel erg veel aan het woord.

De Oorsprong van het Kwaad ↑ hoofdstukken

Ik heb gehoord wat in mijn oor alweer gezegd is over hoe het kwaad in de wereld is gekomen. Ik hoorde van Gorswin dat hij zei dat het kwaad er wel was, want dat er een vorm was van kennis van goed en kwaad. En ik hoorde van Peter Meijer dat er kwaad is gekomen door het eten van de vrucht. De vraag was of er een tegenstelling lijkt te bestaan tussen wat ik vertelde en wat Gorswin vertelde, namelijk dat het kwaad er al zou zijn geweest, versus mijn uitleg dat het kwaad op een bepaald moment kwam. Dus de kern van de vraag is: wanneer kwam het kwaad dan echt de wereld binnen?

Het kwaad kwam de wereld binnen toen God die oude slang, waar André het over had in zijn studie, geschapen had. Die wordt Satan genoemd, wat tegenstander betekent, en duivel oftewel diabolos, wat 'door elkaar gooier' betekent. Toen God hem geschapen had, ging hij meteen aan de slag om zijn werk te doen. Omdat er toen nog geen mensen waren, waren de hemelbewoners – die soevereiniteiten, overheden en machten in hun verschillende rangorden – de eersten die hij misleidde. Hij bracht hen in rebellie tegen God en hij heeft ze van Hem vervreemd. Dat is het eerste wat hij deed, en als gevolg daarvan brak er strijd uit. Zonder daar nu te diep op in te gaan: daardoor werd de wereld, om die schriftuurlijke termen te gebruiken, neergeworpen; de aarde werd vernietigd. Dat is hoe het kwaad, in de zin van vernietiging en vernieling, de wereld binnenkwam.

Maar God heeft het gecreëerd. God is degene die het kwaad heeft geschapen. Gorswin mag daarop aanvullen. Ik denk, als je terugkijkt naar het grafiekje van Peter, dat het pas 'stuk' ging toen het kwaad effect kreeg op mensen. Dus toen wij ook echt iets mis gingen doen. Maar als er iets stuk kan gaan, is dat de werking van iets wat er dus al eerder was. God heeft dat gemaakt en op een bepaald moment greep dat in. Ik zei dat dit kwaad er al was voordat je het kon kennen; de boom stond er al en je kon goed en kwaad al kennen. Dat is eerder gebeurd en ik geloof dat dit in de schepping zat. God heeft dat zo gemaakt. Het kwaad was er al, maar het effect ervan op ons begon pas te werken toen we de eerste fout maakten.

Dat sluit trouwens ook aan op een andere vraag: was de zonde al in de wereld voordat Adam zondigde? Staat er niet dat Satan zondigde vanaf zijn begin? Het antwoord is ja. 1 Johannes 3 vers 8 verwijst daarnaar: dat de duivel, de diabolos, die verdraaier die alles door elkaar gooit, zondigde vanaf het begin. Adam niet; van hem lezen we in 1 Timotheüs dat hij in overtreding is gevallen. Maar van de diabolos lees je dat hij zondigde vanaf het begin. God heeft de slang gecreëerd; het is zijn aard. Hij is een creatie van God en God maakt geen fouten. Dus ook de Satan is een schepsel van God. Dit staat al in Genesis 3, dat God de slang geschapen had.

Hiermee komen we weer op het onderwerp van Gorswin. Het is misschien niet altijd leuk wat we vertellen, maar het is de waarheid. Dat klinkt misschien arrogant, maar het is de waarheid: God is God en Hij heeft goed en kwaad gemaakt en geschapen. Dat verklaart Hij Zelf heel plechtig: "Ik ben de Schepper van alles, van licht en duisternis, van welzijn en onheil (goed en kwaad)." Dat doet Hij niet voor niets. Ik wil daar wel op antwoorden en dat kan volgens mij vrij kort. In de presentatie heb ik Kolossensen 1 vers 20 laten zien, waarin staat dat het al verzoend zou worden. Als we het hebben over 'het al', dan is dat alomvattend. Het kruis van Christus is een algeheel werk, compleet voor het doel waartoe God het bestemd had. In Filippenzen staat ook dat elke knie zich zal buigen, van de hemelsen, de aardsen en de onderaardsen. Daarin is niets uitgezonderd.

