| |
laatste wijziging: 1 augustus 2011 |
|
"het uitspansel in het midden" (I) In het moderne wereldbeeld is de aarde een hemellichaam dat als onbeduidend planeetje door de ruimte zweeft. Het komt overeen met de impressie die we krijgen wanneer we vanuit de ruimte naar de aarde kijken. Maar is deze perceptie ook de werkelijkheid? Of is de werkelijkheid anders dan "wat voor ogen is"? Hoe stelt de Bijbel ons hemel en aarde voor?
Laten we een aantal Bijbelse feiten op een rijtje zetten. #1 DE AARDE MAAKT GEEN DEEL UIT VAN DE HEMEL De aarde is in de Bijbel geen hemellichaam maar word consequent van de hemel onderscheiden.
Hemel en aarde verhouden zich tot elkaar als resp. onder en boven. #2 HET UITSPANSEL OMVAT DE HEMELICHAMEN
Dikwijls wordt het 'uitspansel' verstaan als zijnde de atmosfeer of
de dampkring. Maar dat is onmogelijk omdat het uitspansel (= de hemel;
Gen.1:8) niet alleen de atmosfeer omvat waar "de vogelen des hemels"
vliegen (Gen.1:26), maar ook de ruimte is waar "de sterren des
hemels" zijn (Gen.22:17) en last but not least, ook de plaats
waar de troon van God staat (Ps.11:4). #3 HET UITSPANSEL BEVINDT ZICH IN HET MIDDEN VAN DE WERELD De eerste keer dat Genesis 1 melding maakt van de wateren is in vers 2. "... duisternis lag op de vloed en de Geest Gods zweefde over de wateren". Deze wateren komen voor de tweede keer ter sprake in vers 6:
Stel u voor: de wereld is bedekt met water en dan God doet het uitspansel ontstaan... TEMIDDEN VAN DE WATEREN, zowel boven als onder omgeven door water. Tekenen we deze woorden in Gen.1:6 uit, dan ontstaat dit beeld:
"De wateren boven het uitspansel" zijn hier niet anders dan de wateren aan de andere kant van de wereld, d.w.z. bezien vanuit Adam's perspectief. Ze worden hier genoemd, nl. om de hemel te localiseren: in het midden. Dat het wateroppervlak, zoals in de afbeelding hierboven, inderdaad rond is, laat Spreuken 8:27 zien.
Het gereedmaken van de hemel wordt hier in verband gebracht met de
cirkel op het oppervlak van de oceaan* . Met in het midden de hemel.
Ook Psalm 19 localiseert de tent (= het uitspansel van de hemel) IN de wereld.
Samengevat: in de eerste verzen van de Bijbel presenteert God Zich als de Schepper van hemel en aarde én als Degene die Zijn 'tent' (het uitspansel, de hemel), fysiek in het midden heeft geplaatst d.w.z. temidden van de wateren die de wereld bedekten. #4 DE HEMEL IS UITGESPANNEN
Het woord 'uitspansel' is uiteraard afgeleid van het werkwoord 'uitspannen'. Keer op keer spreekt de Schrift over God die de hemel heeft uitgebreid of uitgespannen. B.v. als een tent. In de woorden 'uitbreiden' en 'uitspannen' klinkt het idee mee dat er ruimte gemaakt wordt.
Het werkwoord 'uitspannen' wordt ook gebruikt in Ps.104:2. De hemel wordt als een gordijn uitgerekt, zoals de St.Vert.correct weergeeft. Het suggereert dat de ruimte rekbaar is, hetgeen een problematisch gegeven is voor de wetenschap (> 'meten is weten')... Want als de hemel rekbaar is dan geldt dit ook voor de 'meetlat' waarmee we haar meten.
Het woord voor uitspannen wordt ook gebruikt voor het verlengen (=uitrekken) van de schaduw (Ps.109:23). Wanneer een schaduw verlengd wordt, ontstaan er optische illussies. Dingen ogen kleiner of groter dan ze zijn en reële verhoudingen verdwijnen vanwege perspectief en lichtval. Doordat de hemel is uitgespannen of uitgerekt als een gordijn, zien we de dingen in het uitspansel niet in hun juiste proporties (zie deel II).
Zagen we al dat de hemel is uitgespannen en uitgerekt, dan is het idee van het uitspansel als een spiegel (zoals hier in Job) een mooie bevestiging. Zoals een gekromde spiegel de werkelijkheid vervormd projecteert, zo ook het uitspansel. Als het hemelruim zich niet aan de buitenkant maar aan de de binnenkant van de aarde bevindt, dan betekent dit, dat het hemelruim binnenstebuiten gekeerd (geïnverteerd) wordt. Dat fenomeen heet in de wiskunde (geometrische) inversie. In plaats van dat alles naar buiten toe steeds groter wordt, wordt alles naar binnen toe juist steeds kleiner. Het optisch effect daarvan is vergelijkbaar aan wat we zien in een visooglens, oftewel een bolle spiegel.
#6 DE TABERNAKEL IS EEN BEELD VAN DE HEMEL: OPGESTELD IN HET MIDDEN
De hemel als Gods uitgespannen tent is een belangrijk gegeven in de Bijbelse symboliek. Een groot deel van de uiteenzettingen in de Hebreeën-brief zijn daarop gebaseerd. De tabernakel was Gods heiligdom, een tent die een afbeelding was van de hemel. Het was het 'uitspansel' waarin Hij woonde.
Essentiëel bij de opstelling van de legerplaats in de woestijn was, dat alles zou worden gegroepeerd rondom de tabernakel, de tent van God. De tabernakel zou het middelpunt zijn. Geestelijk maar ook fysiek. Zoals ook ooit "de boom des levens" in "in het midden" van de hof van Eden was gepositioneerd (Gen.2:9). Het situeren van het "uitspansel in het midden" in Genesis 1, verraad een fundamentele Bijbelse waarheid. Gods zetel, de uitgespannen tent, is het centrum van alle dingen.
#7 GOD TROONT BOVEN HET ROND DER AARDE
Zoals we al eerder zagen vergelijkt Bijbel de hemel met een uitgespannen
tent. In Jes.40:22 wordt dit gecombineerd met het gegeven dat God troont
boven het rond der aarde. God omvat alles en iedereen ("in Hem
leven wij en bewegen wij ons"; Hand.17:28) maar Zijn woonplaats
en Zijn troon is BOVEN de aarde.
Maar als de hemel daarentegen in het midden is, dan kijken we, met het oog omhoog, (ongeacht de plaats op aarde) altijd naar het Middelpunt!
TYPOLOGIE
deel II (voor wie geïnteresseerd is in de meer 'wetenschappelijke' kant van de zaak) |
|