|
STRIJDEN TEGEN 'HET VLEES'? Het idee dat de mens zijn 'vlees' zou moeten
haten en er tegen behoort te strijden heeft heel oude papieren. Gedurende
vele eeuwen van het christendom is deze opvatting dominant geweest. De
gedachte daarbij is dat een mens - tegen zijn natuur in - het lijfelijke
behoort te minachten.
In zijn dagen voorzei Paulus reeds dat in "latere
tijden" mensen van "het geloof" zouden afwijken en het
trouwen zouden verbieden alsmede ook onthouding van spijzen zouden leren
(1Timotheüs 4:1,2). Al gauw na het overlijden van de apostelen is
dit waarheid geworden door leringen van verplicht vasten en het
verplichte celibaat. Nauw verwant met dit alles is ook het dogma
dat de natuur van de mens zondig zou zijn, terwijl in de Bijbel
juist het tegen-natuurlijke als zondig wordt aanmerkt (Romeinen
1:26).
Alles wat God geschapen heeft is goed en behoort (dus) dankbaar aanvaard te worden. Het lijfelijke, sexualiteit en lust zijn door niemand minder dan God Zelf bedacht en gecreëerd. Niets daarvan is verwerpelijk.... indien het met dankzegging wordt aanvaard.
De dingen worden door Gods woord geheiligd, d.w.z. God Zelf verklaart alles wat door Hem geschapen is heilig. Althans, daar waar God in dit alles (in gebed) dankbaar erkend wordt. Zo duidelijk als het bovenstaande in de Bijbel is, zo
duidelijk is het ook dat 'het vlees' volstrekt ongeschikt is om leiding
te geven aan ons leven. Wanneer we leven "naar het vlees"
(Romeinen 8:12), d.i. leven in overeenstemming met de impulsen die ons
'vlees' geeft, doen we "de werken van het vlees" (Galaten
5:19). En de beschrijving die Paulus daarvan geeft is niet bepaald bemoedigend.
Waar het om gaat is dat we controle krijgen over ons 'vlees'.
Het woord "zelfbeheersing" betekent letterlijk vanuit het
Grieks: het vermogen ons in-te-houden. De Staten Vertaling vertaalt
dit woord met 'matigheid' (Galaten 5:22): het vermogen maat te houden.
|