Satan is nu een tegenstander en staat vijandig tegenover God, maar als de vijandschap wordt weggenomen, dan is hij niet meer wat zijn naam nu is, namelijk tegenstander. Dan zal ook hij een liefhebber van God zijn. Dus geen Satan meer, en ook geen diabolos. Er staat in de geschiedenis van de verzoeking in de woestijn, bij het begin van Jezus' optreden, dat de diabolos iedere keer tot Hem komt. In vers 8 staat: "Wederom nam de duivel Hem mede naar een zeer hoge berg en hij toonde Hem al de koninkrijken der wereld en hun heerlijkheid. En zei tot Hem: Dit alles zal ik u geven indien gij u neerwerpt en mij aanbidt." Toen zei Jezus tot hem: "Ga weg, Satan (tegenstander)! Er staat geschreven: De Heere, uw God, zult gij aanbidden en Hem alleen dienen."

Men denkt over het algemeen dat de Heer Jezus hier alleen een moreel antwoord geeft in de zin van: je zou God moeten dienen. Maar dat staat er niet. Als je het heel letterlijk neemt zoals het hier staat, dan is het een antwoord direct aan de diabolos. En dat kwam hard aan, want je leest vervolgens ook dat de duivel Hem alleen liet. Want hij krijgt te horen: "De Heere uw God zul jíj aanbidden." Dat is precies wat hij niet wilde, maar dat is precies wat Jezus tegen hem zegt: "Dat zul je doen." Dat is niet alleen een moreel doel stellen, maar een aanzegging: je zúlt dat doen. En toen liet hij Hem alleen.

In die rol en functie als Satan en als diabolos is dat daar zijn einde. Dus als je de vraag stelt of Satan behouden wordt, dan is het antwoord nee, want hij is dan in ieder geval geen Satan meer. Maar als je de vraag stelt of elk schepsel met God verzoend zal worden, dan zegt de Schrift ja. En dat geldt zowel voor de aarde als voor de hemel. Al die creaturen die in de hemel zijn maar die nu vijandig zijn – en de Satan is daar één van, want hij is nu nog steeds in de hemel – zullen ook als schepsel verzoend worden met God. Er is maar één voorwaarde om verzoend te worden en dat is dat je eerst vijandig moet zijn. Nou, daar voldoet hij volledig aan. De rest neemt God voor Zijn rekening, namelijk hem verzoenen door het bloed van het kruis.

Engelen zijn niet naar het beeld en de gelijkenis van God geschapen, dat is het verschil tussen een engel en een mens. Daardoor is dat 'behouden' voor de mensheid op een bepaalde manier verborgen. Een engel staat in een totaal andere positie tegenover God dan wij. Wij staan veel dichterbij; wij zijn zonen en dochters. We zijn hier vandaag met een hele mooie groep mensen en we gaan steeds meer deze richting op.

Waarom de Kerken Dit Niet Zien ↑ hoofdstukken

Ik heb nu misschien drie jaar deze kennis. Tot mijn vijftigste jaar heb ik heel veel kerken doorlopen en ik ben nu vijfenvijftig, dus de afgelopen jaren heb ik heel veel bijgelezen. Mijn vraag is dan: waarom gebeurt dit hier wel en waarom gebeurt dit helemaal niet in de kerken? Juist omdat we nu ook toegang hebben tot internet en allerlei tips; waarom gebeurt dat daar niet?

Oké, de vraag was: zo’n bijeenkomst als deze, waarbij we van verschillende regio’s in het land bij elkaar komen rondom het Woord, waarom gebeurt dit niet in de kerken? Zoals al werd gezegd in de studie is de toegang tot internet en allerlei bronnen en applicaties nog nooit zo makkelijk geweest. En toch gebeurt dit niet in de kerken. Hoe komt dat?

