|
toespraak gehouden op 16 december 2007 in
den Haag
Psalm 30
poëet en profeet
Nadat de valse kroonpretendent (Absalom) van het toneel is verdwenen,
keert David in Jeruzalem terug om zijn koninkrijk te herstellen. David's
huis wordt plechtig gewijd en naar aanleiding daarvan, componeert David
de 30-ste palm. De woorden die David bezigt, blijken bij nader inzien
vooral te slaan op "de Zone Davids". Want niet David maar diens
uiteindelijke erfgenaam zou daadwerkelijk "uit het dodenrijk opkomen"
en daarmee "leven gegeven" worden. Ook in deze psalm is David
niet slechts poëet - hij is een profeet!
een ogenblik duurt Zijn toorn
Schitterend om te zien hoe David inzicht geeft op het karakter van Gods
oordelen en gerichten. Gods toorn is nooit een doel in zich, het
is een middel om Zijn doel te bereiken. Gods toorn verhoudt zich
tot Zijn welbehagen als een seconde tot een lang leven. Hoe zeer Gods
toorn ook een realiteit moge zijn, men zou ze altijd moeten zien in het
kader van Zijn oogmerken. Gods straffen zijn per definitie pedagogisch.
van rouwklacht tot reidans
Psalm 30 is een lofzang op de God die verdriet omkeert in vreugde en de
rouwklacht verandert in een reidans. Geen put zo diep of hij trekt er
uit op - zelfs al is het een doodsput!
download MP3
powerpoint
videobestand
met dank aan Johan Roos voor audio en video
|