|
HOME
|
Leert
de Bijbel een 'Opname van de Gemeente'?
"De Opname van de Gemeente" is geen gelukkige formulering omdat
deze nergens zo in de Bijbel voorkomt. Wanneer we onze terminologie aanpassen
aan de Schrift is het wellicht beter om te spreken van de wegrukking
(NBG: 'wegvoering') van hen die in Christus zijn. Dat zijn termen
die Paulus gebruikt in 1Thessalonica 4:13-18. In dit hoofdstuk kondigt Paulus
aan dat bij de komst (Parousia) van Christus zij die in Christus ontslapen
zijn, het eerst zullen opstaan waarna vervolgens de levende gelovigen samen
met hen, in een oogwenk weggevoerd (letterlijk: weggerukt) zullen worden.
"De Here tegemoet in de lucht".
Over de vraag wanneer deze wegrukking zal plaatsvinden
is al veel te doen geweest. Op een later tijdstip wil ik hier uitgebreider
op terugkomen maar nu al wil ik in het kort een aantal aanwijzingen op
een rij zetten.
- De wegrukking gaat vooraf aan Christus's publieke verschijning
omdat er sprake is van "de Heer tegemoet" gaan (4:17);
- in 1Thessalonica 1:10 wordt verklaard dat gelovigen
de Zoon uit de hemelen verwachten, die ons (zoals er letterlijk staat)
"bergt uit de komende toorn" (zie ook 1Thessalonica 5:9);
- de wegrukking waar 1Thessalonica van spreekt, zal geschieden
op het signaal van de aartsengel. De Schrift kent één
aartsengel: Michaël (Judas:9) en van hem lezen we dat hij zal opstaan
om Israël terzijde te staan in de "tijd van grote benauwdheid"
(Daniël 12:1).
- de 'wegrukking' waarvan sprake is in 1Thessalonica
4:17 past perfect bij die in Openbaring 12:5 beschreven wordt.
In dit hoofdstuk is sprake van de wegrukking van een "manlijke Zoon"
(= Christus' Lichaam) om bewaard te worden voor de toorn van de draak
(12:5,17). Pal na deze gebeurtenis vinden we de vlucht van de vrouw
(= Israël) naar de woestijn om daar 1260 dagen onderhouden te worden
(12:6) en vervolgens de vermelding van aartsengel Michaël (12:7);
- wanneer de gruwel der verwoesting zal zijn opgesteld
in de heilige plaats, (d.w.z. de mens der wetteloosheid heeft zich gezet
in de tempel Gods) hebben zij die in Judea zijn, de laatste mogelijkheid
om nog te vluchten naar de bergen (Matteüs 24:15,16). Dan zal de
grote verdrukking beginnen (Matteüs 24:21).
|
|