Feitelijk hebt u het antwoord al gegeven. Een reactie was dat sommige mensen in de kerk het al weten, maar als iedereen overstag zou gaan, dan zou de kerk tussen aanhalingstekens in gevaar komen of zelfs opgeheven worden. Het komt er eigenlijk op neer dat God nu Zijn plan uitwerkt met individuen. Hij geeft aan individuen geloof, op Zijn tijd. Hij schenkt ze geloof. Jij bent nu aan de beurt, nu kom jij en dan jij, en ga zo maar door. Iedereen die voor de nederwerping van de wereld, in hoofdstuk 1 vers 5 volgens mij, was uitgekozen; iedereen die toen was uitgekozen en die nu in deze tijd geboren wordt en leeft, die komt aan de beurt. Die wordt geroepen door God, ieder op zijn eigen moment. Het zijn individuen. Met de kerk als instituut dealt God nu niet.

Ik geef nu het hele beleefde antwoord, want ik kan nog veel harder praten over de kerk, maar nu kan ik volstaan met te zeggen: God is niet bezig met de kerk; God is bezig met individuen. Wereldwijd is er denk ik een heel kleine minderheid die daadwerkelijk gelooft wat de Schrift zegt, die door God geloof is geschonken. Het zijn individuen, weliswaar verspreid over de hele wereld. Sommigen zitten nog in kerken, sommigen niet of niet meer, maar God werkt met individuen en niet met organisaties, zal ik maar zeggen.

Mag ik dat aanvullen? De Bijbel maakt ons duidelijk dat Israël een blindheid is geslagen. De kerk plaatst zich in de plaats van Israël, dus is er ook een blindheid geslagen. Dan heb je een stukje antwoord op de vraag waarom de kerken het niet zien. Gelukkig gaat het om individuen. Er zijn ook de methodieën van de duivel, met dogmatiek en instituten, om het allemaal in de greep te houden. Maar God handelt in deze tijd individueel. Door de openheid die er is gekomen via internet is er veel meer toegang gekregen in de afgelopen dertig jaar. Maar ook daarvóór, want deze boodschap was ook al in de jaren dertig hier in Nederland voorhanden, maar dan buiten de gevestigde kerken. Nu is die gelukkig goed toegankelijk.

Precies, dat is een heel kenmerkende toevoeging. De kerken zijn feitelijk blind geslagen, blind gemaakt door God. Heel bewust, als onderdeel van Zijn plan. Hij werkt Zijn plan gewoon uit. Hij maakt de kerken blind zodat ze het niet zien; Hij werkt alleen met individuen. Zo werkt God in deze tijd om nu Zijn lichaam te vormen. Is dat de huidige bedeling? Dat is een groot verschil, maar daar gaan we nu nog niet op in. Er is een verschil tussen de diverse groepen waarmee God handelt en God is nu bezig met het vormen en bouwen van het lichaam van Christus. Daar komt het op neer.

Ik zie daar nog iemand. Contrast. Dankjewel. Ik heb het bij voorbeelden al gezegd: als ik het licht uitdoe, is het donker. Maar je kunt niet ‘donker’ maken. De vraag is dus een contrast: zijn dat twee losse dingen of is de één de afwezigheid van de ander? Dat is het. Dan zou je kunnen zeggen: ja maar, ik herken dat en ik wil soms zelf ook graag die kant op denken, want ik vind God liever als Hij alleen maar goed is. Maar ik herken het heel goed: God is alleen maar licht, maar God heeft ook alles geschapen. Je zou heel abstract kunnen zeggen dat er achter zo'n object schaduw is. Daar is dan even geen licht omdat er iets voor staat. Maar wie heeft dat object daar neergezet, zodat daarachter schaduw is? Dus zelfs al is schaduw op zich niets en is het de afwezigheid van iets; waarom is het daar niet? Omdat er iets voor staat, omdat het geblokkeerd is of omdat God het licht daar heeft uitgedaan. Dus ook dat leg ik in de goede handen van de goede God. Liever daar dan in de handen van een God die er ook niets aan kan doen. Maar je hebt gelijk.

En schaduw is lekker koel? Ja, de kerkelijke stromingen dichten vaak wel een heel warme context toe aan de schaduw, maar inderdaad. Ik wil nog één toevoeging geven op de vorige vraag over hoe het kan en dat is meer oorzaak-gevolg. Hoe kan het dat de kerk hier zo blind voor is? Ik ben geen wetenschapper, maar ik lees zo nu en dan wel eens wat uit de wetenschappelijke hoek van de techneuten. Natuurkundigen zijn helemaal niet lief voor elkaar. Als iemand iets bedenkt, dan is het vaak een sport voor andere natuurkundigen om daar heel kritisch naar te kijken. Want als ik nog slimmer kan zijn dan hij, dan is dat leuk voor mij. Natuurkundigen houden elkaar dus heel erg scherp. Maar de voorwaarde is dat we elkaars gelijken zijn, dat we samen willen leren en samen meer te weten willen komen.

In de kerk was er op een bepaald moment een milieu waarin jou werd opgedragen wat je zou moeten geloven. Het stond vast: we gaan allemaal samen meezingen ‘ik geloof...’ enzovoort. En doe je dat niet, dan krijg je het heel erg warm. Dat is geen academisch milieu om eens even samen te sparren over hoe het zit met God en al die dingen. Mensen zijn ontzettend bang voor ‘verkeerd’ denken. Ik heb aan den lijve ervaren dat mijn familie plaatsvervangend bang werd voor ons. Niet voor ons als persoon, maar wel voor onze gedachten. Want als je daarnaast zit, dan is het echt heel erg hoor, want dan is de Here God boos.

Nou, dat is helemaal niet prettig nadenken, dus dan denk ik liever niet na. De dominee heeft zes jaar geleerd en ik heb die Bijbel misschien twee keer in de week open; ik luister en ik doe wat hij zegt, hij zal het wel weten. Het milieu in de kerk is dus niet stimulerend geweest om te gaan kijken. Misschien is het zelfs wel gunstig dat Nederland ontkerkelijkt, dat we niet meer bang zijn voor God of dat we misschien niet eens meer geloven dat Hij er is. Misschien zijn we nog wel boos op Hem, maar dat kunnen we verhelpen. Maar angst werkt ontzettend verlammend. Het doet je hoofd uit. Dan houd je liever de ogen dicht en kijk je naar beneden dan om je heen te kijken en te proberen te leren. Want je mag niet leren, want als je de verkeerde kant op denkt, dan doet het zeer. Zijn er andere vragen? De vraag komt hier naar voren.

Wie Zijn de Onderaardsen? ↑ hoofdstukken

Als ik het goed begrepen heb, is de vraag: wat zijn die onderaardsen waarvan gesproken wordt in Filippenzen 2? Er staat dat in de naam van Jezus elke knie zich zal buigen, hetzij in de hemel, op de aarde of wat onder de aarde is. Letterlijk staat er: de hemelsen, de aardsen en de onderaardsen. Met nu de vraag: wat zijn die onderaardsen? Wie zijn dat eigenlijk?

Ik denk daarbij aan twee dingen. De eerste gedachte die ik had, betreft de geesten in de afgrond, bijvoorbeeld. Waarvan je leest dat het de engelen zijn die in duisternis worden gevangen gehouden. Dat staat zo beschreven in de Abyss. In de brief van Judas, maar ook in de tweede Petrusbrief wordt daarover gesproken. Dan praat je over geestelijke wezens. Dat was mijn eerste suggestie, maar eigenlijk ligt er nog een veel meer voor de hand liggende suggestie, en dat is dat we denken aan degenen die overleden zijn. Wij zijn aardsen, maar op het moment dat je begraven bent, ben je een onderaardse.

Nu zou je kunnen tegenwerpen: "Dat kan toch niet, want hun geesten zijn teruggekeerd en je kunt toch alleen maar buigen als er leven is?" Ja, dat is waar. Ze buigen ook niet áls onderaardsen op dat moment, maar ze zijn nu onderaards. Degenen die nu onderaards zijn, zullen hun knieën buigen. Dat geeft wel zin. Maar als er nog meer categorieën zijn, dan houd ik me aanbevolen. Paul, jij weet het misschien? Paul geeft aan dat hij het ook niet zeker weet.

En dat maakt eigenlijk die vraag die we eerder even voor het voetlicht kregen nog des te sterker, of liever gezegd: het antwoord wordt des te duidelijker. Namelijk die geesten uit de afgrond; dan praten we inderdaad over zeer duistere machten. Denk bijvoorbeeld aan het beest uit de afgrond in de Openbaring, maar er wordt over nog veel meer geesten uit diezelfde regio gesproken. Welnu, als zelfs die machten, die in zulke donkere tinten geschilderd worden in de Bijbel, hun knieën zullen buigen en zelfs met de tong zullen belijden... Ja, met de tong! Niet met de lippen, maar met de tong. Dus niet alleen de buitenkant, maar van binnenuit zullen zij belijden.

Dat hebben we vandaag al een of twee keer zo overdacht: zij zullen belijden tot eer van God de Vader dat Jezus Heer is. Hoe ver gaat dan die verzoening en hoe diep gaat hun belijdenis? Zelfs die machten, de onderaardsen, de categorie waar jij het nu ook over hebt, Paul, ook zij zullen dat belijden. Met andere woorden: er valt dus echt niets buiten. Hemelsen, aardsen en onderaardsen.

Kunt u nog meer creaturen bedenken? Denk eens even aan het legioen van demonen bij de man die daar rondwaarde bij de graven. Zij smeekten Jezus om niet in de afgrond terecht te komen. Dan heb je eigenlijk al die afgrond waar we het over hebben. Bedankt voor de aanvulling, dat lijkt me de kern zeer te raken. Jij bent de gespreksleider.

Het Oordeel en de Tweede Dood ↑ hoofdstukken

Ik had nog een vraag over de kwaadheid. Worden de betrokkenen uiteindelijk ook weer in het voordeel hersteld? De gelovigen weten van Jezus' vrijspraak, maar de ongelovigen zullen worden gescheiden als de schapen en de bokken bij de troon van het rechtscollege. Maar ik vraag me af: wat is nu de straf? Jozef vergaf zijn broers omdat hij verder keek; hij zag dat het kwaad hem was aangedaan door God en dat zijn lot gekeerd werd om onderkoning te worden. Hij vergaf zijn broers. Zullen degenen die slachtoffer geworden zijn van het kwaad, als de liefde die God gegeven had gaat bestaan en zij gaan inzien welke plaats het kwaad in hun leven heeft gekregen, dat ook kunnen begrijpen? Wanneer vindt dat plaats? Vindt dat plaats in de komende aionen of vindt dat misschien pas plaats aan het einde?

Ik weet niet of jullie de vraag goed hebben gehoord, maar het komt eigenlijk neer op enerzijds de betekenis van kwaad en anderzijds de vraag wanneer degenen die feitelijk kwaad hebben bedreven tot inzicht komen. Wanneer komen ze tot inzicht en wat gebeurt er dan? Dat vergt denk ik wel drie bijbelstudies, maar heel kort zoals ik het zou antwoorden: degenen die de rol hebben gekregen – ik zeg het bewust op die manier – om kwaad te doen en te bedrijven, doen dat allemaal volgens het ontwerp van God. Ook zij worden vanuit die rol weer rechtgetrokken. 'Straf' is niet echt een Bijbelse term, maar denk aan een 'straffe wind'. Dat is feitelijk een strakke wind. Als je daarover nadenkt: straffen is strak trekken, rechtzetten, richten. Dat is wat er gaat gebeuren voor de grote witte troon. Dat gericht vindt plaats aan het eind van de vierde aion, zoals André dat al noemde. Tussen die twee overtreffende aionen in vindt dat recht trekken plaats. Daar zal de realisatie plaatsvinden.

Maar dan is het nog niet af, want er komt een deel van de mensen in de tweede dood terecht. De tweede dood wordt niet voor niets vergeleken met vuur: de poel van vuur, het meer van vuur. Vuur heeft altijd – in het Griekse woordje 'pur' snap je het al – de rol in Gods plan van zuivering. Het vuur heeft een functie. Uiteindelijk komen de mensen aan het eind van de vijfde aion uit de tweede dood in een gezuiverde vorm. Ik wil er nu niet te diep op ingaan, maar denk aan zwavel: een zuiverend middel. Het meer van vuur en zwavel staat er eigenlijk. Dat is wat er gaat gebeuren; dan komen ze tot die erkenning en dat komt van binnenuit. Dat geldt voor iedereen.

"Kunt u dat herhalen? Ik heb het niet goed verstaan. De tweede dood betekent toch dood zijn?" Ja, maar wacht even. Ik denk dat je dit een beetje uit zijn verband trekt, Corrie. Uiteraard niet bewust, maar er staat in Openbaring over hen: zij zullen geen schade ondervinden van de tweede dood. Er staat dus niet dat niemand schade ondervindt van de tweede dood, maar dat zij geen schade zullen ondervinden. Dat wil zeggen dat zij die tweede dood niet ondergaan. De schade die je lijdt als je voor de tweede keer doodgaat... Ik geef toe, dat is zoals Peter zegt een uitgebreid onderwerp. Dat is altijd het nadeel van zo’n vragenuurtje, want er worden soms heftige items aangesproken die hier even voor de vuist weg in een halve minuut opgelost moeten worden. Dat kan eigenlijk natuurlijk niet. Wat is de tweede dood? Dat is een item op zich. Maar in elk geval, voor zover ik het versta, is het zo dat degenen die geworpen worden in dat meer, voor een tweede keer sterven. Dat is de tweede dood en de schade die zij ondervinden is dat zij die aionen van het koninkrijk van Christus niet zullen meemaken. Die overtreffende aionen ontgaan hen. Zij worden pas bij de laatste lichting, bij de 'nachttrein' om het in NS-termen te zeggen, levend gemaakt aan het einde van de heerschappij van Christus. Die overtreffende aionen zullen zij niet meemaken. Tenminste, dat is de wijze waarop ik het versta.

Sylvia? Ja, wacht nog even, Sylvia. Daag me niet uit, Sylvia! Daag me niet uit! Ja, je doet het wel. Dit is een aparte studie. Ik begrijp dat er door Sylvia nu naar voren wordt gebracht dat die tweede dood wel een toestand is van bewustzijn en van reiniging, en je geeft daar ook argumenten voor aan. Ik zou er heel graag op in willen gaan, en Peter ook, maar we moeten dat echt nog eens een keertje op een aparte dag doen. We willen hier ook in vrede eindigen. Het is vandaag nog niet eens gememoreerd, maar we deden bij aanvang alsof dit zomaar 4 oktober was. U denkt misschien dat het Dierendag is, maar Jannie Molenaar denkt daar heel anders over: het is mijn verjaardag. En moslims denken vandaag: het is het Offerfeest. Dat is dé dag van het islamitische jaar en dat feest duurt trouwens drie dagen. Ze zullen nog wel een keer ontdekken waarom dat drie dagen duurt.

Maar het allerbelangrijkste is: op de Bijbelse kalender is het vandaag Tien Tisjri. Dat wil zeggen de Grote Verzoendag, Jom Kippoer. We gaan het toch niet meemaken dat wij op de Grote Verzoendag ruzie gaan maken over wat de tweede dood precies is? Het belangrijkste is – laten we dat in ieder geval vaststellen – dat de tweede dood wordt beëindigd. De dood wordt tenietgedaan. Of het nu de eerste of de tweede is, dat kan niet schelen, maar de dood wordt tenietgedaan. Allen worden levend gemaakt. En wat die tweede dood dan precies is, daar moeten we toch echt nog eens een keertje één, twee of drie studiedagen aan wijden.

Er was nog een vraag over het wereldse gebeuren. Als je weet dat het erop lijkt dat iemand opnieuw 'maatjes' krijgt en liever wordt in de komende tijd, maar je hebt daar eigenlijk zelf geen inbreng in... Ik vind dat persoonlijk een beetje oneerlijk. Ja, dat is een goeie. Dat is een goeie, ik zal hem herhalen.

Is Gods Plan Eerlijk? ↑ hoofdstukken

Als het dan zo is dat het programma vaststaat en als God nu al weet hoe het komt, zelfs wie het doet en wanneer... Het hele programmaboekje kent Hij, terwijl wij alleen een paar stukjes van de kaft zien. Als dat dan waar is, dan voelt het misschien niet eerlijk. Sommige mensen mogen immers meteen al meedoen met het feestje, terwijl anderen pas bij de nachttrein komen. Dat is toch niet eerlijk?

Ik herken dat sentiment. Maar de genade is ook niet eerlijk. 'Eerlijk' is een menselijke term waarmee wij dingen gaan vergelijken: jij hebt er vijf en ik heb er vier. Maar het leven dat we hebben gekregen — en ik heb er niet om gevraagd — is ook niet eerlijk. Niets is eerlijk in de zin dat iedereen evenveel krijgt. Het is rechtvaardig omdat Hij rechtvaardig is en omdat Hij het doet. Ik denk dat we aan het einde allemaal Hem zullen danken, omhoog zullen kijken en... nou ja, misschien wel gewoon niets zeggen. Precies: eerlijk is niet een goede maatstaf, ook al voelt het voor ons wel zo. Ik ben ook het liefste meteen bij een feestje en niet pas helemaal aan het einde. En ik kan mensen aanwijzen van wie ik zo graag zou willen dat ze er ook bij zijn, maar ik mag het niet zeggen. Ik vind het niet eerlijk, maar ja, genade is ook niet eerlijk.

Op het risico dat er misschien discussie ontstaat — wat niet de bedoeling is — wil ik toch een kleine aanvulling doen. Het gaat hier om de realisatie van God, dus het gaat erom dat we God kennen in Zijn karakter; hoe Hij echt is. Deze vraag vind ik een hele goede en legitieme vraag, die Paulus trouwens ook al heeft geadresseerd in Romeinen 9. God is de Pottenbakker: het ene vat maakt Hij tot oneer en het andere vat, uit hetzelfde stukje klei nota bene, maakt Hij tot een vat tot eer. Dus hoezo eerlijk?

De 'protester' zegt tegen Paulus: "Je zou nu toch kunnen zeggen: wat heeft God nog aan te merken? Want wie kan Zijn wil weerstaan?" Er gebeurt immers wat Hij wil: het ene vat tot oneer, het andere tot eer, uit datzelfde stukje klei. God regisseert de hele boel. En dat klopt ook nog. Maar persoonlijk — en ik ga nu op eigen titel antwoorden, zoals ik het zie — gaat het erom dat we God kennen. God is liefde en Zijn liefde is onvoorwaardelijk. Hij houdt uiteindelijk van al Zijn schepselen individueel evenveel. Er staat een tekst over het afwissen van tranen. Daar staat niet dat Hij ze 'gewoon even' afwist als illustratie; er staat dat Hij elke traan zal afwissen. Dat is aandacht. Per traan aandacht. Laat dat even inzinken: dit is God.

Diezelfde God lijkt oneerlijk binnen het kader van Zijn plan: uitverkoren of niet uitverkoren, en ga zo maar door. Contrast dus. Dat heeft Hij bewust zo gemaakt. Maar zoals ik het zie, maakt iedereen zijn hoopje kwaad mee in dit leven, of na dit leven — denk aan de tweede dood, wat ook schade is. Het ervaringsgevoel van het individu zal, op het moment dat God alles in allen gaat worden, uiteindelijk compenserend werken. Hoe erger de duisternis is die je hebt meegemaakt, hoe hoger het ervaringsgevoel van die heerlijkheid zal zijn. Want als je duisternis alleen als 'grijs' hebt meegemaakt, dan wordt het ervaringsgevoel menselijkerwijs gesproken minder dan wanneer je door het diepe donker bent gegaan. Dan is het verschil nog veel groter, want daar krijgt Hij iedereen: alles in allen.

God is gestructureerd; die compensatie is uiteindelijk voor iedereen hetzelfde. Dat voeg ik graag toe vanuit mezelf hoor. Ik kan het niet letterlijk staven in het Woord, net zoals ik niet kan staven dat er geen kennis van goed is zonder kennis van kwaad. Daar staat geen tekst over. Het gaat dus ook om nadenken en God zien zoals Hij echt is.

Er is ook de vergelijking tussen de ingenieur en de schoonmaker. Menselijk gezien is er een groot verschil waarbij die rollen niet gelijk zijn. Maar bij God is iedereen gelijk, terwijl de mens groepen onderscheidt. Het belangrijkste is dat wij kunnen inzien dat in essentie iedereen gelijk is. Dat is het probleem van veel mensen. Waarom is Christus aan het kruis gegaan? Waarom hebben de Joden Hem verworpen? Dat was een genade voor de volkeren. Wanneer de Joden Hem niet hadden verworpen, hadden wij de genade niet gekregen. Daarom zit alles in het plan van God. Nu is er genade voor de volkeren, maar binnenkort zal Christus die rol weer omdraaien en de genade weer aan de Joden geven. Feitelijk is er geen uiteindelijke ongelijkheid; dat is de boodschap. Er zijn rollen en ieder heeft zijn eigen rol toebedeeld gekregen. Daar komt het op neer.

Afsluiting en Dankgebed ↑ hoofdstukken

Nou, ik stel voor dat we gaan afsluiten. Ik weet niet hoe het met jullie zit, maar ik heb een goedgevulde dag achter de rug. Het was zeer leerrijk en opbouwend, met een goede sfeer en geweldige interactie. Ik heb ervan genoten; jullie ook? Oké, ik neem aan dat dit voor herhaling vatbaar is; voor mij wel in elk geval.

Nou, hartelijk bedankt voor jullie komst en bedankt voor de vragen. Het is altijd weer goed om die frisse input te krijgen, dat waarderen we heel erg. En ik hoop dat jullie daar niet alleen iets van hebben opgestoken, maar dat het ook zal neerdalen tot voorbij het niveau van louter hoofdkennis; dat het besef en realisatie mag worden. Zodat we nog weer een stapje verder zijn gekomen in onze realisatie van wie God werkelijk is. Hartelijk bedankt voor jullie komst en nog een hele fijne dag verder. Tot ziens.

Oh ja, je hebt gelijk, ik ga daar niet aan voorbij. Ik wil natuurlijk ook nog iemand bedanken. Ik heb Johan al bedankt, maar nogmaals Johan: hartstikke bedankt. Dat vind ik echt geweldig. Maar ook wil ik de sprekers bedanken natuurlijk: André Piet voor zijn rol, en Gerard Oudijn en Goswin de Boer. Hartelijk bedankt. We dragen immers allemaal ons steentje bij met wat God ons heeft gegeven. Nogmaals bedankt en een fijne dag verder.

Uiteraard danken we Hem ook; dat heb ik vanochtend al gedaan, maar dankjewel voor de herinnering. Er wordt gevraagd om te danken, dus laten we dat toch samen doen. Het maakt niet uit, Theo gaat al staan. Hij kan ook staan. Zullen we danken?

Wat een ongelofelijk voorrecht is het dat wij gewoon hier in Nederland, in het centrum, bij elkaar kunnen komen rondom Uw woord. Wat een zegen, wat een opbouw en wat een rijkdom dat wij mogen graven in de Schrift, en dat we dat mogen meenemen om daarop te herkauwen. Hartelijk bedankt voor dit voorrecht. Dank U wel dat U ons verder leidt en dat het woord inslag mag vinden. Dank U wel dat U in Uw tempo met elk van ons tot Uw doel komt, en dat wij daartoe verder mogen groeien in de kennis en met name in het besef van U.

Ik bid U om een fijne terugreis voor iedereen, zodat we veilig thuiswaarts mogen keren. Maar dat we ook 'thuiswaarts' mogen komen in de zin dat we over het gehoorde mogen nadenken, zodat we daadwerkelijk datgene wat we hier hebben meegekregen kunnen toepassen in onze handel en wandel van elke dag. Hartelijk bedankt, Here. Uw naam zij geloofd en geprezen. U zij de heerlijkheid, niet alleen nu, maar tot in de komende aion. Amen.

🎧 RevaGo - Forum Bespreking
Delen: